Voormalig Stasi-agenten willen rehabilitatie

Met een netwerk van verklikkers hield de veiligheidsdienst Stasi de communistische DDR bijeen. Steeds vaker treden oud-agenten naar buiten om de dienst te verdedigen. 'Gevangenen kregen vier soorten worst, kwark en sla.'

Das Leben der Anderen van cineast Florian Henckel von Donnersmarck trekt momenteel in Duitsland volle zalen. De film gaat over het huiveringwekkende en soms ook onbedoeld hilarische netwerk van verklikkers waarmee de geheime politie in de voormalige DDR de eigen bevolking permanent schaduwde. (Foto AFP) TO GO WITH AFP STORY by Anne Padieu - This undated handout picture shows German actor Ulrich Muehe as Gerd Wiesler playing a scene of the movie "The Lives of Others" (Das Leben der Anderen). The story tells about an officer of the former East German secret police Stasi who spies on a writer and his wife in the year 1984, five years before the fall of the Wall. The drama is the first full-length movie of German director Florian Henckel von Donnersmarck. AFP PHOTO HO BUENA VISTA RESTRICTED TO EDITORIAL USE IN CONNECTION WITH THE FILM AFP

In een helder verenigingslokaal met goedkope meubels zitten mannen en vrouwen op leeftijd. Hun kleren zijn een beetje uit de tijd, hun schoenen vormloos. Ooit waren ze overtuigde aanhangers van het communisme. Zestien jaar na de ondergang van de DDR hebben ze de heilsstaat nog steeds niet helemaal losgelaten. De blik in hun ogen is hard.

In de Oost-Berlijnse wijk Lichtenberg beleggen ze regelmatig avondjes over hun land dat in 1990 ten onder ging. Ze komen bijeen in de ruimte van een linkse organisatie voor mensenrechten, GBM. Soms spreken ze over landbouw, soms over kunst. Deze avond spreken ze over het Ministerium für Staatssicherheit (MfS), de gevreesde geheime politie. De voormalige medewerkers van de Stasi hebben binnen GBM een eigen afdeling.

Peter Pfütze (73), Stasi-kolonel buiten dienst, was zesendertig jaar werkzaam voor een ministerie dat in het buitenland spioneerde en met een fijnmazig netwerk van verklikkers de eigen bevolking permanent schaduwde. Het schrikbewind van de Stasi hield de DDR bijeen. Pfütze, een grote man met grijs golvend haar, beschrijft zijn vroegere werkgever als een strenge, maar humane veiligheidsdienst.

In de gevangenissen van de Stasi werd geen geweld gebruikt, zegt hij. De levensomstandigheden van de gevangenen waren conform de norm in Midden-Europa. Iedere verdachte had een advocaat. 'Het avondeten bestond uit drie soorten brood, vier soorten worst, kwark en sla.'

De oud-agenten laten steeds vaker van zich horen. De Stasi was, zeggen ze, geen mensonterende, gewelddadige arm van de dictatuur. De Stasi hield zich aan de wet, de wet van de DDR. Op openbare bijeenkomsten zoeken ze de confrontatie met politici, historici en voormalige gevangenen. Een discussiebijeenkomst over een Stasi-gevangenis in Berlijn draaide onlangs uit op een kleine rel.

Als in het verenigingslokaal de grieven van ex-gevangen ter sprake komen, wordt Pfütze sarcastisch. 'Het is toch opzienbarend hoe het leed terugblikkend steeds groter wordt.' In veertig jaar DDR pleegden slechts zes gevangenen zelfmoord, rekent hij voor, in de West-Berlijnse gevangenis Moabit vinden elk jaar drie zelfmoorden plaats. 'Soms dronken we zelfs een kopje koffie met de gevangenen.'

Voormalige gevangenen zeggen dat ze gefolterd werden. Pfütze: 'Dat is onzin.' De gevangenen klagen over psychologische foltermethoden. 'In de jaren vijftig duurden verhoren wel eens tot diep in de nacht, vanaf de jaren zeventig werd na vijf uur 's middags niet meer verhoord.' Pfütze zucht. 'Als ik iemand twee keer dezelfde vraag stel, is dat dan psychologische folter?'

Een van de beruchtste Stasi-gevangenissen staat in Hohenschönhausen, een wijk, net ten noorden van Lichtenberg. Midden in de wijk lag een Stasi-hoofdkwartier: een ommuurd gebied van acht hectare, waar afluisterapparatuur werd ontwikkeld, dwangarbeiders te werk werden gesteld en documenten werden vervalst. Het hart van het geheime Stasi-dorp was een huis van bewaring.

In juli 1987 werd de toen 19-jarige Mario Röllig overgebracht naar Hohenschönhausen. Hij was opgepakt tijdens een poging de DDR te ontvluchten. Drie maanden zat hij in cel 328. Fysiek geweld, zegt hij tijdens een rondleiding, werd inderdaad niet gebruikt. Maar dat was ook niet nodig. 'Ze zeiden altijd: als u niet praat, kunnen we het ook anders aanpakken.'

Röllig werd in drie maanden 450 uur verhoord. De Stasi-officieren dreigden met isoleercel, dreigden zijn ouders op te pakken, zeiden niet waar Röllig zich bevond. Toen hij eens om een boek vroeg, gaven ze hem een reisboek, omdat hij zo graag naar het buitenland wilde reizen.

In het cellenblok ruikt het nog naar DDR, naar poetsmiddelen met veel formaldehyde. Het behang is beige en overal ligt lichtbruin linoleum met geometrische motieven. De cipiers hadden een voorliefde voor benepen truttigheid. De cellen zijn Spartaans. Brits, kruk, plee.

Overdag mocht Röllig niet op zijn brits liggen. Hij moest op het krukje zitten, rechtop. Hij mocht niet tegen de muur leunen. Hij werd permanent in de gaten gehouden. 's Nachts ging regelmatig het licht aan in de cel. 'Je mocht geen kracht putten uit mooie dromen.' Hij moest slapen op zijn rug met zijn armen op zijn borst. 'Ik word nog 's nachts wakker om te controleren of ik wel op mijn rug lig.'

Voor Röllig zijn mannen als Pfütze 'Karakterschweine', die de waarheid geweld aandoen. 'De ratten kruipen uit hun holen', zegt hij over de recente optredens van de Stasi-officieren. 'We baseren ons hier op getuigenissen van 1.200 gevangenen, we hoeven niet te overdrijven.'

In het verenigingslokaal wordt het verhaal van Pfütze met enthousiasme ontvangen. Jurist Horst Busse, in de DDR openbaar aanklager, valt Pfütze bij. 'Het personeel van de gevangenissen is nooit veroordeeld. Het is wel geprobeerd, maar men moest capituleren. Uiteindelijk komt dat neer op rehabilitatie.' De grijze en kalende hoofden knikken instemmend.

Na de val van de Muur werden Stasi-medewerkers slechts bij hoge uitzondering veroordeeld. Het verdrag dat de Duitse eenheid regelde bepaalt dat men alleen bestraft kon worden voor misdaden begaan volgens DDR-recht. Het was een concessie van de oude bondsrepubiek aan de DDR. Veel commentatoren zien dat nu als een fout. Als destijds harder was gestraft, konden mannen als Pfütze nu geen commotie veroorzaken. Of leed.

Mario Röllig staat op een kleine binnenplaats waar gevangenen werden gelucht, de 'tijgerkooi'. Zijn tijd in Hohenschönhausen heeft hem voor het leven getekend. In 1999 kwam hij op de sigaren-afdeling van warenhuis KaDeWe de Stasi-officier tegen die hem twaalf jaar eerder had verhoord. Röllig stelde zich voor en eiste excuses. 'Berouw is iets voor kinderen', was het antwoord. Röllig kreeg een inzinking en werd met spoed overgebracht naar een psychiatrisch ziekenhuis. De rondleidingen in de gevangenis maken deel uit van de therapie.

Sommige Stasi-medewerkers zijn goed terechtgekomen. In het bedrijfsleven. Bij publieke dienstverleners. Sommigen wonen en werken nog in Hohenschönhausen, zoals de ex-gevangenisarts. In de wijk komen gevangenen en cipiers elkaar soms tegen. Röllig: 'Dan roept zo'n opa over de heg dat zij binnenkort de macht weer zullen overnemen. Ik roep dan terug: dat maken jullie niet meer mee.'