Hongaren stemmen voor politieke rust

De Hongaarse verkiezingen zijn gewonnen door de socialistische MszP. Het is de eerste keer sinds het communisme dat een zittende regering kan aanblijven. 'Er moet een einde komen aan de kloof in ons land'.

In Hongarije heeft de socialistische regeringspartij MSzP de verkiezingen gewonnen. Het is voor het eerst dat de kiezers in het voormalige Oostblokland de zittende regering een tweede termijn gunnen. De opkomst was ruim 63 procent.

De jonge EU-lidstaat Hongarije, die de laatste jaren gebukt gaat onder sterke politieke polarisatie, is toe aan rust en politieke stabiliteit, reageerde de zegevierende premier Ferenc Gyurcsány zondagavond. 'We moeten het land weer herenigen. Iedereen, links én rechts, moet profiteren van deze verkiezingsuitslag.'

MSzP en de kleine, liberale coalitiegenoot SzDSz behalen gezamenlijk met 210 zetels een ruime meerderheid in het 386-zetels tellende parlement. Grote verliezer is de centrumrechtse oppositiepartij Fidesz. Het verlies in de eerste verkiezingsronde, op 9 april, kon Fidesz-leider Viktor Orbán in de tweede ronde van gisteren niet meer goed maken. De partij blijft steken op 164 zetels. De kleine conservatieve oppositiepartij MDF (Hongaars Democratisch Forum) krijgt elf zetels.

Net als bij de vorige verkiezingen, in 2002, voerden de socialisten en de conservatieven van Orbán onderling een harde campagnestrijd die, oordelen politieke analisten, bol stond van loze beloftes en haatdragende leuzes. In 2002 leidde dat tot tweespalt binnen veel Hongaarse families: ouders die links stemden keerden hun conservatief stemmende kinderen de rug toe, en vice versa. Een herhaling daarvan wilden de Hongaren nu voorkomen. In meerderheid koos men voor voortzetting van het huidige beleid, en tegen de populistische en xenofobe toon die Fidesz aanslaat.

'De belangrijkste conclusie van deze uitslag is dat er een einde komt aan de kloof in ons land,' zei SzDSz-leider Gábor Kuncze zondagavond in de feesttent die zijn partij in het centrum van Boedapest had opgezet. Uitbundig werd er door duizenden op straat gedanst.

'We zijn de leugens meer dan zat,' zegt student Ákos Tóth. 'De socialisten hebben de winst vooral te danken aan de groeiende aversie tegen Fidesz. Met hun op haat gebaseerde campagne hebben de conservatieven alle kansen verspeeld.'

Vanaf de burcht in Boedapest, waar Fidesz bijeen was, bracht Orbán telefonisch zijn felicitaties over aan premier Gyurcsány. Over een mogelijk aftreden als partijleider liet Orbán zich niet uit. De verklaring voor zijn verlies is volgens hem het gebrek aan samenwerking tussen de conservatieve partijen. 'Zij die niet in staat zijn hun krachten te bundelen, zijn gedoemd te verliezen,' zei Orbán. Hij verwees daarmee naar zijn conflict met Ibolya Dávid, leider van MDF. Fidesz en MDF regeerden van 1998 tot 2002 en gingen in 2002 nog samen de verkiezingen in. Maar ditmaal keerde MDF, dat geen vertrouwen meer heeft in het politieke programma van Fidesz, zich tegen zijn natuurlijke bondgenoot. Zonder de steun van Dávid, een van de weinige gezaghebbende vrouwelijke politici in Hongarije, stond Fidesz er alleen voor en kwam daardoor tekort.

De invloed van MDF, dat in 1990 als partij van anticommunistische intellectuelen en activisten de eerste regering in het vrije Hongarije vormde, slonk gedurende de jaren negentig. Maar Dávid heeft haar partij tijdens deze verkiezingen weer op de kaart gezet. Ze wordt door analisten gezien als de morele winnaar.

'We zetten onze strijd vanuit de oppositiebankjes voort,' zei Dávid gisteravond. 'De strijd vóór een stabiel Hongarije, en tégen de corruptie.'

Behalve met corruptie kampt Hongarije met een sterk oplopend begrotingstekort (8 procent), een zieltogende gezondheidszorg en overcapaciteit in het bestuursapparaat. De regeringscoalitie van MSzP en SzDSz moet ditmaal met hardere maatregelen komen dan ze de afgelopen regeerperiode liet zien. Ruim 150.000 van de in totaal 800.000 ambtenaren verliezen hun baan, als de regering zich houdt aan de voornemens om te bezuinigen.

'Ik hoop maar dat de regering dat lef nu toont', zegt student Ákos. 'Anders schieten we er nog niks mee op.'

    • Tijn Sadée