'Verloedering bedreigt sport meer dan doping'

Sportclubs verloederen in toenemende mate en het wordt tijd daar tegenop te treden. Dat vindt Roel Bekker, de hoogste sportambtenaar van Nederland. Hij sprak zaterdag zijn ongerustheid uit over het morele verval bij sportverenigingen tijdens het derde congres voor sportbestuurders in Rotterdam. 'Op termijn is verloedering een groot gevaar voor de sport, heel wat erger dan bijvoorbeeld doping. Nu al is te zien dat men zich van bepaalde sporten of verenigingen afwendt, omdat je met goed fatsoen je kinderen er niet meer heen kunt sturen.'

Bekker, die sprak in zijn hoedanigheid als secretaris-generaal van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), schetste een tragisch beeld van een afglijdende sportcultuur in Nederland. Hij noemde als voorbeelden de toename van molestatie van scheidsrechters, onsportief gedrag op en rond het veld, hysterisch scheldende pubers als er geen patat in de kantine wordt verkocht of clubsponsors die al rokend en drinkend de regels negeren. 'Nog een bacootje bestellen en aan het eind van de middag met te veel drank in hun Mercedes het sportterrein verlaten.'

Om op verontwaardigde toon te vervolgen: 'En 's avonds ontaardt een feest in het clubhuis vaak in een zuipfestijn, met overgevende meisjes, laveloze jongens en een stevige vechtpartij tot afsluiting. Ook dát is sportend Nederland, en niet alleen bij het voetbal.'

Het wordt tijd voor maatregelen, vindt de ambtenaar, die zei dat 'de uitwassen in de sport te lang met de mantel der liefde zijn bedekt'. Bekker: 'Bij te veel sportclubs heerst de moet-toch-kunnen-mentaliteit. 'Maak je niet druk, je doet er toch niks aan', dat soort reacties. Of is men bevreesd dat harde maatregelen de financiële positie van clubs onderuit haalt? Bang dat een strak beleid ook het kader zelf onmogelijk maakt te genieten van het goedkope biertje?'

Bekker meent dat naast de clubs ook de gemeenten en sportbonden een taak hebben om een einde aan het wangedrag te maken. Hij vindt dat bonden uiteindelijk niet moeten schromen clubs die de sport in diskrediet brengen te royeren. Bekker vertelde dat het ministerie binnenkort gaat onderzoeken hoe groot de problemen bij sportclubs werkelijk zijn. Daarnaast meldde hij dat op voorhand is besloten de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) de controle op naleving van de drankwetgeving en sportkantines te laten intensiveren.

Om niet als een generalist over te komen, nuanceerde Bekker zijn alarmerende schets met positieve uitzonderingen. Hij roemde onder andere de voetbalbond (KNVB) over het lik-op-stukbeleid in de strijd tegen voetbalvandalisme. Die laatste opmerking was een sneer naar de rechter, die recentelijk een honderdtal supporters van Roda JC vrijsprak omdat niet was bewezen dat zij aan rellen hadden deelgenomen. En daarmee legde die rechter een bom onder het lik-op-stukbeleid, dat de topambtenaar graag gehandhaafd wil zien.

In een reactie op de aanklacht van Bekker zei Erica Tersptra, de voorzitter van sportkoepel NOC*NSF, dat de secretaris-generaal de helft van het verhaal vertelt en daarmee voor een deel een karikatuur van de sportwereld maakt. 'Hij doet 4,9 miljoen recreatiesporters en 1,2 miljoen vrijwilligers ernstig tekort. Ik ontken de misstanden niet, maar Bekker moet ook weten dat NOC*NSF acties op touw zet om verloedering tegen te gaan. En als hij een vervelende 14-jarige puber ten voorbeeld stelt, is dat ook een aanklacht tegen zijn eigen ministerie, dat jaarlijks drie miljoen euro voor de jeugdzorg uittrekt. Daar ligt ook een taak voor VWS.'

Terpstra verwijt Bekker verder dat de roep om harde maatregelen niet gepaard gaat met financiële ondersteuning van de sportclubs. Sterker, de NOC*NSF-voorzitter vindt dat de laatste grote bezuinigingsoperatie onvoldoende is gecompenseerd. Terpstra: 'De sportwereld is afhankelijk geworden van toto- en lottogelden. Zonder een goede infrastructuur valt er niets aan te pakken. Daarin maakt de overheid verkeerde keuzes.'