Waterloo voor inhalige schoonzoon

Het huwelijksgoederenrecht gaat in 2007 op de helling. Maar voor trouwlustigen die over het nodige vermogen beschikken blijft het oppassen geblazen en is een goed en waterdicht huwelijkscontract een must.

Een beeldschone Zweedse zakenvrouw en een steenrijke Hollandse ondernemer vallen voor elkaar. Zij wil snel trouwen. Beneveld door liefde en tijdgebrek huwen ze echter zonder notarieel contract. De mooie Zweedse riep nog: 'I don't need that man's money. I'm an independent woman.'

Maar intussen vloeit haar kleine kapitaal stilletjes samen met de vele miljoenen van haar man. Als het koppel enige tijd later scheidt, ontvouwt zich een bijna typisch Nederlands drama: de Zweedse eist en krijgt de helft van het gemeenschappelijke vermogen. Want wie hier trouwt zonder huwelijkscontract maakt, in tegenstelling tot in bijna alle andere landen ter wereld, alle bezit en schuld ineens gemeenschappelijk. Ook erfenissen en schenkingen worden, zonder een door de erflater of schenker opgelegde uitsluitingsclausule, gezamenlijk bezit als je in gemeenschap van goederen bent getrouwd.

Dit huwelijksgoederenrecht uit 1838 gaat, waarschijnlijk al per 2007, ingrijpend veranderen. Voor huwelijken van na de wetswijziging blijven erfenissen en schenkingen straks vanzelf privé. Ook hoef je straks niet meer naar de rechter als je huwelijkse voorwaarden wilt laten wijzigen, bijvoorbeeld om successierecht te besparen. En een schuldeiser van een man kan zijn vordering, na ontbinding van de huwelijksgemeenschap, straks minder goed op diens echtgenote verhalen. Ook gaat gelden dat, zodra een stel om echtscheiding verzoekt, de spullen die ze daarna verkrijgen niet meer vanzelf gemeenschappelijk worden. Nu gebeurt dat pas als de rechterlijke echtscheidingsbeschikking bij de burgerlijke stand is ingeschreven. Maar één ding houdt minister Donner, na veel onderzoek en gepraat, tóch onveranderd: net zoals bij de Zweedse schone blijven de vermogens versmelten van twee partners die zonder notarisbemoeienis trouwen.

'Daar is erg over getwijfeld', zegt hoogleraar notarieel recht Leon Verstappen van de Rijksuniversiteit Groningen, die het wetsvoorstel medeontwierp. 'De wetgever vindt dat het meestal gaat om onbelangrijke Ikea-meubeltjes en Tomado-droogrekjes die echtgenoten gevoelsmatig toch al een gemeenschappelijk bezit vinden. Ook wil men voorkomen dat de voorhuwelijkse vermogens bij een echtscheiding alsnog moeten worden vastgesteld. Dat is ingewikkeld. Aanstaande huwelijkspartners met vermogen moeten straks dus toch naar de notaris.'

Dat kinderen zonder huwelijkscontract hun erfenissen en giften straks niet meer met hun huwelijkspartner hoeven te delen, vindt Verstappen het meest ingrijpend. Maar pas wel op. Het nieuwe regiem geldt alleen voor kinderen die ná de wetswijziging in het huwelijksbootje stappen. Zijn ze eerder getrouwd, dan kan alleen een uitsluitingsclausule in het testament van de ouders voorkomen dat een schoonzoon er met een deel van de erfenis vandoor kan gaan of dat de nalatenschap opgaat aan de schulden of het faillissement van een aangetrouwde.

Dat verschil tussen huwelijken voor en na de wetwijziging is lastig, maar onvermijdelijk, legt Verstappen uit. 'Want stel A en B zijn getrouwd in gemeenschap van goederen en A heeft vóór en B na de wetwijziging een erfenis gekregen. Dan zou A zijn erfenis wel moeten delen met B, maar B niet met A.'

Voor bestaande én nieuwe huwelijken is wel gunstig dat de notaris het huwelijkscontract straks zonder rechter kan aanpassen. Verstappen: 'Dat scheelt tijd en geld en het voorkomt mogelijk dat verouderde huwelijkscontracten wegens kosten en rompslomp niet gewijzigd worden.'

Dat kan soms veel belasting besparen. Want stel een kinderloze ex-ondernemer bezit 800.000 euro en zijn vrouw 100.000. Overlijdt de man, dan is zijn nalatenschap 800.000 euro en moet de vrouw tienduizenden euro's successierecht betalen. Zetten de partners hun huwelijkse voorwaarden om in gemeenschap van goederen, dan bezitten beide ineens 450.000, zonder dat dit schenkingsrecht kost. Zo'n erfenis valt onder de successievrijstelling van de langstlevende echtgenoot.

Dan de huwelijkspartner met schulden. 'Een ondernemingsfaillissement gaat regelmatig samen met een echtscheiding', weet Verstappen. Zijn de partners in gemeenschap van goederen getrouwd, dan kunnen de ondernemingsschulden deels ook op het privé-vermogen van de echtgenote worden verhaald. In een Nipo-enquête uit 2002 veroordeelde het Nederlandse volk dit als onbillijk. Daarom beperkt het wetsvoorstel de aansprakelijkheid voor schulden van de partner tot globaal de goederen die tot de gemeenschap behoren. Ook een ander gevaar bij echtscheiding zal straks verdwijnen. Verstappen: 'Straks wordt een huwelijksgemeenschap al ontbonden zodra je het verzoek tot echtscheiding indient. Vanaf dat moment ben je beter beschermd tegen benadelende handelingen van je aanstaande ex-echtgenoot zoals het plunderen van de bankrekening of het verpatsen van gemeenschappelijk bezit.'

Ook vermijdt de nieuwe wet dat een erfenis of gift nog in de gemeenschap van goederen valt, terwijl je al van elkaar af wilt.

Tot slot komt er meer bescherming voor de vele gehuwden die onnadenkend met vermogen schuiven. Twee op huwelijkse voorwaarden getrouwden investeren bijvoorbeeld elk een ton in een vakantiehuis. De man regelt de aankoop en zet het op zijn naam. Na twintig jaar is het huis zes ton waard. Gaan ze dan scheiden, dan krijgt de vrouw nu slechts haar geïnvesteerde ton terug. In de nieuwe wet heeft ze ook recht op haar deel van de waardestijging; ze zou dan drie ton krijgen.

Bij de wetswijziging komt een voorlichtingscampagne. 'Dat is hard nodig', vindt Verstappen. 'Er is tien keer zo veel consumentenbescherming voor iemand die een pakje boter koopt dan voor iemand die trouwt, terwijl de kans op een ranzig pakje boter veel kleiner is de kans dat je huwelijksbootje de haven van de echtscheidingsadvocaten binnenvaart. Daar stappen mensen luchtig overheen, tót er een echtscheiding komt. Dan worden de messen geslepen en wordt er keihard geprocedeerd.'

    • Erica Verdegaal