Trap in Paleis op Dam weg voor lift

Bij de opknapbeurt van het Paleis op de Dam wordt een zeventiende-eeuwse trap gesloopt om plaats te maken voor een dienstlift. Dat gebeurt tegen het advies van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg in. De dienst vindt dat de vier liften die er nu al in het Amsterdamse Paleis zijn genoeg zijn.

Architectuurhistoricus Pieter Vlaardingenbroek van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, in 2004 gepromoveerd op de bouwgeschiedenis van het paleis, zegt dat de trap in Nederland één van de weinige nog bestaande voorbeelden is van een zogenoemde keizerlijke trap. Het gaat daarbij om een trappenhuis met zigzaggend omhoog lopende trappen. Het begint beneden met één trap in het midden, die uitkomt op een bordes. Daarvandaan voeren twee trappen aan de buitenzijden van het trappenhuis naar het volgende bordes. Vervolgens voert weer een trap in het midden gevolgd door twee trappen aan de buitenkant verder omhoog. En zo verder. Dit zorgt voor een aparte lichtval in het trappenhuis.

Volgens Monumentenzorg gaat door de sloop van de trap aan de zuidzijde van het paleis een deel van de essentie van de constructie van architect Jacob van Campen verloren.

Het Bureau Monumenten & Archeologie van de gemeente Amsterdam heeft geen bezwaar tegen de sloop van de trap, omdat het systeem van keizerlijke trappen in het paleis toch al niet meer volledig intact is. De keizerlijke trap aan de noordzijde van het paleis bij de Nieuwe Kerk is al in de jaren zestig gesloopt. En de bewuste trap aan de zuidzijde zou volgens het bureau al eens vervangen zijn en nog maar weinig originele elementen bevatten.

Het Amsterdamse stadsdeel Centrum heeft intussen een sloopvergunning afgegeven. Het is niet bekend of de trap ook al is gesloopt.