De Iraniër bestaat niet

Irans nucleaire programma is volgens de leiders van het land 'de wens van het volk'.

Maar de gemiddelde Iraniër met één mening over dat programma bestaat niet.

Foto’s Newsha Tavakolian Ze moeten mij er niet mee lastig vallen’ Tala Mohseni (20), studente management: „De discussie over het nucleaire programma is niet zo’n belangrijk onderwerp voor me. Ik bedoel, het hele nucleaire programma is meer een conflict tussen onze regering en het Westen. Ik volg het nieuws erover niet. Het kan me niet schelen wat ze doen met hun kernenergie. Zolang ze mij er maar niet mee lastig vallen. Ik vind de toekomst van de mensen om mij heen en van mijzelf veel belangrijker.” Tala Mohseni (20), student. Tavakolian, Newsha

Het Iraanse regime presenteert zijn in het Westen omstreden nucleaire programma aan de wereld als 'wens van het volk'. Keer op keer herhalen Irans onderhandelaars, de president en de Opperste Leider dat ze de steun hebben van '99 procent van de bevolking'. 'Ons land eist vooruitgang', zei president Ahmadinejad onlangs. Gisteren nog verzekerde het ministerie van Buitenlandse Zaken dat de vorderingen van het Iraanse atoomprogramma onomkeerbaar zijn.

Maar waar komt die 'wens van het Iraanse volk' vandaan? Opinieonderzoeken in Iran zijn totaal onbetrouwbaar. Alleen de overheid heeft het recht grootschalige onderzoeken af te nemen. In 2002 deed een bureau dat was gelieerd aan de hervormers onderzoek naar de mening van Iraniërs over relaties met de Verenigde Staten. 70 procent bleek vóór. Drie medewerkers van het bedrijf, Ayandeh-ye ruz (Toekomst), werden meteen opgepakt en jaren vastgezet. Onder hen Abbas Abdi, een van Irans belangrijkste hervormingsgezinde politici. Hij is vorig jaar vrijgelaten.

Dat betekent niet dat Iraniërs een blad voor de mond nemen over het onderwerp. Men bespreekt de voor- en nadelen van het atoomprogramma openlijk in taxi's, winkels en parken. Zonder angst voor het regime keurt men het nucleaire succes en de gevolgen ervan goed of af.

Maar 'de gemiddelde Iraniër' bestaat niet. Vraag tien Iraniërs wat ze van het nucleaire programma vinden, en je krijgt tien verschillende antwoorden. Steun voor, of bezwaar tegen het nucleaire programma is niet gebonden aan klasse, etniciteit, inkomen, leeftijd, plaats of opleiding. Religie speelt ook geen bepalende rol in de meningsvorming. Bij het politieke vrijdaggebed in de moskee wordt de staatslijn erin gestampt, maar toch zijn er strenggelovige Iraniërs met afwijkende meningen.

Voor journalisten en analisten is het vrijwel onmogelijk om één groep aan te wijzen als bepalend voor de mening van de 70 miljoen Iraniërs. Er bestaat geen grote middenklasse, die in westerse landen meestal de stem van het volk vertolkt. Het grootste deel van het volk verdient zo'n 160 euro per maand, het inkomen van een ambtenaar. De huren in grote steden zijn gemiddeld het dubbele hiervan.

Politieke partijen zijn er niet, wel facties en groeperingen. Geen daarvan heeft een programma en de weinige stellingen die worden ingenomen zijn nooit in steen gebeiteld. De Iraanse politiek is pragmatisch en wordt beheerst door een kleine elite, die volledig bestaat uit mensen die de basisprincipes van de islamitische republiek Iran ondersteunen.

Etnisch is Iran nauwelijks homogeen te noemen. Net iets meer dan 51 procent van de Iraniërs bestaat uit Perzen. 24 procent is (Turks) Azeri, er zijn Koerden (7 procent), Gilaki's en Mazanderani's beslaan 7 procent van de bevolking. Kleinere groepen zijn de Arabieren (3 procent), Baluchi's (2 procent), Lorestani's (2 procent), Turkmenen (2 procent). Minderheidsgroeperingen staan soms vijandiger tegenover de overheid. Maar dat is geen indicatie voor hun mening over het nucleaire programma.

Van invloed op de meningsvorming is wel of mensen in de stad of op het platteland wonen. Iran raakt meer en meer geürbaniseerd, wat ertoe leidt dat mensen makkelijker contact maken met de buitenwereld. Internet en telefoon werken in de stad beter dan op het platteland.

De staatsomroep heeft het monopolie op de ether. Zijn boodschap is duidelijk: iedereen steunt het atoomprogramma en is tegen de westerse druk. De illegale satellietzenders vanuit de VS, die propaganda maken voor het tegenovergestelde, worden steeds vaker geblokkeerd. De opinie van de staatsomroep is de opgedrongen mening.

Lees op Opinie (pag. 18) over militair ingrijpen in Iran.

    • Thomas Erdbrink