Kafka

Ik moest gistermiddag naar Rotterdam en om in de stemming te komen begon ik in de trein alvast In de strafkolonie van Franz Kafka te herlezen. Daarmee wil ik niets ten nadele van Rotterdam zeggen, ik loop alleen enigszins vooruit op mijn reisdoel: een symposium van de Nederlandse Franz Kafka-Kring in het Goethe-Institut aan de Westersingel.

Zou er wel eens een symposium zijn gehouden over humor bij Kafka? Die duikt op de onverwachtste momenten op, terloops en laconiek, een bizar detail in een ernstige beschrijving.

In de strafkolonie is een gruwelijke vertelling over marteling met een machine die uit drie delen bestaat: het Bed, waarop de veroordeelde ligt, de Eg die hem met naalden bewerkt en de Tekenaar die de Eg aanstuurt om de tekst van het overtreden gebod in het lichaam te etsen, bijvoorbeeld 'Eert uw superieuren'. Als 'de officier' de werking van het apparaat uitlegt aan een neutrale buitenstaander, 'de reiziger', zegt hij: 'En er is ook een tandrad in de Tekenaar te scherp afgesleten; het krast ontzettend wanneer de machine aan de gang is, je kan je dan nauwelijks verstaanbaar maken; onderdelen zijn hier helaas erg moeilijk te krijgen.'

Het is alsof je een bewaker in Hitlers (latere!) gaskamers hoort zeggen: 'Het is een mooie uitvinding, maar je krijgt die gaslucht 's avonds zo moeilijk uit je kleren.'

Het ging in Rotterdam over Kafka's werk als ambtenaar en zijn houding tegenover de techniek - in boeiende lezingen van de Kafka-kenners Cor de Back en Niels Bokhove. Die Nederlandse Kafka-kring is in 1992 opgericht en heeft ongeveer 120 leden, een aantal dat in de loop der jaren stabiel is gebleven. Voor 30 euro per jaar krijgen de leden een kwartaalblad, het Kafka-Katern, en verder wordt minstens eenmaal per jaar een bijeenkomst georganiseerd.

Kafka stond ambivalent tegenover de technische vooruitgang. Hij zag de voordelen wel, maar betreurde ook de ontpersoonlijking door de techniek, zoals bij de schrijfmachine die het handschrift verdrong. Die tendens zou je ook een van de thema's van In de strafkolonie kunnen noemen. In zijn werk als hoge ambtenaar bij de Arbeiter-Unfall-Versicherungsanstalt für das Königreich Böhmen in Prag had Kafka veel met bedrijfsongelukken te maken. Deze semi-overheidsinstelling moest erop toezien dat tienduizenden tegenspartelende industriële ondernemingen zich aan de sociale wetten hielden.

Cor de Back schetste Kafka als een plichtsgetrouwe ambtenaar, die keihard werkte voor een mager salaris: 'Hij verdronk in het werk.' Kafka nam de werkgevers, ook in krantenartikelen, stevig op de korrel als ze weer eens hun arbeiders te grote risico's lieten lopen. Maar hoe gewetensvol ook, Kafka deed zijn werk met grote tegenzin, het hield hem af van het enige dat zijn bestaan kon rechtvaardigen: het schrijven. 'Alleen betekent het voor mij een verschrikkelijk dubbelleven waaruit waarschijnlijk enkel de waanzin uitweg biedt', schreef hij in zijn dagboeken.

In de pauze vroeg Cor de Back, tevens voorzitter van de Kafka-kring, mij met licht Rotterdams acccent: 'Weet u hoe Feyenoord-Ajax is afgelopen?' Als ik het had geweten, zou ik het niet hebben gezegd. Zo'n Kafka-middag leek me voor Rotterdammers al zwaar genoeg, en het is nog maar helemaal de vraag of ze bij Feyenoord tijdig nieuwe onderdelen kunnen krijgen.

    • Frits Abrahams