Knuffelklassiek bij spektakelshow

Bij Classical Spectacular valt de spectaculair bedoelde licht- en lasershow een beetje tegen.

Maar stiekem is het bekende muziekprogramma zelfs voor sceptici tamelijk aanstekelijk.

Foto Merlin Daleman Classical Spectacular. Ahoi, Rotterdam. 22-04-06 © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

Op het gebied van lasertechniek is sinds de jaren tachtig nog weinig vooruitgang geboekt. Dat zou je kunnen concluderen na het concert van knuffelklassiek, Classical Spectacular, in Ahoy', zaterdagavond. Rood, blauw, groen, geel en paarse laserstralen zwiepen zoals een zwaailicht mee op de maat van de muziek. Of knipperen aan, uit, aan, uit. Het is weinig indrukwekkend en leidt eerder een beetje af.

Een andere conclusie: heel veel mensen houden van klassieke muziek, mits voorzien van een aantrekkelijk showelement. In het vrijwel uitverkochte Ahoy' komen jong en oud, mantelpakjes en schakelkettingen gebroederlijk bijeen. Een man met tatoeage baart even opzien. 'Die zouden ze in het concertgebouw niet eens binnenlaten!', galmt een vrouw door de zaal.

De laatste conclusie, of liever gezegd dringende aanbeveling, luidt: klassieke muziek in reclame moet verboden worden. Tijdens Classical Spectacular kun je heel goed het spel 'raad de reclame' spelen.

Ochtendgloren uit de Peer Gynt-Suite van Edvard Grieg bijvoorbeeld, was dat niet die vredig in de yoghurt ronddobberende aardbei, en die opduikende boze banaan? En diende Georges Bizets Torero-mars uit Carmen niet ter aanbeveling van een schoonmaakmiddel?

Bij Classical Spectacular blijkt veel toegankelijke klassieke muziek voor altijd verpest door reclame, WK-voetbal (Nessun Dorma uit Puccini's Turandot) of een slechte soft-erotische film (Maurice Ravels Bolero). Al teveel herkenning staat waardering in de weg.

Overigens geldt voor de meeste bezoekers precies het omgekeerde. Herkenning is voor hen de helft van het plezier. Het publiek slaakt een zucht bij het slavenkoor uit Verdi's Nabucco. Om daarna massaal gelukzalig mee te neuriën. Cindy Rombout (34) uit Dordrecht: 'Als ik het ken, vind ik het leuker.'

Maar komt klassieke muziek ook tot zijn recht in een grote zaal als Ahoy'? Moeilijk. Met als belangrijkste oorzaak - een absolute doodzonde in gewone concertzalen - de versterking. Weg zuiverheid, weg intimiteit (voor zover daar bij marsmuziek, vrij dominant in het programma, sprake van is). Wat resteert is een blikkerig, vlak geluid. De oplossing, in Ahoy': de volumeknop omhoog. Zo wordt alles in overweldigend geluidsgeweld gesmoord, aan het slot zelfs in kanongebulder.

Toch voelt zelfs de grootste scepticus gedurende de avond de onbedwingbare behoefte de maat van de muziek mee te stampen. Soms is er wel gêne, als bij de Bolero met het inzetten van de sensuele hobo het licht boven het podium zwoel rood en oranje kleurt. Of rood-wit-blauw bij John Philip Sousa's Stars and Stripes Forever . Maar veel is te danken aan dirigent Anthony Inglis, die met typische Britse, steile ironie een soort stand-up-comedy-klassiek creëert. En aan het Royal Philharmonic Orchestra, dat zich vaardig door de vreemde omstandigheden heen slaat. Ook heeft het wel wat, een klassiek orkest in een zaal als Ahoy. Klassieke muziek zag er nog nooit zo cool uit.

Aanstekelijk is het enthousiasme van het publiek. Huib van Heemst (65) uit Hellevoetsluis vond het in één woord 'grandioos'. Van Heemst kreeg een kaart (in prijs variërend van 32,50 tot 72,50 euro) van een vriendin. Liefhebber Van Heemst herkende veel muziek uit zijn eigen collectie. 'Om dat met dit orkest hier zo live te horen was me uit het hart gegrepen.' Klapper van de avond was voor hem de Ouverture 1812 van Tsjaikovsky: 'Die kan ik thuis nooit zo hard zetten.'

    • Herien Wensink