Race naar de Europese fiscale bodem

Het kabinet wil in 2007 de belastingheffing op winst uit ondernemen drastisch verlagen. Goed voor de economische slagkracht en het vestigingsklimaat, aldus staatssecretaris Wijn.

Eerst moest er een politiek akkoord zijn over de koopkracht. Nu dat eind vorige week is bereikt en het CDA dik tevreden is omdat het 'sociale gezicht' is gered, breekt het moment aan om de omvangrijke lastenverlichting voor het bedrijfsleven bekend te maken. Daags na het kabinetsakkoord over de Voorjaarsnota 2006 en het uitgavenkader voor de begroting 2007 zet staatssecretaris Joop Wijn (Belastingen, CDA) de details uiteen van een pakket fiscale maatregelen ten gunste van het ondernemersklimaat in Nederland.

'Koopkracht gaat over herverdeling, lastenverlaging voor het bedrijfsleven over economische slagkracht', zegt Wijn zaterdagochtend in een Amsterdams café.

Met een pakket van in totaal 3,2 miljard euro aan belastingverlagingen wil Wijn aan de wensen van zowel het midden- en kleinbedrijf als het grote bedrijfsleven tegemoet komen. Het tarief van de vennootschapsbelasting (nu: 29,6 procent) gaat naar 25 procent, respectievelijk 20 procent voor bedrijven met een winst lager dan 22.000 euro. 'Dat is de Europese bodem', zegt Wijn. Hij vindt dat 'de supermarktoorlog' tussen Europese landen met hun belastingtarieven nu maar eens moet eindigen.

Een jaar geleden kwam Wijn met de nota 'Werken aan winst': lagere tarieven die zouden worden opgebracht door beperking van de aftrekposten voor bedrijven. In hoorzittingen toonden Kamerleden en vertegenwoordigers van brancheorganisaties zich enthousiast over de tariefsverlagingen, maar kritisch dat deze de overheid geen geld mochten kosten. Bovendien zou het midden- en kleinbedrijf minder profijt hebben van de belastingverlagingen dan het kapitaalkrachtige grootbedrijf.

Het kabinet heeft zich de kritiek aangetrokken: in de aangepaste plannen van Wijn is volgend jaar 500 miljoen euro lastenverlichting voor het bedrijfsleven beschikbaar, oplopend naar 730 miljoen in latere jaren. Verder is het pakket opgetuigd met maatregelen die gunstig zijn voor kleine ondernemers. Zo komt er een verlaagd toptarief van 47,3 procent voor de inkomstenbelasting voor ondernemers. Tweederde van de ondernemers in het midden- en klein-bedrijf valt met zijn winst onder de inkomstenbelasting.

Vorige week stelde Rita Verdonk in haar gooi naar het VVD-leiderschap voor om het toptarief van de inkomstenbelasting in de volgende kabinetsperiode van 52 naar 48 procent te verlagen. Wijn wil niet over de toekomst na de verkiezingen praten. Maar hij zegt wel: 'Ik introduceer nu al een tarief dat lager ligt voor kleine zelfstandigen.' En hij voorspelt: 'Van dat nieuwe tarief gaan we nog jarenlang plezier krijgen.' Aldus suggererend dat een volgend kabinet het toptarief van de inkomensbelasting kan verlagen.

Wijn houdt vast aan de grondslagverbreding om de tariefsverlagingen te kunnen financieren, maar hij komt tegemoet aan de bezwaren van ondernemers. Zo wordt de afschrijving op bedrijfsgebouwen (nu tot nul procent van de waarde) niet teruggebracht tot de economische waarde, zoals hij aanvankelijk voorstelde, maar tot een gunstiger 50 procent van de economische waarde.

Voor beleggingen in onroerend goed blijft afschrijving tot de economische waarde van kracht. De (nu onbeperkte) verliescompensatie wordt niet gemaximeerd op acht jaar, zoals Wijn wilde, maar op negen jaar. 'Als een ondernemer in negen jaar zijn verliezen niet kan wegwerken, heeft hij òfwel een goede belastingadviseur òfwel moet hij zich afvragen wat nog de economische waarde van zijn bedrijf is.'

Verder nam Wijn, na aandringen van de Kamerleden Dezentjé Hamming (VVD) en Crone (PvdA), een 'kennisbox' (tarief voor inkomsten uit octrooien) en een 'rentebox' (idem voor rente-inkomsten) van respectievelijk 15 en 5 procent in zijn plannen op.

    • Roel Janssen