Anton de Kom

Een onthulling kan in een verhulling eindigen. Het gebeurt zelden, maar het behoort tot de mogelijkheden als mensen kwaad worden - wat sommigen graag doen. Zo was het gistermiddag de bedoeling dat in Amsterdam Zuidoost (“de Bijlmer') een standbeeld van de Surinaamse vrijheidsstrijder Anton de Kom zou worden onthuld, ik zeg nadrukkelijk: de bedoeling. Want zover kwam het niet.

Al vroeg had zich een groepje actievoerders rond het nog ingepakte beeld verzameld, bovenaan de trappen van het plein. Zij droegen spandoeken met teksten als “Creatie van monument is ons ontnomen'. Een vrouw met een witte tulband schreeuwde steeds: “Aanfluiting... belediging!“ Naast haar stond een oudere, stevige man met een camouflagepetje op, hij zei weinig, de vleesgeworden onverzettelijkheid met in zijn mond een eenzame gouden tand die af en toe in het lentezonnetje schitterde.

In de feesttent beneden probeerden de Surinaamse autoriteiten er krampachtig de moed in te houden. Spreekstalmeester Guilly Koster sprak smalend over witte journalisten die gekomen waren om zwarte mensen met zwarte mensen te zien vechten. Het eigenaardige was dat er nauwelijks een witte journalist te bekennen viel. Er waren wel veel zwarte Surinamers toegestroomd, misschien wel om zwarte Surinamers met zwarte Surinamers te zien vechten.

Het legertje demonstranten rond het beeld groeide aan onder het wakend oog van de politie. Zij riepen dat het beeld racistisch was, omdat De Kom als een naakt lijk met gesloten ogen en dikke geslachtsdelen was afgebeeld. De symbolische uitleg door de kunstenares Jikke van Loon in de publiciteit was niet aan hen besteed.

Vanuit de feesttent nam de bezwerende taal toe. “Ik denk dat het protest een teken van de geest van Anton de Kom is“, zei oud-wethouder Hannah Belliot verzoenend, al moest ze toegeven dat ze er niet blij mee was. De spreekstalmeester riep dat “we in Suriname eigenlijk allemaal één familie zijn: familie kijven, familie blijven!“ Ook een toespraak van dochter Judith de Kom werkte alleen maar averechts op de actievoerders, die een steeds nauwere cirkel om het beeld trokken.

De organisatoren stuurden tientallen kinderen, gewapend met ballonnen, de trappen op. “Schande dat jullie kinderen gebruiken“, tierde een actievoerster tegen een chique geklede Surinaamse dame. Schemerde hier ook iets van een klassenconflict door? De actievoerders “gebruikten' óók kinderen, een jongetje toonde een bord met de tekst: “Elk jaar heb ik verdriet/ door zwarte piet/ nu elke dag/ voel ik mij ontzettend dom/ door dit standbeeld van Anton de Kom'.

“Toon ruimte en respect voor de kinderen en de familie De Kom“, gilde de spreekstalmeester.

Ruimte kwam er, een beetje, maar het respect bleef uit. De dochter van De Kom werd opnieuw met gejouw overstemd, ontdaan moest ze worden weggeleid. De trotse kop van De Kom was heel even te zien, maar de demonstranten hielden meteen hun spandoeken voor de geslachtsdelen waar we allemaal zo benieuwd naar waren. Aan het einde van de bijeenkomst was De Kom weer even onzichtbaar als aan het begin. De demonstranten hadden hem in de Surinaamse vlag gewikkeld, alleen de stomp van zijn rechterarm stak er hulpeloos uit.