Communicatie & Journalistiek

De Maand van de filosofie, gewijd aan de vraag “Wat is waarheid?“, ligt achter ons, dus kan nu de leugen weer regeren. Bij deze notie denkt iedereen, de gevleugelde woorden van de koningin indachtig, aan de tekortkomingen van de journalistiek. Weinig bekend is dat er een internationale erecode van journalisten bestaat waarvan artikel 1 luidt: “Eerbied voor de waarheid en voor het recht van het publiek op de waarheid is de eerste plicht van de journalist.“ Maar ja, ook die codificatie van het waarheidsbeginsel als hoogste gebod in de journalistiek geeft geen antwoord op de nooit tot algemene tevredenheid beantwoorde vraag van Pontius Pilatus, die het motto voor de maand van de filosofie aanleverde.

Filosoof Menno Lievers gaf in deze krant een overzicht van de discussie over het begrip waarheid en voerde daarin de pragmatische Amerikaanse school ten tonele die stelt dat “waarheid is wat werkt“. Een weinig aantrekkelijke definitie die volgens mij aardig in de buurt komt van “might is right“, wie het voor het zeggen heeft, heeft de waarheid in pacht.

Toch kunnen beoefenaars van een dienend beroep als de journalistiek moeilijk verder komen dan een pragmatische benadering van de waarheid zoals bedoeld in artikel 1 van de internationale erecode. Toetsstenen voor deze waarheidsopvatting zijn zulke praktische eisen als onafhankelijkheid, betrouwbaarheid van bronnen, wederhoor en scheiding van feiten en meningen.

Hier botsen dus twee “pragmatische' opvattingen van wat waarheid is. De ene luidt: waarheid is wat dankzij regie, manipulatie en propaganda als waarheid wordt aanvaard. De andere opvatting - het journalistieke ideaal - komt neer op het aloude adagium van de Britse persmagnaat Lord Northcliffe over wat nieuws is: “Something that someone, somewhere wants to suppress, all the rest is advertising.“

Afgelopen vrijdag zat ik kranten te lezen terwijl de radio aanstond. Vrijwel gelijktijdig kreeg ik zo twee voorbeelden die elk een illustratie geven van deze twee pragmatische waarheidsideeën.

In Trouw las ik een relaas van Peter Cuyvers over verspilling van overheidsgeld voor een taalcursus voor allochtone moeders. In dienst van de Nederlandse Gezinsraad moest hij een kleurenbrochure schrijven met fraaie foto's en wervende teksten over het succes van de cursus. “Niemand was geïnteresseerd in de werkelijkheid, die liet zien dat we voor een ton slechts veertien moeders twaalf lessen Nederlands konden geven. De rest ging op aan projectkosten, coördinatoren,logistiek, diners.“ Cuyvers is daarna een eigen adviesbureau begonnen.

Zijn verhaal is kenmerkend voor de pragmatische waarheidsopvatting in het almaar uitdijende vakgebied dat tegenwoordig “communicatie' wordt genoemd.

Ondertussen luisterde ik naar het VPRO-radioprogramma Argos over Nederland en het gifgas voor Saddam Hussein. De journalisten van dat programma zijn al drie jaar met dat onderwerp bezig.Deze keer hadden ze de oud-ambassadeur in Bagdad aan het praten gekregen en via een procedure krachtens de Wet openbaarheid van bestuur de hand gelegd op documenten uit de archieven van het ministerie van Economische Zaken. Zo konden zij vaststellen dat in 1983 tijdens een bezoek van de toenmalige staatssecretaris van Buitenlandse Handel Frits Bolkestein aan het bewind van Saddam Hussein in Den Haag al lang en breed bekend was dat Irak op grote schaal gebruikmaakte van strijdgassen in de oorlog met Iran. Bolkestein echter roemde de nauwe samenwerking van Nederland met Irak, volgens hem van groot belang voor evenwichtige internationale verhoudingen. Pogingen van het ministerie van Buitenlandse Zaken om de leverantie van grondstoffen voor chemische wapens categorisch te verbieden, stuitten op verzet van Economische Zaken, het departement van de staatssecretaris van Buitenlandse Handel. Tijdens een ontmoeting met ministers van Saddam had hij te horen gekregen dat Irak zijn vrienden telde.

Die Bolkestein toch.

Intussen staat het journalistieke waarheidsbeginsel, zoals toegepast door Argos, onder zware druk, niet als gevolg van de veranderingen in de media, maar wel door de opkomst van de communicatie-industrie. In zijn nieuwe handboek Vrijheid van nieuwsgaring waarschuwt oud-hoogleraar mediarecht Gerard Schuijttegen de manier waarop overheid ensemi-overheid bezig zijn een eigen pragmatische waarheidsfilosofie in de praktijk te brengen, de opvatting die Menno Lievers omschreef als “waarheid is wat werkt“.

Behalve van de voorlichters - die het publiek en de media moeten voorzien van informatie - wemelt het in de publieke sector van pr- en communicatiemedewerkers die zich niet bezighouden met informatie, maar met “beeldvorming' en propaganda. Het Parool wijdde vorige week twee publicaties aan de manier waarop de mening van de burger wordt geregisseerd. De krant verwees naar een onderzoek van de Nederlandse Vereniging van Journalisten van twee jaar geleden waaruit bleek dat in Nederland in de communicatiebranche 55.000 man actief zijn tegen 14.000 journalisten.

Alleen al de gemeente Amsterdam heeft driehonderd communicatiemedewerkers in dienst. De directeur van een communicatiebureau vertelde de krant, heel eerlijk, dat het niet gaat om informatie, maar om “de regie van de perscontacten“. De nieuwe PvdA-wethouder van Cultuur in de hoofdstad, Carolien Gehrels, is tot dusver directeur van Berenschot Communicatie, hetzelfde bedrijf waar voorheen de directeur communicatie van de gemeente Amsterdam werkte, aldus nog steeds Het Parool. Nieuwe leden van de gemeenteraad kregen een cursus “Omgaan met de media'. De leerstof was: “Hoe bespeel ik de media? Wat moet ik vooral niet tegen een journalist zeggen?“

En de waarheid?

Die wordt overwoekerd door ondoordringbare lagen schimmel van subcoördinatoren, coördinatoren, lage managers, middenmanagers, hoge managers en topmanagers, allen bezig met het sturen, regisseren, uit de wind houden, onder de pet houden en elkaar bezighouden.

Het lijkt verdorie het onderwijs wel. Wat dat betreft: het aantal opleidingen “communicatie' bedraagt inmiddels een veelvoud van de opleidingen journalistiek. Zo begint in september aan de faculteit Communicatie & Journalistiek van de Hogeschool Utrecht een nieuwe opleiding International Communication and Media met als doel: “De studenten leren om media op een strategische manier in te zetten.“ (De Journalist,14 april 2006).

Wat betekent: de leugen regeert? Het betekent: “de media op een strategische manier inzetten“ in dienst van autoriteiten en machthebbers.

En wat is waarheid? De journalistieke werkdefinitie moet luiden: “Waarheid is datgene wat autoriteiten en machthebbers voor het publiek verborgen willen houden.“

    • Elsbeth Etty