Rosiri (30): Huisbaas

Eindelijk een kamer, maar wel een zonder licht en met een valse kat. Feuilleton van Iris Koppe over een modern kind van gescheiden ouders

'Pas op voor de kattenbak! Links vasthouden, de leuning rechts is gebroken. Kijk uit voor je hoofd. Nee, er zit geen licht.'

Rosiri volgde op de tast haar nieuwe huisbaas. Ze schuifelde over de laatste trede en hield zich onhandig vast aan een doos met kranten. 'Dit is dus de woonkamer', sprak de dertigjarige schilder bij wie Rosiri een kamer zou gaan huren. Er hingen een paar naaktschilderijen en er stond een rode fauteuil tegen de muur. Op de tafel, waar wat blikjes bier waren omgevallen en een boterham met kaas op een mousepad lag, liep een kat met een halve staart. Hij kon zijn evenwicht moeilijk bewaren en strompelde naar de vensterbank.

'Het tocht hier nog wel eens', zei de huisbaas, 'en toen ik een keer in het buitenland zat is Roompje met z'n staart tussen de deur gekomen.' Rosiri knikte meelevend. 'Je wil niet weten in wat voor teringbende ik terecht kwam. Overal bloed, alsof er tien vrouwen tegelijk in m'n bed lagen te menstrueren.' De huisbaas trok de kat naar zich toe en nam hem in z'n armen. 'Sindsdien is-ie vals, dus pas maar op als je met blote benen naar de wc moet.' Rosiri lachte nerveus en vroeg in welke kamer zij zou komen te wonen.

Caro had voor haar dochter een woonruimte gevonden en Rosiri gepusht om te gaan kijken. Caro kon het niet meer aan om Rosiri en haar vriend Clint bij zich in huis te hebben. Compleet gek werd ze van die twee pubers en daarbij leed haar avondstudie er hevig onder. Een buurvrouw had haar getipt met een adresje. 'Die man heeft nog een kamer over, midden in het centrum!' Caro had onmiddellijk gebeld. Rosiri zou de week erop de ruimte al kunnen betrekken.

'Jouw kamer is boven', vertelde de huisbaas, hij trok zijn SS-laarzen uit en verving ze door grote Snoopy pantoffels. 'Momenteel verzamel ik daar spullen uit de Tweede Wereldoorlog. Dat blijft mijn passie.' Rosiri liep met lood in haar schoenen achter de man aan. Het trappenhuis rook naar ammoniak. Waarschijnlijk kwam de lucht uit de kattenbak. Buiten gleed een rondvaartboot door het water. Rosiri miste haar ouders nu al. Tussen de legerhelmen en de uniformen lagen omhulsels van granaten, die als asbak dienden. 'Ik zal nog het een en ander weghalen, maar dan kan je er zo in', zei de huisbaas.

In de verte denderde een goederentrein langs. Rosiri luisterde naar het piepende geluid van de remmen. Als ze hier woonde kon ze iedere avond ongestoord met Clint zijn zonder dat haar moeder steeds op haar deur stond te kloppen. Helaas zat ze dan wel opgescheept met die vreemde huisbaas. Om naar de wc of de douche te gaan moest ze de trap af naar zijn verdieping. Zijn slaapkamer grensde praktisch aan het toilet.

'Goed', zei ze. 'Ik bel je nog wel.' Ze daalde via de donkere trappen naar buiten en stond even later weer op straat. Nog voor ze op haar fiets kon stappen hoorde ze haar Islamofoon. 'Allah, Allah', schelde het apparaatje, waarna haar moeder aan de lijn kwam. 'Was het wat?', vroeg ze opgewonden. 'Ach', antwoordde Rosiri. Ze ging op het zadel zitten en reed weg. 'Gewoon doen', zei Caro, 'Zo'n mooie plek om te wonen vind je niet gauw meer.' Rosiri kreeg een wissel. Ze drukte haar moeder in de wacht. 'Kun je nog wat kattenbakgrint meenemen?', vroeg haar vader. Rosiri zei dat de winkels al dicht waren. 'Probeer ergens nog wat te scoren', smeekte haar vader.

Rosiri maakte een u-turn. Voor de tweede keer die dag belde ze aan bij haar nieuwe huisbaas. Wordt vervolgd...

    • Iris Koppe