De advocaat blijft onaantastbaar

Advocaten mogen hun privileges houden, concludeert de Commissie Advocatuur.

En andere juristen mogen cliënten niet bijstaan.

Boeken Nederlandse jurisprudentie 30-03-2006, AMSTERDAM. RECHTBANK AMSTERDAM. FOTO BAS CZERWINSKI Czerwinski, Bas

Even leek het er zorgelijk uit te zien voor de advocatuur. Eind 2004 kondigde minister Donner (Justitie, CDA) een groot onderzoek aan naar de rol en de positie van de advocatuur in Nederland. Vorig jaar stelde hij een commissie in die het onderzoek naar de advocatuur moest gaan doen.

In de brief die hij toen aan de Tweede Kamer stuurde, schemerde tussen de regels door wat hij zélf vond van het beroep van advocaat. De minister schreef over de privileges van advocaten, waarmee hij onder meer het beroepsgeheim bedoelde, dat artsen en notarissen ook hebben. Wat niet alle geheimhouders hebben, maar advocaten wel, is het verschoningsrecht. Dat houdt in dat advocaten niet gedwongen kunnen worden aan de politie te vertellen wat hun cliënt hun in vertrouwen heeft verteld.

Donner schreef dat “voorkomen moet worden dat advocaten het verschoningsrecht gebruiken voor een ander doel dan waarvoor het is bedoeld.“ De minister wekte daarmee in elk geval de indruk dát advocaten hun geheimhoudingsplicht misbruiken. Dat ze uitsluitend opkomen voor het belang van hun cliënt, te partijdig zijn en daarmee het maatschappelijk belang in de weg staan.

Want advocaten horen onafhankelijk te zijn. Onafhankelijk van de overheid, het openbaar ministerie én, ten behoeve van een eerlijke procesvoering, van hun cliënt. En die onafhankelijkheid, schreef Donner, moet niet verward worden met “een gebrek aan verantwoordelijkheid“. Advocaten, zo leek hij te vinden, staan justitie en politie in de weg in hun poging misdadigers op te pakken en te vervolgen.

Ook vroeg de minister zich af of het niet tijd werd ook niet-advocaten toe te laten tot de rechtszalen. Volgens hem waren er steeds meer juridische terreinen waarop burgers een niet-advocaat inhuren voor advies. Voor het huurrecht, belastingrecht en arbeidsrecht bijvoorbeeld, kan een burger kiezen wie hij meeneemt naar de rechter. Dat kan een fiscaal jurist zijn, een gerechtdeurwaarder of de buurman die verstand heeft van de regels. Alleen in het strafrecht en complexe civiele zaken is een advocaat verplicht. Werd het niet tijd, poneerde de minister, dat ook daarvoor niet-advocaten konden worden ingehuurd.

En er was nóg een ding waar Donner extra aandacht voor wilde: het “lekken' van dossiers door strafrechtadvocaten. Hij dreigde zelfs met een wetswijziging als de advocaten niet zelf maatregelen zouden nemen tegen het verstrekken van dossiers aan de media. Daar hebben de advocaten inmiddels zelf een oplossing voor gevonden.

De zorgen van de minister, en zijn suggesties om de advocatuur wellicht wat privileges af te nemen, hebben veel te maken met veranderingen in de beroepsgroep. Die veranderingen ziet de commissie ook. Binnen vijftien jaar is het aantal advocaten meer dan verdubbeld tot bijna 14.000 en advocaten zijn niet meer de “betrouwbare, dienstbare en belangeloze dienstverlener“ van vroeger. Advocaten hebben niet meer de vanzelfsprekende status die de burgemeester, de notaris en de dominee ooit ook hadden. Advocaten worden gezien als “op winst gerichte zakenlieden“, die niet alleen het belang van hun cliënt dienen, maar ook dat van zichzelf. Ze procederen voor hun cliënten, maar houden er ook een adviespraktijk op na. Het publiek kent vooral de snelle advocaten in maatpak en dure auto's. Of de moblaywers die innige banden hebben met hun criminele cliënten. Advocaat Evert Hingst, die in november 2005 werd vermoord, was wel het bekendste voorbeeld van een “foute advocaat'. Zijn cliënten kwamen uit het criminele circuit: John Mieremet, Sam Klepper en Mink K.. Hun belangen waren de afgelopen jaren volgens justitie ook de zijne geworden. Dat hij met zware criminelen omging, was logisch, zei Hingst zelf, dat was zijn werk. Dat zijn contacten innig waren, was ook heel gewoon. Hingst werd nooit veroordeeld, want hij werd geliquideerd voordat zijn zaak voor de rechter kwam.

Els Unger, de landelijk deken van de orde van advocaten, is niet zo onder de indruk van het beeld dat de commissie geeft van de advocatuur. “Dat beeld bestaat al langer. Maar als ons imago ons echt in de weg gaat zitten moeten we iets gaan ondernemen.“ De notarissen, die ook een imagoprobleem hebben, proberen nu met reclamespotjes het vertrouwen van de burger terug te winnen. Maar zover is het voor de advocaten nog niet, zegt Unger. Volgens de orde worden er per jaar een of twee echt “foute' advocaten strafrechtelijk vervolgd. Unger schat dat er honderd à tweehonderd advocaten zijn die hun zaken niet op orde hebben. En volgens Unger is de orde van advocaten heel goed in staat advocaten te controleren. Er zijn 19 dekens en 5 raden van toezicht én een Hof van Discipline (een tuchtrechter) die advocaten kunnen straffen.

Zeker is dat de Commissie Advocatuur de advocaten hun privileges niet wil afpakken. De commissie vindt ze zo belangrijk, dat ze in de Advocatenwet moeten worden opgenomen. Over de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht zegt de commissie “ dat zonder een gewaarborgd vertrouwen op vertrouwelijkheid“ goede rechtshulp “onbestaanbaar is“. En: advocaten houden het procesmonopolie. Alleen zij mogen straf- en civiele zaken doen.

Tegelijkertijd ziet de commissie dat de geheimhoudingsplicht een “juridische vrijplaats“ oplevert waar weinig controle mogelijk is en waar het mis zou kunnen gaan. Het beroep van advocaat is en blijft een vertrouwensberoep, stelt de commissie, maar dan moet het normbesef van de advocaat wél ver uitsteken boven dat van de “gewone burger'. Er moet geen houding ontstaan dat “alles wat niet verboden is wel mag of kan“.

De orde van advocaten is blij met de conclusie van de commissie. Waar ze minder blij mee zijn, is dat de commissie voorstelt een Regelgevende raad voor de advocatuur in te stellen. Nu stelt de orde van advocaten zélf de toelatingseisen en de kwaliteitsnormen voor de beroepsgroep vast. Maar dat roept volgens de commissie weerstand van de samenleving op. Een slager moet niet het eigen vlees keuren. In de regelgevende raad moeten externe deskundigen komen die benoemd worden door de minister van justitie. Unger: “Als niet-advocaten onze regels gaan maken, verliezen we alsnog onze onafhankelijkheid. Voor geen enkel beroep in geen enkel ander land, is ooit zo'n constructie gemaakt.“

    • Rinskje Koelewijn