Terug naar de Antillen te simplistische aanpak

Antillianen die niet deugen, kunnen natuurlijk op de tjoeki tjoeki stoomboot enkele reis Takki Takki Oerwoud worden gestuurd, zoals volksschrijver Gerard Reve in 1971 schreef aan Simon Carmiggelt. Maar de vraag of dit een goed idee is, dringt zich op. Zeker nu het kabinet heeft besloten een dergelijke maatregel te treffen. Antilliaanse en Arubaanse jongeren die in Nederland met de rechter in aanraking komen, moeten volgens minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie, VVD) kunnen worden bestraft met gedwongen 'vertrek uit Nederland'. Terugsturen dus.

Geen misverstand. Antilliaanse jongeren - en dan gaat het meestal om jongens afkomstig van het eiland Curaçao - staan al heel lang bovenaan de verkeerde lijstjes. Het gaat om de statistieken van bijvoorbeeld voortijdige schoolverlaters, van werkloze jongeren en van jongeren die in contact komen met justitie. Deze jongeren zijn in steden als Rotterdam, Dordrecht, Den Helder en nog zestien andere zogeheten 'Antillianensteden' aanwijsbaar een bron van veel problemen. Het is hoog tijd dat de overheid daaraan op een serieuze manier aandacht besteedt. Want dit is niet een kwestie waarmee Nederland pas recentelijk is geconfronteerd. Al meer dan tien jaar staan criminele Antilliaanse jongeren met enige regelmaat in de schijnwerper van de belangstelling. Maar veel van de maatregelen die in al die jaren zijn bepleit, kwamen niet verder dan het papier waarop zij werden gedrukt.

Het wetsvoorstel dat gisteren naar de Raad van State is gestuurd, is voor een deel bedoeld ter ondersteuning van het beleid van de Antilliaanse regering, zo betoogde premier Balkenende gisteren na afloop van de ministerraad. Jongeren die zich, door naar Nederland te komen, onttrekken aan de 'sociale vormingsplicht' die aan de overzijde geldt, moeten worden teruggezonden. Tot zover valt er weinig aan te merken op de aangekondigde maatregelen. Al was het maar omdat Nederland het leeuwendeel van de kosten van die vormingsplicht draagt, zo'n negentig miljoen euro.

De wet schiet echter door, met de maatregel Antilliaanse jongeren die in Nederland worden gepakt voor een misdaad als onderdeel van hun voorwaardelijke straf terug te sturen naar de eilanden. Hier heeft minister Verdonk zich te zeer laten meevoeren door het sentiment van de tjoeki tjoeki stoomboot. Zij wil Nederlandse staatsburgers eenzelfde behandeling geven als ongewenste vreemdelingen. Verdonk zou zich, als het gaat om Antilliaanse koninkrijksgenoten, wat meer minister van Integratie moeten betonen.

Zeker: criminaliteit onder Antilliaanse jongeren moet hard worden bestraft. Maar tegelijkertijd is die criminaliteit een symptoom van dieper liggende problemen overzee, die mede het gevolg zijn van jarenlange bestuurlijke verwaarlozing.

Op de achtergrond van de nieuwe strafmaatregel wringt het gelijkheidsbeginsel. Bovendien dreigt ongelijke behandeling van Nederlandse staatsburgers een einde te maken aan de fictie van het ene Koninkrijk der Nederlanden. De Raad voor de Rechtspraak heeft daarnaast ernstige bedenkingen: het gedwongen vertrek uit Nederland past volgens dit adviesorgaan 'niet in het strafrechtelijk kader, zal in de praktijk slecht werkbaar zijn en zal naar verwachting weinig effect sorteren'. Het enige motief dat dan overblijft om deze wet toch in te voeren, is het opwerpen van een symbolische dam tegen criminaliteit. Dat is al te mager.