Verdonk: Taïda Pasic uiterlijk vrijdag weg

Taïda Pasic moet uiterlijk volgende week vrijdag Nederland hebben verlaten. Dit heeft minister Verdonk gisteren gezegd na afloop van de ministerraad. Verdonk werd eerder op de dag door de Amsterdamse rechtbank in het gelijk gesteld in haar conflict met de 19-jarige Kosovaarse vluchtelinge. Een verzoek om een tijdelijke verblijfsvergunning is door Verdonk terecht geweigerd, stelde de rechtbank. Taïda Pasic, die eerder van 1999 tot 2005 met haar familie in Nederland verbleef, wil in Winterswijk haar vwo-opleiding afronden. De rechter steunt Verdonk in haar beslissing dat Pasic in Belgrado een machtiging tot voorlopig verblijf had moeten aanvragen en de procedure in het buitenland had moeten afwachten. In plaats daarvan is ze met een Frans toeristenvisum naar Nederland teruggekeerd. Maandag is er een gesprek tussen de vreemdelingendienst en Taïda Pasic, waarin praktische zaken over haar uitzetting aan de orde komen.

Pasic kan tegen de beslissing in beroep gaan bij de Raad van State.

Haar advocaat, A. Hoftijzer, liet gisteren weten dat zij de komende dagen eerst de uitspraak van de rechtbank wil bestuderen om te oordelen of een beroep kans van slagen heeft. Een beroepsprocedure bij de Raad van State mag niet in Nederland worden afgewacht tenzij er tegelijk een voorlopige voorziening wordt aangevraagd. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt pas behandeld als een uitzetdatum bekend is.

Pasic heeft de afgelopen maanden met verschillende procedures proberen te voorkomen dat ze vóór het eindexamen zou worden uitgezet. De eerste examenperiode begint op 19 mei en eindigt op 1 juni. Premier Balkenende heeft gisteren benadrukt dat Pasic eindexamen kan doen in de Nederlandse ambassade in Sarajevo. De onderwijsinspectie heeft hier eerder toestemming voor verleend. 'Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft alle medewerking toegezegd', aldus Balkenende.