De trend: file van voorspellende futurologen

1955 Zorgeloze toekomst

In Nederland staat de eerste file voor Oudenrijn, in dit jaar nog een simpele rotonde. Het land verheugt zich, de file wordt gezien als teken van vooruitgang. Steeds meer gezinnen kunnen zich een automobiel permitteren.

Zij die eens futurologen zullen heten, voorspellen een toekomst waarin iedereen zich zorgeloos en snel door het land kan bewegen dankzij goedkoop eigen vervoer.

2006 Luchtfietsen

Carpoolen helpt niet, spitsstroken helpen niet, toeritdoseerlichten helpen niet, tachtig rijden helpt niet, een fijnmaziger net van bredere snelwegen helpt niet. De realiteit is stomweg dat automobilisten de file minder erg vinden dan welk van die alternatieven ook - anders stapten ze wel uit.

Een enkele wereldvreemde uitvinder stort zich op het ideaal van de vliegende auto. Futurologen kiezen voor luchtfietsen: ze presenteren fantasieën over supersnel openbaar vervoer en ze speculeren over een hoofdrol voor de Segway. Dit grasmaaierachtige yuppenvoertuig steekt in alle opzichten (snelheid, kosten, bagageruimte, comfort, veiligheid) de ouderwetse fiets naar de kroon.

De futurologen kondigen een toekomst aan waarin iedereen zich zorgeloos en snel door het land kan bewegen dank zij nieuwe, meer efficiënte manieren van vervoer.

2057 Ongefundeerde voorspelling

Meerlagige snelwegen hebben niet geholpen, rekeningrijden heeft niet geholpen, de supersonische bus van Wubbo Ockels is (net als zijn vliegende windmolen) mislukt. Zelfs de afname van de bevolking sinds 2020 heeft nauwelijks zoden aan de dijk gezet.

Ieder mogelijk effect wordt teniet gedaan door maatschappelijke ontwikkelingen die futurologen gemakshalve vergeten. Bijvoorbeeld de toenemende welvaart, waardoor mensen de hogere vervoerskosten lachend betalen.

Een nieuwe generatie futurologen voorspelt vol goede moed een toekomst waarin iedereen zich zorgeloos en snel door het land kan bewegen. Ze kunnen niet anders, dat hebben ze nu eenmaal zo geleerd. Maar ze zeggen er niet meer bij waarop ze dat baseren.

    • Herbert Blankesteijn Internetjournalist