Revolutie!

Nu het examen nadert gooit Hadjar Benmiloud (16) het roer radicaal om

EXAMENVREES: Hadjar Benmiloud stuitert van de adrenaline

Speciaal voor de dwaalzielen die het nog niet aan de blikjes Red Bull op het schoolplein of de hyperactieve leraren hadden gemerkt, een mededeling: de examens komen eraan. De tijd van het grote zwoegen en de grotere beloningen is aangebroken.

Na circa zes volle jaren intensieve spanningsopbouw vallen deze weken me verdomd tegen. Eigenlijk is het gros van de leerlingen van mening dat het gebrek aan les de komende weken vooral geschikt is om huidschilfers te kweken in de bedstede. Een kleinere groep mensen vormt hierop een uitzondering: de fanatiekelingen en ik. Ik ben namelijk al wel aan het lezen, schrijven, stampen, zwoegen en zweten voor het naderende noodlot, en deze woordgroep mag je gerust zwaar nemen. Niet dat ik zo'n uitslover ben, die al in december is begonnen met leren en af en toe paniekerige kreetjes uitslaat als: 'Ik sta nog maar een 7,4! Ik ga zó hard zakken!'

Ik heb mijn wiskundedocent nog nooit ontmoet, maar ik heb dit jaar meer leuke, enge of rare mensen leren kennen dan een willekeurige klasgenoot. Ik heb sinds mijn geboorte eigenlijk nog nooit huiswerk gemaakt, waar ik mij zelf ook wel eens over verbaas. Om een kort verhaal lang te maken heb ik de afgelopen zestien jaar bijzonder weinig uitgevoerd. Ergo: ik ga slagen.

Prima, ik ben me ervan bewust dat deze opmerking een stimulerend effect op de lachspieren heeft. Maar ik ben al een paar weken serieus bezig met het vraagstuk 'hoe krijg ik mijn diploma binnen drie maanden?' Want als er überhaupt een vaardigheid bestaat die ik heb getraind, dan is het het herstellen van grote, door mijzelf veroorzaakte rampen. Ik heb prachtige schema's gemaakt waarin systematisch staat wat ik moet doen, op welke datum, hoeveel uur ik er aan kwijt denk te zijn en wat de consequenties zijn als ik de deadline mis. Deze schema's heb ik trots getoond aan de leden van de directie, onder begeleiding van een door mijzelf geschreven toespraak die het traanvocht in hun ogen deed vloeien.

Ongeveer halverwege de derde traan van mijn redevoering realiseerde ik me dat ik een ware activist was geworden, zo'n persoon van 'de hand'n uut de mouw'n steek'n'. Ik vind lui zijn gewoon opeens niet zo leuk, niet als het betekent dat ik zak.

Stuiterend van de adrenaline zit ik me nu nacht na nacht kapot te leren, met op de achtergrond hardcore of Vivaldi's Spring. Ik houd in mijn MSN-naam trots een score bij van het aantal uren dat ik niet heb geslapen, vastberaden om iedereen te bewijzen dat ik slechts een lange winterslaap heb gehouden en nu meer ga presteren dan iemand ooit heeft gedaan. Het is slechts een spelletje, en zowel bij het spelletje vodka-shots als dit spelletje wil iedereen winnen. Aangezien ik bij het eerste spelletje doorgaans verlies, probeer ik het gewoon extra hard. Keihard. Val ik bijna in slaap.

Als ik zacht knikkebollend naar het ritme van de trein luister, hoor ik iets anders achter me. Een man. Ik wil me omdraaien om te kijken of mijn instinct het nog doet, maar dat is niet nodig. Hij komt naast me zitten. Ik krijg het even moeilijk met mijn ademhaling, want de hoeveelheid testosteron die zich nu met de voor mij bestemde zuurstof heeft vermengd is meer dan mijn hoofdje kan verdragen. Als ik even opzij kijk zie ik dat zijn uiterlijk waarmaakt wat mijn fantasie heeft beloofd. Hevig hijgend en knipperend zit ik naast deze jongen te doen alsof zijn aanwezigheid me niets doet. Zoals ik vele malen eerder heb gedaan, draai ik mijn hoofd langzaam zijn richting op, tuit licht mijn lippen en haal een wenkbrauw op:

'Zeg, wat vind jij de belangrijkste uitvinding uit de industriële revolutie?'

Ik kan het niet meer. Ik spring op en stuif het perron van mijn bestemming op.

    • Hadjar Benmiloud