Tabak als medicijn tegen de vergrijzing

De zorgverzekering is goedkoop uit met rokers dus hun premies mogen niet worden verhoogd , vindt Maarten Huygen.

Sigaretten zijn een ideale investering voor een pensioenfonds. Niet alleen haalt de tabaksindustrie hoge rendementen maar het eindproduct bekort ook nog het gemiddelde aantal pensioengerechtigde jaren van de gebruikers, zodat er minder hoeft te worden uitgekeerd. Tabak zou pensioenfondsen dubbel verrijken dankzij gestegen inkomsten en gedaalde uitgaven. Dat pensioenfondsen niet massaal in de tabak gaan en geen gratis sloffen sigaretten uitdelen aan de spaarders, laat zien dat zij er niet alleen voor de financiën zijn, maar ook voor het welzijn van de klanten.

Hetzelfde geldt voor de overheid die profiteert van de accijnsinkomsten van sigaretten en geld bespaart voor zorg omdat rokers veel eerder doodgaan. Dat minister Hoogervorst en zijn departement van Volksgezondheid een klein percentage van die accijnsopbrengsten spenderen aan preventie van roken, heeft dus niets te maken met kostenbesparing, maar met oprechte bezorgdheid over de gezondheidstoestand van de burgers. Maar ja, een overheidsprogramma wordt nu eenmaal pas presentabel als je zegt dat je er veel geld mee bespaart, ook als dat niet het geval is.

Dat vond ik de troostrijke les van een lezing over de medische kosten van roken tijdens het Nederlands Congres Volksgezondheid in de Rotterdamse Doelen. De overheid bestrijdt het roken niet om geld te sparen. Maar andere onderwerpen die op het congres werden behandeld, zoals de voorkoming van gevaarlijke geslachtsziekten en andere infecties, alcoholisme onder jongeren, psychische stoornissen en zelfmoordpogingen, zijn ernstiger dan roken.

In een zaaltje vol medewerkers van GGD's uit het hele land legde Pieter van Baal, een jonge onderzoeker van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), uit dat rokers, afhankelijk van de leeftijd, van 100 tot 1.200 euro per jaar duurder uit zijn aan medische kosten, maar gemiddeld zeven jaar eerder sterven dan niet-rokers. En dat schijnt alles uit te maken.

Als ieder vanaf zijn vijftiende een pakje per dag gebruikt, dan gingen we vijftig jaar terug in de tijd en zou niemand meer praten over vergrijzing, de AOW en over het dreigende tekort van handen aan het bed. Aan zijn berekeningen had Van Baal die 500 euro extra per roker per jaar aan accijnsopbrengsten nog niet eens toegevoegd. 'Een gezond leven is het duurst', concludeerde hij.

Op zijn power point scherm zette Van Baal de resultaten ook nog af tegen het bestrijden van overgewicht. Dikke mensen leven langer dan rokers en maken op hun tachtigste gemiddeld 800 euro per jaar meer kosten dan mensen die op gewicht zijn. Conclusie: de meeste gezondheidswinst valt te behalen met de preventie van roken, want dat is het slechtst voor de mens. Maar preventie van overgewicht is goedkoper en scheelt ook veel medische kosten omdat dikke mensen langer leven dan rokers. 'Als we stoppen met roken, komen we vaak aan in gewicht', stelde Van Baal ten overvloede vast.

Daar had de zaal het niet van terug. Er kwamen allerlei vergeefse bezwaren. Als rokers in de ziektewet komen, zijn ze ook best duur, opperde een vrouw. Maar al dat soort mogelijkheden waren in de berekening verwerkt. Een ander vond een accijns oneerlijk omdat die het zwaarst drukte op de allerarmsten. Maar er bestaat toch geen recht op ongezondheid, lijkt me. Juist voedselbanken staan blauw van de rook. De sigaret wordt steeds meer een armoedeverschijnsel en dan is een accijns niet zo gek.

Een GGD'er kwam met een meer fundamenteel bezwaar. Hij vond dit soort calculaties gewetenloos. 'Je komt op een ethisch hellend vlak als je die berekeningen toont. Dan kun je ook de kosten gaan berekenen van zorg voor mensen die gehandicapt worden geboren en misschien is dat dan niet meer de moeite waard.' Maar tussen een gehandicapte en een roker bestaat een groot verschil. Niemand is vrijwillig gehandicapt, terwijl de roker er elk moment mee kan ophouden. De gevolgen heeft hij op de koop toe genomen.

Als niet-roker ben ik blij met de maatregelen tegen onbeperkt paffen. Vergaderingen spelen zich niet meer af in een blauwe mist van shag. Maar moet je rokers tot in hun achterkamertjes achtervolgen om het af te leren? Zelfs familieleden die er persoonlijk belang bij hebben dat hun geliefde ermee ophoudt, doen dat niet.

Andere verslavingen zijn schadelijker voor de samenleving. Alcoholisten spijbelen van hun werk en kunnen onaangenaam zijn voor hun omgeving, soms zelfs gewelddadig, en ze veroorzaken verkeersongelukken. Overmatig alcoholgebruik misvormt de hersenen van opgroeiende jongeren. Zij hebben daar hun leven lang last van en niet slechts op hogere leeftijd.

De accijns op drank moet dus hoger zijn dan die op sigaretten. Rokers zijn meestal vriendelijk als ze aan hun gewoonte toegeven en worden naar hun zeggen energieker en productiever van een sigaretje.

De berekeningen van het RIVM zijn nuttig. In een arm land gaat aidsbestrijding voor omdat daardoor jonge mensen sterven, terwijl de levensverwachting er zo laag is dat roken nauwelijks verschil uit maakt. Vandaar dat in arme landen zo onbekommerd wordt opgestoken.

De onderzoeksresultaten weerleggen de suggesties van de VVD of van specialisten in de volksgezondheid om mensen die roken een hogere zorgverzekeringspremie te laten betalen of om hen geen cholesterolverlagende pillen te geven. Zorgverzekeraars mogen blij zijn met zulke goedkope klanten. Met het bespaarde geld kunnen ze dure gehandicapten betalen. Verzekering is voor spreiding van de lasten. Ook de overheid springt er voordelig uit met rokers. Als rokers de overheidswaarschuwingen in de wind slaan, verdienen ze bij ziekte een vorstelijke behandeling, want tabak is een medicijn tegen vergrijzing.

    • Maarten Huygen