Tempel voor veelkleurig Londen

Arsenal speelt de komende weken zijn laatste wedstrijden op Highbury, het stadion dat komend seizoen wordt ingeruild voor het Emirates Stadium. Maar pas het laatste decennium werden de aanhangers high van het vertoonde spel.

Highbury, het stadion waar progressieve intellectuelen en verdraagzaam Londen zich thuisvoelden. Foto AFP Bolton Wanderers' goalkeeper Jussi Jaaskelainen (L) makes a flying save as Arsenal's Thierry Henry (2nd R) looks on during the Premiership football match at Highbury in London 11 February 2006. The game ended 1-1. AFP PHOTO ADRIAN DENNIS Mobile and website uses of domestic English football pictures subject to subscription of a license with Football Association Premier League (FAPL) tel : +44 207 298 1656. For newspapers where the football content of the printed and electronic versions are identical, no licence is necessary. AFP

Als Arsenal volgende maand de Champions League wint, herbergt het stadion Highbury (38.000 plaatsen) alle denkbare voetbalprijzen. En dan kunnen de deuren met een gerust gemoed worden gesloten. Arsenal verhuist volgend seizoen naar het nieuwe Emirates Stadium, met een capaciteit van 60.000.

Highbury werd op 6 september 1913 in gebruik genomen met een wedstrijd van de Gunners - de bijnaam die verwijst naar de munitiefabriek waar arbeiders Arsenal in 1886 oprichtten - tegen Tottenham Hotspur, toevalligerwijs ook afgelopen zaterdag de affiche van de wedstrijd in het stadion in Noord-Londen.

Als vanouds ging het er emotioneel aan toe. De onderlinge rivaliteit dateert van die openingswedstrijd, 93 jaar geleden. Tottenham vreesde destijds concurrentie en protesteerde heftig, samen met een comité ter bescherming van de residentie. De welgestelde wijkbewoners haalden de neus op voor het proletarische voetbalpubliek. De tegenstelling was niet gebaseerd op politieke of religieuze fricties, maar op regionale tegenstellingen en triviale onhebbelijkheden. En vooral op het feit dat Arsenal ten koste van Tottenham werd opgenomen in de nieuwe First Division, net na de Eerste Wereldoorlog. The Official Illustrated History of Arsenal legt een eerlijk verband: 'There were rumours of the involvement of significant sums of money.'

Vanaf 1920 bleef Highbury gedurende 85 jaar het decor voor voetbal op het hoogste niveau. Dat kreeg geen enkele andere Engelse club voor elkaar. Enkel de Europa Cup 1 ontbreekt in de met 27 prijzen gevulde trofeeënkast. Aanvankelijk dobberde Arsenal boven de degradatiezone.

Alles veranderde met de komst van coach Herbert Chapman in 1925. De 'behoudende vernieuwer' bedacht een voor die tijd revolutionaire tactische variant door in elke linie een speler naar achteren te halen om optimaal gebruik te maken van de snelle tegenaanval. 'We use a scheme for scoring goals on the break.' Het werd regel één van het huis, door de decennia heen.

Arsenal denkt in essentie defensief. Chapman ontleedde zijn strategie tot op het bot en zocht jarenlang naar 'de juiste speler op de juiste plaats'. Hij begreep bovendien het belang van The Genius, de geniale individualist, de cultheld, die de fans in extase brengt. Chapman gaf in 1929 de status van genie aan Alex James. De rebelse Schot werd de sleutelspeler in zijn systeem; hij verbond de linies met zijn technische grootmeesterschap.

Op Chapmans denkwerk stond geen maat. Geen tegenstander kreeg vat op het spel van Arsenal, dat in de jaren dertig vijf keer kampioen werd: 1931, '33, '34, '35 en '38. En twee bekers won: 1930 en 1936. En de paradox voor een verdedigend denkende ploeg: doelpunten aan de lopende band. De Gunners bluften drie jaar de concurrentie af met een century score, meer dan honderd competitiedoelpunten.

De Italiaanse bondscoach Pozzo raakte zo onder de indruk dat hij met een kopie van het Arsenal-raamwerk de wereldbekers van 1934 en 1938 won en daarmee het fundament voor het latere catenaccio legde. Chapmans zucht naar controle paarde hij aan een zekere minachting voor het spektakel, zodat de Engelse pers uit ergernis over de dominantie de term Lucky Arsenal bedacht.

Die titel veranderde later zelfs in Boring Arsenal. Deze kreet rolde vaak spottend van de tribunes en vergezelde de sporadische successen na de Tweede Wereldoorlog. Arsenal kende slechts twee mooie periodes. Van 1968-1973, met een dubbel in 1971 en een UEFA Cup in 1970, en van 1987-1993, met twee landstitels, een FA Cup en de Europa Cup 2.

Het spel deed vaak pijn aan de ogen. Niemand hield van de Gunners. Slechts de recalcitrante, langharige Charlie George en de swingende kaalgeschoren zwarte spits Ian Wright bekoorden vriend en vijand en traden in de voetsporen van Alex James.

In 1993 schreef auteur Nick Hornby zijn fameuze boek Fever Pitch. Hij doet er aan zijn onbegrijpende vrouw zijn onblusbare liefde voor Arsenal uit de doeken, aan de hand van flashbacks over onwaarschijnlijk vervelende wedstrijden. Het herkenningseffect sloeg aan: meer dan 400.000 verkochte exemplaren.

Highbury werd de tempel van de progressieve intellectuelen en van verdraagzaam en veelkleurig Londen. Het vertaalde zich in de inspirerende, maatschappelijke activiteiten van Arsenal. Met het Sports Centre for the Homeless, waar voetbalcoaches gedurende de week hun diensten aanbieden aan daklozen en risicojongeren.

En met Arsenal and Maimonades: een initiatief ter verbetering van de relatie tussen joden en moslims in Londen. In deze zondagochtendsessies spelen kinderen van beide gemeenschappen samen en worden de vooroordelen op pedagogische wijze aan de kant gezet. Arsenal trekt met deze activiteit ook regelmatig naar Israël en Palestina.

Acteur en Bergkamp-liefhebber - 'I'd pay to watch him train' - Tom Watt legt in zijn boek 80 Years of Life on Arsenal's North Bank, de legendarische staantribune die in 1992 werd neergehaald, uit hoe de verschillende migrantengemeenschappen rond Highbury zich als het ware in een natuurlijke beweging mengden met de traditionele Engelse fan: 'Joden, Ieren, Grieken en Afro-Carribeanen maakten van de North Bank een gezellige smeltkroes. Met een gezamenlijke passie, zij het met zin voor ironie, want we schaamden ons ook voor de spelstijl.' Boring Arsenal werd een geuzennaam.

Het tij moest keren, vond de clubleiding een tiental jaren geleden. In de herfst van 1996 arriveerde Arsène Wenger, de Franse globetrotter, vanuit Japan op Highbury. Hij zou Arsenal van zijn oersaaie imago verlossen. Hij cultiveerde wat hij noemde zijn liefde voor de schoonheid van het spel. Toch toonde Wengerj zich de leerling-tovenaar van Herbert Chapman. Aan zijn biograaf Myles Palmer vertelde hij dat 'hij droomt van de perfecte aanvallende beweging, in balans met verdedigende concentratie.'

Maar ook Wenger dokterde aan zijn elftal en legde de accenten eerst op het defensief denkwerk. Daarbij deed hij zijn bijnaam The Professor eer aan. De methodiek overvleugelt bij hem de intuïtie. Hij hield het conservatieve en stokoude Engelse kwartet Seaman-Adams-Winterburn-Keown-Dixon jaren in ere en ontfermde zich psychologisch over de jonge Patrick Vieira, de dynamische middenvelder van het Franse nationale elftal, die het leiderschap claimde.

Tussen 1997 en 2005 stapelde Arsenal opnieuw de prijzen op: drie Engelse titels, vier FA Cups, vijf tweede plaatsen en een recordserie van 49 ongeslagen wedstrijden. In de spits soleerden Dennis Bergkamp en Thierry Henry met insnijdende, briljante en onstuitbare dribbels op snelheid.

Highbury raakte het laatste decennium in een roes, werd voetbalhigh.