Het Goudlokje-scenario is terug

Groeit de wereldeconomie niet gevaarlijk hard? Voor de financiële markten, die het zouden moeten weten, geldt het optimale scenario: de economie is niet te heet en niet te koud.

Een paar jaar geleden zouden de financiële markten bloednerveus zijn geweest als de belangrijkste beleidsmakers van de wereld een volle dag zouden hebben gewijd aan het bespreken van wisselkoersen en betalingsbalansen. Maar vrijdag, toen directeur De Rato van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) een brainstormsessie belegde over dit onderwerp, liet het de markten zo goed als koud.

Aan de deelnemers kan het niet gelegen hebben, want ze waren er allemaal: de ministers van Financiën en centrale bankiers van de machtigste economieën. Inclusief Ben Bernanke, de chef van de Amerikaanse centrale banken. En Jean Claude Trichet van de Europese Centrale Bank. En de Japanners, en de Chinezen.

Aan het onderwerp kon het ook niet liggen. Het IMF had twee dagen daarvoor laten weten dat het rechttrekken van de onevenwichtigheden in de wereldeconomie, waarbij Amerika veel te veel leent en met Azië te veel spaart, een 'significante' daling van de Amerikaanse dollar zou vergen op de middellange termijn. Nout Wellink, de Nederlandse centrale bankier, merkte het na afloop op: nauwelijks nervositeit op de markt, en dat was vroeger wel anders.

Het 'lezen' van de markt is lastig geworden. Vrijdag klom de prijs van ruwe olie in de Verenigde Staten naar 75 dollar per vat. Dat is een ongekend niveau. Maar tegelijkertijd bereikten de beurskoersen juist nieuwe hoogtepunten. De records tijdens de topdagen van de internethausse mogen voor sommige beursindices nog ver weg zijn, het Amerikaanse Dow Jones-gemiddelde is er nog maar enkele procenten van verwijderd. De grondstoffenprijzen rijzen alom de pan uit, van nikkel tot koper, van olie tot goud, maar de bedrijfswinsten gaan in de VS en in Europa zo goed, dat de aandelenkoersen zich er weinig van aantrekken.

Vandaar dat alweer voorzichtig wordt gespoken van een oude bekende van destijds: het Goudlokje-scenario. Economische groei en inflatie houden elkaar daarbij zo goed in evenwicht dat de economie 'niet te heet is, niet te koud, maar precies goed'. Vorige week dachten analisten dat de eerstvolgende renteverhoging, met een kwart procentpunt tot 5 procent, wel eens de laatste zou kunnen zijn. Inflatie is kennelijk, ondanks de stijgende grondstoffenprijzen, onder controle. De economische groei is goed: het IMF verwacht in 2006 voor het vierde jaar op rij een wereldwijde groei van rond 5 procent. Daarvoor moeten statistici terug naar begin jaren zeventig.

Misschien is het inderdaad niet zo gek om nog eens goed naar die tijd te kijken. Hij kan worden gezien als de laatste episode van de gunstige jaren vijftig en zestig, aan de vooravond van een dollarschok en een oliecrisis. Ook destijds leek er geen vuiltje aan de lucht, en de aandelenkoersen stegen fors door onder leiding van een vijftigtal favoriete aandelen, de nifty fifty. Niet lang daarna zou alles anders worden, in de door inflatie en grondstoffencrises getekende jaren zeventig.

De geschiedenis herhaalt zich nooit. Hebben de markten gelijk, en gaat het allemaal anders? Of is dit de laatste dansplaat op een feest dat bijna over is? De markten zitten nog steeds zeer ruim in de liquiditeit: er is veel geld in omloop op zoek naar rendement. Dat betekent dat de bereidheid om risico's te nemen onder beleggers nog steeds groot is.

Voor de Amerikaanse dollar, die viel naar het laagste punt in zeven maanden tegenover de euro, was vorige week helemaal niet zo goed. En op de obligatiemarkt is de rente inmiddels gestegen tot meer dan 5 procent in de VS en 4 procent in Europa. Dat zou betekenen dat obligatiebeleggers wél een hogere inflatie verwachten, maar aandelenbeleggers bijvoorbeeld niet. De stijging van de goudprijs kan een teken zijn van naderend onheil, of van simpele speculatie.

Zo zijn er op dit moment tal van vragen op de markten. Saoedi-Arabië liet dit weekeinde weten dat er wat hen betreft een speculatief element van zo'n dertig dollar in de olieprijs zit, die dus puur op basis van productie en consumptie slechts zo'n veertig dollar zou moeten bedragen. Goudlokje, met al haar gunstige implicaties voor de naaste toekomst, lijkt voorlopig aan de winnende hand op de markten. Dat is geruststellend. Maar dat dachten ze eind jaren negentig ook.

    • Maarten Schinkel