Brussel wil vangst op schol en tong beperken

De toekomst van de Nederlandse vissers op schol en tong staat op het spel. Door een volledig nieuwe beheersmethode zou de vangst in drie jaar moeten halveren.

De Nederlandse vissersvloot is sterk afhankelijk van schol en tong. Nederland zorgt voor 70 procent van de tongvangst en 33 pocent van de scholvangst per jaar. De ministers van Visserij van de 25 EU-landen spreken vandaag over dit zogeheten beheersplan schol en tong.

Minister Veerman (Visserij) gaat proberen om zijn 24 collega's te laten afzien van dit plan. Hij meent dat de nieuwe beheersmethode eerst goed moet worden doorgepraat. Invoering kan veel later, stelt hij. De Nederlandse vissers staan pal achter Veerman, verzekert directeur G. van Balsfoort van het Productschap Vis. Een halvering van de vloot acht de sector na eerdere saneringen onaanvaardbaar.

De nieuwe beheersmethode zou als eerste worden toegepast op schol en tong. Andere vissoorten zouden misschien later volgen. Gevolg is al wel dat de eerstkomende drie jaar steeds 15 procent minder schol en tong gevangen mag worden. Aanleiding daarvoor is dat het scholbestand twee jaar geleden plots sterk afnam. De nieuwe beheersmethode is gebaseerd op een methode van de Verenigde Naties. De zogeheten maximum sustainable yield (MSY) gaat uit van een langetermijndoel voor visbestanden. Feitelijk mag alleen een deel van de aanwas van bestanden worden gevangen. De VN-methode is veel voorzichtiger dan de vangsthoeveelheden (quota) die de EU nu jaarlijks opstelt. Bij de quota kijken de ministers ook naar de economische gevolgen voor hun vissersvloten.

Stichting De Noordzee is blij dat de Commissie in actie komt voor een betere platvisstand in de Noordzee, aldus een woordvoerster.