Lijdende schoonheid

In het beroemde laatste shot van The Third Man loopt ze langs de camera het beeld uit, de vriendin van Harry Lime, getekend door de oorlog, maar in haar schoonheid niet geraakt. De actrice die haar gestalte gaf is er niet meer. Alida Valli overleed zaterdag in Rome, 84 jaar oud. Daarmee zijn alle hoofdrolspelers van The Third Man dood, evenals de regisseur, Carol Reed, en de schrijver, Graham Greene. Geen ligt begraven op het Weense kerkhof waar die laatste scène van de film zich afspeelt.

Alida Valli had al een grote carrière achter de rug toen ze in 1949 de vrouwelijke hoofdrol speelde in The Third Man. Barones Alida Maria Laura Altenburger von Marckenstein und Frauenberg, in 1921 geboren in Pula, toen Italië, nu Kroatië, speelde in de jaren dertig in zogenaamde witte telefoonfilms, komedies die zich afspeelden in de hogere kringen, en maakte zich daarmee zo geliefd dat ze de 'Fidanzata d'Italia' , de verloofde van Italië werd genoemd. Na de oorlog beproefde ze haar geluk in Hollywood, waar David O'Selznick in haar een nieuwe Garbo zag. Op de credits verscheen ze daarom als 'Valli'. Haar eerste Amerikaanse film was The Paradine Case van Hitchcock, die later bekende dat hij liever de echte Garbo had gehad.

Het succes van The Third Man bracht haar in Amerika geen eigen succes, wel vaker het lot van acteurs die in meesterwerken spelen. In 1951 keerde ze terug naar Italië, waar ze nog wel een paar keer kon vlammen, zoals in Senso van Luchino Visconti, waarin ze als gravin Livia Serpieri krankzinnig van liefde mocht worden. Valli's schoonheid sloot lijden altijd in; een bloem nog mooi tijdens het verwelken. Sindsdien was Valli nog te zien in een groot aantal Italiaanse films, van Antonioni's Il grido tot Bernardo Bertolucci's 1900. Steeds vaker waren het, zoals dat gaat, bijrollen. Ook in de Franse film is ze geliefd geweest; ze speelde voor Claude Chabrol, René Clement, George Franju.

Nu loopt ze het kerkhof niet meer af.