Hard tegen hard in rechtszaak Guus K.

In Den Haag is vanmorgen de rechtszaak begonnen tegen Guus K. De Nederlandse zakenman zou in Liberia oorlogsmisdaden hebben gepleegd.

De handelwijze van de van oorlogsmisdaden verdachte Guus K. getuigt van een 'criminele Hollandse koopmansgeest', zegt de woordvoerder van het landelijk parket van het openbaar ministerie. Zijn advocate Inez Weski beschuldigt het OM er op haar beurt van zich te bedienen van 'betaalde leugenaars' als getuigen en het recht op een eerlijk proces 'stelselmatig te schenden'. De toon in het vanmorgen voor de Haagse rechtbank gestarte proces tegen Guus K., die als bevriend zakenman de Liberiaanse ex-president Charles Taylor in diens bloedige oorlogen zou hebben geholpen, was al in de afgelopen weken gezet.

Ook vanmorgen na de opening van de rechtszaak, waarvoor de uitspraak half juni wordt verwacht, haalt Weski hard uit naar het OM. Ze zegt 'geen illusie meer te hebben' dat het OM echt aan waarheidsvinding doet. Officier van justitie T. Polescuk antwoordt formeel dat de verwijten van Weski 'elke onderbouwing' missen.

Verdachte Guus K. (62), gekleed in donker pak met openstaand wit overhemd, zit er tamelijk onbewogen bij. Soms gaat hij met zijn hand langs zijn goudkleurige bril met licht getinte glazen. Of hij slaat het ene been over het andere heen. Hij helpt rechtbankpresident R. van Rossum als er wat onduidelijkheid is over enkele geografische namen in Liberia.

Voor justitie staat er veel op het spel. Juist enkele weken geleden werd Taylor, op de vlucht uit z'n Nigeriaanse ballingsoord, gearresteerd. Mogelijk wordt Taylor op verdenking van oorlogsmisdaden zelfs in Den Haag berecht, omdat een proces ter plaatse voor het speciale Sierra Leone Tribunaal tot veiligheidsproblemen zou leiden. Het is dan ook pikant dat nu een Nederlander, die door het OM als handlanger van de Liberiaanse ex-dictator wordt beschouwd, in Den Haag voor de rechter komt. Het OM zei vanmorgen dat nog wordt geprobeerd, mede op verzoek van de verdediging, om Taylor als getuige te horen. Eventueel op de plaats waar hij nu vast zit.

De opsporing van internationale misdrijven zoals oorlogsmisdaden, genocide en foltering werd in 2003 overgeheveld van het parket Arnhem naar het landelijk parket, waarbij de uitvoering in handen kwam van de Nationale Recherche. De vervolging van verdachten kreeg hiermee een impuls. Ook de komst van het Internationale Strafhof naar Den Haag heeft volgens het OM een rol gespeeld.

Een afwachtende houding van Nederland in opsporing en vervolging zou daarom voor het OM onacceptabel zijn. 'De overheid wil nationaal en internationaal een signaal geven dat Nederland geen toevluchtsoord is voor folteraars en oorlogsmisdadigers', aldus de woordvoerder van het OM. Onlangs kreeg Frans van A. 15 jaar cel wegens levering van grondstoffen voor chemische wapens aan Saddam Hussein, een zaak waarin nog beroep van het OM loopt. Rechtbankpresident Van Rossum deed ook deze zaak. Eerder kreeg een Congolees celstraf wegens foltering en werden enkele van oorlogsmisdaden verdachte Afghanen aangehouden, die in Nederland asiel vroegen. Vorig jaar maart werd Guus K. (63) in Rotterdam gearresteerd toen hij zijn dochter zou hebben willen bezoeken ondanks een door de Verenigde Naties opgelegd reisverbod.

Volgens de acht punten tellende aanklacht wordt Guus K. verdacht van oorlogsmisdaden, waarop maximaal levenslang staat, en ook van overtreding van de internationale sanctieregels tegen Liberia door wapenleveranties aan het Taylor-regime.

Guus K. 'Alleen tegenstanders Taylor getuigen'

Vervolging in Nederland wegens oorlogsmisdaden is mogelijk op grond van de uit 1952 daterend Wet Oorlogsstrafrecht (WOS), ooit gebruikt voor oorlogsmisdadigers uit de Tweede Wereldoorlog. Guus K. zou zijn rol in de bloedige Liberiaanse burgeroorlog hebben gespeeld als directeur van de houtmaatschappij Oriental Timber Company (OTC) en eigenaar van de Royal Timber Company (RTC). Zo hij z'n bewakingspersoneel van 2.500 man ('milities') niet alleen van wapens hebben voorzien maar ook aangespoord en onder bedreiging hebben gedwongen aan de kant van het Taylor-regime mee te vechten tegen groepen opstandelingen. En dit volgens het OM 'in de wetenschap dat deze aanvallen buitensporig verlies van mensenlevens, verwondingen van burgers en of schade aan burgerobjecten zouden veroorzaken'. Verder zouden in schepen waarmee hout werd vervoerd, op de terugweg heimelijk wapens voor het regime zijn vervoerd.

Volgens advocaat Inez Weski zijn de getuigen, die al in Liberia zijn gehoord, eenzijdig 'geronseld' onder tegenstanders van Taylor. Het OM heeft volgens haar nauwelijks feitenonderzoek ter plaatse gedaan. Ook zegt ze dat ze bij het vooronderzoek niet over getuigen mocht doorvragen. Volgens het OM heeft Guus K. geprobeerd het onderzoek te 'saboteren'. Zo zou zijn dochter in Liberia onder valse voorwendselen hebben geprobeerd in contact te komen met gehoorde getuigen.

De advocaat verweet het OM vanmorgen dat elke transparantie ontbreekt en dat over de vertrouwenspersonen niets bekend is. Officier Polescuk gaf aan dat om redenen van 'veiligheid' zulke gegevens niet worden verstrekt. Getuigen die volgens de verdediging nog moeten worden gehoord, zijn volgens haar onvindbaar. Er zal nog worden gepoogd getuigen ter zitting te krijgen. De officier zegde Weski toe dat de verdachte ook bij Guus K. in beslag genomen documenten kan doornemen, waaronder stukken waar uit zou blijken dat hij initiatief had genomen tot vredesbesprekingen. Volgens de rechtbankpresident zou dat meer helderheid kunnen verschaffen.

    • Hans Buddingh'