Twee decennia hunkeren naar titel

Voetbalclub Standard Luik hoopt voor het eerst sinds 1983 kampioen van België te worden. Maar door een nederlaag bij grote rivaal Anderlecht dreigt het alsnog mis te gaan.

Augustus is de favoriete maand van de Standard-aanhang. Aan het begin van het seizoen prijkt hun club op het lijstje met favorieten voor de landstitel, naast Anderlecht en Club Brugge. In de lente ontwaken de supporters dan uit hun mooie droom, beseffend dat het weer eens niet voor-deze-keer zal zijn.

Zo niet deze voetbaljaargang. Nog steeds vol hoop trok Standard gisteravond als leider naar Anderlecht, dat één punt minder telde. Een overwinning zou zo goed als zeker een negende landstitel betekenen. Maar weer dreigt het verkeerd af te lopen. Standard verloor in het Stade Constant van den Stock de topper met 2-0. In plaats van vier punten voorsprong, telt het nu weer twee punten minder dan de rivaal uit de hoofdstad. En zo dreigt Standard zijn reputatie als de eeuwige maar sympathieke schlemiel van het Belgische voetbal alweer waar te maken.

Standard de Liège, in 1898 opgericht door studenten als tegenhanger van het inmiddels verdwenen FC Luik, kende zijn eerste grote opmars eind jaren vijftig. In 1958 vierde het de eerste titel, en het seizoen daarna overleefde het als eerste Belgische club de eerste ronde in een Europees toernooi. Na een zege tegen het toen dominante Stade Reims bereikte het de kwartfinale van de Europacup I. In die periode ontstond de slogan 'onmogelijk is niet Luiks' en won de Waalse club ook in Vlaanderen veel supporters.

Passie, inzet en een snufje raffinement - dat is het recept waarmee de club uit de Vurige Stede ook in 1969, 1970 en 1971 de Belgische competitie domineerde met drie titels op rij, en waarmee het in 1982 en 1983 zijn laatste landstitels behaalde.

'We waren verdedigend heel sterk, met spelers als Michel Preud'homme, Walter Meeuws, Gerard Plessers, Jos Daerden en Erik Gerets. Zij wisten wat ze konden en vooral wat ze níet konden', vertelt Simon Tahamata, ex-Ajacied en 22-voudig Nederlands international. Samen met een andere Nederlander, Arie Haan, zorgde hij voor het oranje tintje en de nodige speelsheid in het laatste kampioenenelftal van Standard, onder leiding van Raymond Goethals. 'We waren onverslaanbaar, alles lukte. Voor Raymond was het eigenlijk redelijk eenvoudig', lacht Tahamata.

Niemand weet wat Goethals bezielde om het jaar daarna smeergeld te betalen aan het bescheiden Waterschei, om op de laatste speeldag zeker te zijn van winst en een derde titel. Dat geheim nam hij mee in zijn graf. In het jaar dat de Rouches de finale van de Europacup II met 2-1 verloren van Barcelona in Camp Nou, werd de neergang van de club ingezet. Ook de komst van buitenlandse investeerders als de Fransman Bernard Tapie kon het tij niet keren.

'Die omkoopaffaire zijn ze nooit meer te boven gekomen. Tot nu misschien', hoopt Tahamata. Want net als iedereen die ooit verbonden is geweest aan de Luikse club, klopt zijn hart nog altijd voor de rood-witten. 'Het is een hele warme club, die je misschien nog het best kan vergelijken met Feyenoord. Heel volks, hele loyale supporters. Als ze hun stempelgeld hebben gekregen, kopen ze eerst een kaartje voor de wedstrijd en daarna eten.'

De supporters van Standard staan bekend als de vurigste van België. Dit seizoen zat thuishaven Sclessin, met ruim 30.000 plaatsen het grootste stadion van België, vaker vol dan ooit. Nadat de club vorige week met een zuinige 1-0 tegen FC Brussels de eerste plaats weer had overgenomen van Anderlecht, bleven de supporters hun helden tot een half uur na de wedstrijd toezingen, alsof de titel al was binnengehaald.

Standard is zelfs in Vlaanderen weer een beetje hip. Dankzij onder meer Karel Geeraerts, een jonge Limburgse belofte die in Luik wel de speelkansen krijgt die hij bij Club Brugge moest ontberen. Hij heeft zo zijn eigen verklaring voor de populariteit van het elftal, dat dit seizoen ook van ruig voetbal zijn handelsmerk heeft gemaakt, goed voor 75 gele en acht rode kaarten in 32 speelrondes. 'Anderlecht is The Beatles, Standard is The Stones', liet hij optekenen in Het Laatste Nieuws. De ruige Stones hielden op die manier wel al zestien keer de nul.

Standard heeft altijd een Vlaams tintje behouden. Zelfs de Vlaamse minister-president, de West-Vlaamse christen-democraat Yves Leterme, steekt zijn liefde voor de club niet onder stoelen of banken. Het oranje is na de tweede doortocht van Haan, begin jaren tachtig als trainer, uit de club verdwenen. Dat is nu vervangen door zuiderse passie. De Franse trainer Dominique D'Onofrio begroet zijn spelers bij iedere training met een kus, een gewoonte waar zelfs warmhartige Portugese ex-internationals als Sergei Conceiçao en Jorge Costa aan moesten wennen.

Conceiçao zorgde vooral in de eerste competitiehelft voor extra spektakel en voetbalkunst als compensatie voor het werkmansvoetbal dat Standard typeert. Helaas voor de Rouches is de Portugees ook licht ontvlambaar. Als gevolg van een rode kaart in een bekerduel moet hij tot 11 augustus aan de kant blijven, en laat de smaakmaker en spelbepaler zo zijn club in de steek.

De afwezigheid van de speler die in 2005 de Gouden Schoen kreeg, de bekroning voor de beste voetballer op de Belgische velden, liet zich gisteravond ook duidelijk voelen. Zonder de ingevingen van Conceiçao is Standard een stevig maar weinig verrassend team. Een subtopper die weinig aanspraak kan maken op de titel.