Artsen volgen wens patiënt bij sterven

In zes Europese landen en in Australië legt een verzoek van de patiënt het meeste gewicht in de schaal bij medische beslissingen rond het levenseinde. Dat geldt zowel voor landen waar euthanasie onder voorwaarden legaal is (Nederland en België) als in landen waar dat verboden is, zoals Italië. Dat blijkt uit een internationale studie onder leiding van de hoogleraren Van der Wal (Vrije Universiteit) en Van der Maas (Erasmus Universiteit). De resultaten verschenen gisteren in het medische tijdschrift Archives of Internal Medicine.

Het is de eerste keer dat de beweegredenen van artsen bij beslissingen rond het levenseinde direct tussen landen vergeleken zijn. De onderzoekers benadrukken dat artsen overal van dezelfde principes uitgaan bij beslissingen rond het sterven van de patiënt. Het zou nuttig zijn, schrijven ze, als die overeenkomsten meer nadruk kregen in internationale discussies.

De onderzoekers legden artsen vier beschrijvingen van niet-bestaande ernstig zieke of stervende patiënten voor. De medici moesten beslissen over zaken als het stoppen van chemotherapie, het in slaap houden van de patiënt of euthanasie. Of de patiënt daarover zelf (eventueel door een vooraf geschreven verklaring) een besluit had genomen, was voor de artsen in alle onderzochte landen het belangrijkste criterium.

Of de artsen de beslissing van de patiënt zouden opvolgen, hing wel sterk af van cultuur en wet. In Nederland en België gingen de artsen veel vaker over tot euthanasie dan in Zweden of Italië. Op het gebied van pijnbestrijding of stoppen met behandelen waren de verschillen tussen landen kleiner.

De mening van de familie van de patiënt woog in Nederland en Australië het vaakst mee. De onderzoekers denken dat dat komt doordat artsen daar veel met familie over medische beslissingen rond het levenseinde praten.