Aan de top waar het leven goed is

Het is ongelijk verdeeld.

Eén op de 385 werknemers in het Nederlandse bedrijfsleven verdient meer dan het gemiddelde fiscale ministerssalaris van 158.000 euro, de zogeheten Balkenende-norm. In de (semi-)publieke sector zijn de verhoudingen minder scheef: één op de 1.667 werknemers komt uit boven een ministersloon.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) kwam gisteren met de langverwachte duidelijkheid over de vraag: hoeveel mensen verdienen meer dan de minister-president. Het CBS ontleent de informatie aan zijn eigen statistiek van lonen en werkgelegenheid. De rekenmeesters telden ruim 13.000 banen in de marktsector die meer opleveren dan de 158.000 euro. In de (semi-)publieke sector gaat het om 1.200 banen.

Dat laatste getal is aanzienlijk meer dan het ministerie van Binnenlandse Zaken tot nu uit onderzoeken over de overheid en de semi-publieke sector (ziekenhuizen, universiteiten, woningcorporaties) wist te wringen. De laatste rapportage (over het jaar 2004) van het ministerie aan het parlement rept van 261 functies die meer opleveren dan 130.000 euro. Dat getal was op dat moment het niveau van de Balkenende-norm.

Waar komt het verschil vandaan tussen de cijfers van Binnenlandse Zaken en de uitkomsten van het CBS?

De resultaten van het ministerie zijn gebaseerd op een vrijwillige enquête. Geen zin? Ook goed. Onderzoeken van het CBS hebben daarentegen een minder vrijblijvend karakter.

Het tweede verschil is dat Binnenlandse Zaken onderzoek deed naar topfunctionarissen, terwijl het CBS iedereen in de cijfers meeneemt die meer verdient dan een minister, of de betrokkene nu bestuurder is of niet. Deze aanpak spoort met de wetgeving per 1 maart dat organisaties in de (semi-)publieke sector opgave moeten doen van alle functies die beter verdienen dan 158.000 euro. Dat betekent dat bij ziekenhuizen bijvoorbeeld niet alleen bestuurders meetellen, maar ook medisch specialisten die uitkomen boven de Balkenende-norm.

Uit de cijfers van het CBS blijkt dat de meeste topinkomens in de semi-publieke sector verdiend worden bij de ziekenhuizen. Minister Hoogervorst (Volksgezondheid, VVD) probeert de specialistenlonen omlaag te krijgen en laat de bestuurdersbeloningen eveneens scherp onderzoeken. Een van de onvermoede resultaten van zijn laatste onderzoek: de basissalarissen van sommige directeuren zijn lager dan in de jaarverslagen vermeld, omdat de daarvoor bestemde formulieren niet goed worden ingevuld.

    • Menno Tamminga