'Sorry, wij zijn even bezig'

Overgewicht, agressie, tienermoeders, naschoolse opvang. Beleidsmakers droppen maatschappelijke problemen en wensen graag op het schoolplein. Zo, geregeld. Martine Zuidweg

Een les sociaal-emotionele vorming op De Windroos: leren omgaan met je emoties. Foto Vincent van den Hoogen Geldrop, 19-04-2006; Kinderen uit groep 6 van basisschool de Windroos tijdens de les sociaal-emotionele vorming. Ieder kind krijgt een leeg vel papier op de rug geplakt en wordt met positieve eigenschappen "beschreven". Uiteindelijk heeeft iedereen een vol papier "om trots op te zijn". Foto Vincent van den Hoogen. Hoogen, Vincent van den

Arjan Kranen zit wekelijks op de bank bij ouders van leerlingen van basisschool De Windroos. Hij praat met ze over een scheiding, huisvestingsproblemen, torenhoge schulden of wat er verder speelt in een gezin. Meestal op advies van een leerkracht. En altijd omdat een leerling niet goed functioneert op school.

Kranen is 'schoolmaatschappelijk werker', een nieuw fenomeen in het reguliere basisonderwijs. Directeur Henriëtte van der Voort van De Windroos in Geldrop vindt het de taak van de school om probleemgedrag van leerlingen te signaleren en te zoeken naar een oplossing. Natuurlijk is onderwijs onze primaire taak. Maar je moet toch iets doen met al die problemen die op de school afkomen.'

Van der Voort is niet de enige basisschooldirecteur die verder kijkt dan de poort van de school. De vereniging van schoolleiders in het basisonderwijs (AVS) vindt het vanzelfsprekend dat scholen zich ook bemoeien met de wereld buiten de school. Scholen staan midden in de maatschappij en hebben natuurlijk een maatschappelijke verantwoordelijkheid', zegt voorzitter Ton Duif. Ze moeten wel. Een school die zegt 'dat is niet mijn pakkie an', komt snel tot de ontdekking dat-ie ook niet meer toekomt aan z'n primaire taak. Want een kind dat zich niet veilig voelt of dat thuis in een conflictsituatie leeft, leert ook niet.'

dossiers

De schoolleiders pleiten daarom voor een betere afstemming tussen school en organisaties rondom kinderen, zoals consultatiebureaus, peuterspeelzalen, jeugdhulpverlening, justitie en maatschappelijk werk. Zodat problemen al in een vroeg stadium worden gesignaleerd. Als een moeder op een consultatiebureau komt, ziet de arts het vaak al als er iets mis is. Die arts schrijft het allemaal netjes in een medisch dossier en daar blijft het liggen. Het kind komt op de peuterspeelzaal en later op de basisschool en niemand weet wat er speelt. Intussen stapelen de problemen van zo'n kind zich op.'

Een leraar die merkt dat zijn leerling steeds met buikpijn naar huis gaat, moet kunnen terugvallen op een platform van deskundigen, vindt Duif. Zodat-ie samen met die deskundigen naar een oplossing kan zoeken.'

Maar er is een grens. Het is niet de taak van de school om vetzucht bij de jeugd tegen te gaan of kinderen buiten schooltijd op te vangen, vindt Duif. Om vast te stellen wat de school wel en niet moet doen, organiseert de AVS op 27 april een congres over de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de basisschool. Niet zonder reden heeft de AVS veel politici uitgenodigd. Want politici droppen maatschappelijke kwesties te makkelijk op het schoolplein, vinden de schoolleiders. Kijk alleen maar naar de Motie Van Aartsen/Bos over de voor- en naschoolse opvang. De manier waarop in de Tweede Kamer werd gezegd: dat kunnen die scholen er wel bij doen, is wel tekenend hè?'

De Tilburgse onderwijssocioloog Marc Vermeulen geeft de schoolleiders gelijk. Als je een maandje kamerdebatten volgt, valt op dat welke problemen er ook liggen, of het nou gaat om overgewicht van kinderen, de tekorten in de technieksector of veilig vrijen, er wordt altijd onmiddellijk gegrepen naar het middel onderwijs.'

In zijn columns voor Het Onderwijsblad van lerarenvakbond AOb roept Vermeulen regelmatig op tot burgerlijke ongehoorzaamheid. Ik vind dat de scholen vaker nee mogen roepen. Ook al zegt de politiek: jullie moeten nu wat doen aan goede voeding of veilig vrijen, gewoon zeggen: sorry vrienden, maar wij zijn nou even met andere dingen bezig.'

Hij haalt zijn Amerikaanse vakgenoot Basel Bernstein aan, die begin jaren zeventig al zei: 'Education cannot compensate for society'. Vermeulen: Scholen kunnen niet compenseren voor maatschappelijke misstanden, voor kindermishandeling of uiteenvallende gezinnen. Ik denk dat je dat goed in de gaten moet houden.' Hij vindt dat politici misbruik maken van het grote hart van de leerkracht, die veel over heeft voor het welbevinden van zijn leerlingen.

Het voorstel van de schoolleiders om een netwerk te vormen met organisaties als jeugdhulpverlening en maatschappelijk werk gaat Vermeulen te ver. Scholen moeten zich beperken tot hun kerntaak, vindt hij. Zorg dat leerlingen zover mogelijk komen in hun persoonlijke ontwikkeling. Dan is dat voor leerlingen ook een ticket uit hun beroerde situatie.'

Natuurlijk moet die leraar wel wat doen als een kind thuis of op straat problemen heeft, want dat kind komt met die problemen in het hoofd de klas binnen. Maar ik zou de oplossing proberen te zoeken binnen de muren van het klaslokaal: kies stimulerende werkvormen, geef ze extra aandacht, accepteer af en toe dat een kind wat achterloopt omdat het problemen heeft. Dat is iets anders dan dat je zegt: ik ga de factoren die die beginsituatie bepalen ook proberen te beïnvloeden. Dat is gewoon niet de taak van de school.'

in één klap

School is de enige plek waar alle kinderen een paar uur per dag aanwezig zijn, zegt Wim van de Donk, voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en hoogleraar maatschappelijke bestuurskunde. Geen wonder dat beleidsmakers zo op de school zijn gericht. Want daar kunnen ze iedereen in één klap bereiken. In onze samenleving die versplintert en verbrokkelt, die minder instituties kent dan ooit, staat de school nog fier overeind. De enige infrastructuur voor socialisatie die we nog hebben. Beleidsmakers buiten dat maximaal uit. Alle maatschappelijke wensen: een beter historisch besef, integratie, normen en waarden, worden geprojecteerd op die school.'

Of dat goed is, is een tweede. Ook Van de Donk vindt dat politici problemen te makkelijk op het schoolplein leggen. Hij begrijpt heel goed waarom de schoolleiders boos zijn over de motie Van Aartsen/Bos. Wordt er ineens gezegd dat de scholen voortaan van half acht 's ochtends tot half acht 's avonds open moeten zijn. Alleen omdat we vinden dat iedereen moet kunnen werken en kinderen daarbij een probleem vormen. De scholen zijn de dupe, zij zijn nu eenmaal dat ene instituut waar al die kinderen bij elkaar zitten.'

De WRR-voorzitter vindt het wel zinvol om de rol van de school opnieuw te bezien. We hebben een soort Dutch Dream nodig waarin we het onderwijs weer gaan zien als een belangrijke schakel voor de toekomst van het land. In een samenleving die cultureel ingewikkelder wordt, is het meer dan ooit nodig dat we ons als burgers goed vormen. En ik vind dat de school daarbij een belangrijke opdracht heeft.'

De scholen vinden dat zelf ook. Zo heeft De Windroos in Geldrop het vak sociaal-emotionele vorming op het rooster gezet. Alle leerlingen krijgen wekelijks les in het omgaan met elkaar en het omgaan met emoties.

Het gevaar is alleen, zegt Duif van de vereniging van schoolleiders, dat ouders en beleidsmakers ook hierbij weer achterover gaan zitten en denken: zo dat is geregeld, dat doet het onderwijs verder wel.

    • Martine Zuidweg