Mr. Gus, de gulle koopman van Monrovia

Guus K. begon zijn loopbaan als zakenman met het importeren van BMW's.

Nu staat hij in Den Haag terecht voor oorlogsmisdaden onder Charles Taylor.

Wapens die omgesmolten gaan worden, Liberia 2005 Foto AP, George Osodi Thousands of weapons wait to be convertedinto usable tools inside a warehouse at the Brewerville traning centre in Brewerville, about 56 miles, 90km, from Monrovia, Liberia, Friday, Nov. 18, 2005. The centre was set up by the Gesellschaft Fuer Technische Zusammenarbeit (GTZ) a German organisation, to convert steel from the thousands of weapons handed over by ex-combatants and train ex-combatants and local youths affected by the civil war in vocational skills (AP Photo/George Osodi) Associated Press

Hij droeg altijd een zonnebril, hij was vriendelijk en gul, en hij was goed geïntegreerd in de Liberiaanse samenleving. Zo goed, dat hij behoorde tot de inner circle van Charles Taylor, eens de meest gevreesde rebellenleider van West-Afrika, daarna de smerigste president die de regio heeft gekend. De Nederlandse zakenman Guus K. staat vandaag terecht op verdenking van wapensmokkel naar Liberia en medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden. In Liberia kent iedereen hem als Gus. 'Een crimineel', zegt een bekende advocaat die veel onderzoek heeft gedaan naar Guus K. 'Supermaffia', zegt een andere advocaat.

Liberia, dat gesticht werd door bevrijde Amerikaanse slaven, werd onder gangsterpresident Charles Taylor een pleisterplaats voor schurken, onruststokers en geslepen zakenjongens. Wie het netwerk van sleutelfiguren rond Taylor probeert te ontrafelen, waant zich in de wereld van de Godfather-films. Maar Guus K. zei vorig jaar tegen Nieuwe Revu dat hij zich van geen kwaad bewust was. Jaren had hij zitten 'krabbelen' om zijn hoofd boven water te houden. Ja, natuurlijk was hij bevriend geweest met Taylor: 'In Afrika heb je geen andere keus dan op goede voet te staan met de machthebbers.'

Guus K., een forse man met een hoekig gezicht, deed in import en export voordat hij begin jaren tachtig in het toen nog welvarende Liberia belandde. Eind jaren zeventig was hij in de Verenigde Staten veroordeeld voor een poging tot heling van zes schilderijen, waaronder een Rembrandt. In Monrovia, de hoofdstad van Liberia, werd hij uitbater van een vijfsterrenhotel: Hotel Africa, speciaal ontworpen voor een eenmalige conferentie van Afrikaanse staatshoofden. BMW-importeur Guus K. kon het leegstaande gebouw met bijbehorende villa's pachten van de regering van president Samuel Doe. Hij opende er ook een casino. Het werd al snel een ontmoetingsplek voor de elite van het land. In Hotel Africa ontmoette Guus K. een Liberiaanse rechtenstudente die later zijn vrouw zou worden. Ze kregen een zoon en een dochter.

Volgens Liberiaanse activisten die zich in de zaak verdiept hebben, diende Hotel Africa als een chique façade voor praktijken die het daglicht niet konden verdragen. Zij zeggen dat Guus K. in die tijd betrokken was bij drugshandel en het witwassen van geld. Een van Guus K's vroegste zakenpartners was Emmanuel Shaw, een Liberiaan die optreedt als financieel adviseur van Taylor en bij de Verenigde Naties te boek staat als een fraudeur.

Feit is dat Liberia eind jaren tachtig uiteen begon te vallen. Waarschijnlijk kwam Guus K. begin jaren negentig in contact met Charles Taylor. In 1989 trok de uit een Amerikaanse gevangenis ontsnapte Taylor met een handjevol rebellen het land binnen. Taylors opstand werd met gejuich ontvangen, want Samuel Doe had zich onmogelijk gemaakt als president. Binnen een mum van tijd had Taylor de wingewesten van Liberia in handen. Al in 1991 verleende hij houtkapconcessies aan bedrijven in het gebied onder zijn bevel. Datzelfde jaar hielp Taylor bij het bewapenen en trainen van een rebellenbeweging in het buurland Sierra Leone. Ook de troepen van dit Revolutionary United Front (RUF) veroverden razendsnel de rijkste delen van het land: Sierra Leone barst van de diamanten.

Controle over die diamantgebieden werd een prioriteit voor Taylor. De VN-Veiligheidsraad vaardigde in 1992 een wapenembargo tegen Liberia uit. Maar dankzij hout, diamanten, rubber en ijzererts kon Taylor illegaal het wapentuig inkopen waarmee hij de bevolking in toenemende mate terroriseerde. Er vielen honderdduizenden doden voordat Taylor deelnam aan de presidentsverkiezingen in 1997. De Liberianen waren zo bang voor hem dat ze massaal op hem stemden.

Toen Taylor president werd, schroefde hij de steun aan de rebellen in Sierra Leone op. Hij voorzag het RUF van wapens, satelliettelefoons, schoenen en medicijnen. Kort daarop lanceerden de rebellen operatie No Living Thing. Hun aanvalsstrategie was gruwelijk: de rebellen, veel van hen nog kinderen, hakten armen, benen en oren van burgers af. Sierra Leone raakte totaal ontwricht. Later financierde Taylor ook rebellen in de buurlanden Ivoorkust en Guinee. Oorlog betekende geld.

Liberia werd 's werelds eerste 'mislukte staat'. Guus K's hotel ging failliet. Maar de Nederlander kwam in het vizier van milieu- en mensenrechtenorganisaties, toen hij ineens directeur werd van de Oriental Timber Company (OTC). In 2000 probeerde de VN-Veiligheidsraad de opmars van het RUF te stuiten door de export van diamanten uit Liberia en Sierra Leone te verbieden. President Taylor verschoof daarop zijn aandacht naar tropisch hardhout. OTC werd in 1999 opgericht met de Indonesische multinational Djan Djajanti Group. Het was het grootste houtkapbedrijf van Liberia. Zowel Guus K. als Taylor hadden aandelen in het bedrijf. De Liberianen noemden OTC spottend Old Man Taylors Company. Taylor zelf noemde het zijn pepper bush, de lokale term voor goudmijn.

Guus K's onderneming was gevestigd in de havenstad Buchanan. Volgens activisten was Buchanan uitgekozen omdat illegale activiteiten daar minder in het oog zouden lopen dan in Monrovia, waar de Amerikaanse ambassade vlakbij de haven ligt. Tussen 2000 en 2003 verscheepte het bedrijf voor tientallen miljoenen dollars hardhout naar het buitenland, met name naar China en Frankrijk. Maar de houtschepen kwamen lang niet altijd leeg terug. 'De haven was de belangrijkste locatie voor wapenimport over zee en werd beheerd door K', schreef de milieu- en mensenrechtenorganisatie Global Witness in een gedetailleerd rapport. 'Houtschepen zijn geschikt voor de import van wapens omdat ze gekoppeld zijn aan de houtkapindustrie en hun regelmatige aankomst en vertrek dus niet speciaal opvallen.' Een onderzoeksteam van de VN vond bewijs dat OTC geld had overgemaakt naar de beruchte Russische wapenhandelaar Victor Bout. Het houtkapbedrijf zou ook een gewapende militie van 2.500 man in dienst hebben gehad. In 2001 kreeg Guus K. als eerste Nederlander ooit een reisverbod opgelegd van de VN.

De wapens werden volgens getuigen 's nachts in zwarte containers geladen en naar Monrovia gereden. Alles was welkom: kalasjnikovs van Chinees fabrikaat, machinegeweren, raketgranaten. Taylor lag in die tijd onder vuur. In 1999 waren rebellen vanuit het buurland Guinee de grens overgetrokken. In 2003 kwam daar een tweede rebellenbeweging bij. Beide groepen wilden een einde maken aan Taylors regime. Hout vormde de belangrijkste bron van inkomsten van de belaagde president. Taylor gaf zelfs toe dat hij de houtindustrie gebruikte om het wapenembargo te omzeilen: 'Ik moet mezelf kunnen verdedigen.' De intensieve lobby van hulporganisaties om hout uit Liberia te verbieden, wierp in 2003 vruchten af. In mei van dat jaar besloot de VN-Veiligheidsraad tot een embargo op Liberiaans hout. Drie maanden later bestookten de rebellen Monrovia met mortiergranaten. Onder grote buitenlandse druk stapte Taylor uiteindelijk op.

Guus K. vertrok stilletjes naar de Congolese hoofdstad Brazzaville, waar hij opnieuw een houtkapbedrijf begon. Nu nog doen in Liberia verhalen de ronde over de hardvochtige manier waarop werknemers van OTC behandeld werden. 'Ik ben sinds lang op de hoogte van K.'s criminele activiteiten, zijn betrokkenheid bij Taylors vriendenkring en zijn directe steun aan Taylors oorlogsmachine', zei een aanklager van het Speciale Hof voor Sierra Leone, David Crane, toen Guus K. vorig jaar op een Rotterdams station werd aangehouden. Volgens Crane bracht de arrestatie 'een belangrijke slag [toe] aan westerse profiteurs die zichzelf verrijken over de rug van Afrikanen'.

HANS BUDDINGH'

Volg de verslagen van het proces op www.nrc.nl. Lees dossiers over oorlogsmisdaden op www.om.nl.