G7 wil hogere investeringen olieproductie

De scherp stijgende prijs van ruwe olie moet worden tegengegaan door hogere investeringen in de productie, betere informatie over voorraden en diversificatie van energiebronnen.

Daartoe hebben de zeven belangrijkste industrielanden (G7) dit weekeinde opgeroepen tijdens een vergadering in Washington. Ook het hoogste beleidsorgaan van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), het zogenoemde IMFC, schaarde zich achter de oproep.

De wereldeconomie ontwikkelt zich zeer gunstig, maar een van de grote bedreigingen voor de welvaartsgroei is de prijs van olie, die sterk blijft stijgen. Afgelopen vrijdag boekte olie een prijsrecord van ruim 75 dollar per vat in de Verenigde Staten. De Britse minister van Financiën Brown, voorzitter van de bijeenkomst, noemde het huidige tijdperk 'een tijd van diepgaande verandering, als gevolg van globalisering. Maar het is ook een tijd van risico's, met name door hoge en wispelturige olieprijzen en dreigend protectionisme.'

De wereldoliemarkt is zeer ondoorzichtig, omdat precieze gegevens over productie en voorraden vaak onbetrouwbaar zijn. Bovendien is er geen duidelijk beeld van de reserves die olieproducerende landen nog hebben. Prijsfluctuaties van ruwe olie hebben er bovendien toe bijgedragen dat er in het verleden onvoldoende is geïnvesteerd in nieuwe productiecapaciteit, omdat de opbrengst van dergelijke investeringen onzeker was.

Het IMFC kwam tevens overeen dat het Internationaal Monetair Fonds zal worden hervormd. Kleinere landen krijgen meer stemmen in de besluitvorming, en landen als China, Zuid-Korea, India en Mexico zullen een groter aandeel krijgen dan nu. Een besluit hierover wordt over een halfjaar verwacht, tijdens de IMF-jaarvergadering in Singapore, hoewel een concrete herverdeling nog niet werd besproken. In Singapore zullen ook verdere voorstellen van IMF-directeur De Rato worden besproken, waarbij het IMF zich aanpast aan de veranderde verhoudingen in de wereldeconomie. Er zou een systeem moeten komen van 'multilaterale surveillance' waarbij groepen van belangrijke landen elkaar in de gaten houden en gezamenlijk beleid voeren. Nederland eist dat het reguliere bestuur van het IMF, waarin het een zetel heeft, hier wel bij betrokken blijft. Dit bestuur, de executive board, heeft 24 zetels, en wordt gedomineerd door Europese landen. Het idee om dit aantal zetels sterk terug te brengen, dat circuleert in Washington, wordt door Nederland niet ondersteund. Volgens president Wellink van De Nederlandsche Bank moet met dergelijke ingrijpende veranderingen niet te haastig worden omgesprongen. De uitlatingen van de Europese Centrale Bank vorige week, dat er één gezamenlijke Europese vertegenwoordiging zou moeten komen, worden door Wellink, die lid is van het bestuur van de ECB, niet gedeeld.

    • Maarten Schinkel