Pellen van een ui

De zichtbare en onzichtbare kosten die aanbieders en tussenpersonen hun klanten berekenen zijn al jaren een bron van zorg voor de overheid, consumentenorganisaties en anderen die het goed voor hebben met particulieren.

Met name speelt dit bij ingewikkelde financiële producten die zijn opgebouwd rond beleggingen waarvan de toekomstige waarde onvoorspelbaar is. Onroerend goed, aandelen, obligaties, hout, schepen en andere tot de financiële verbeelding sprekende waarden. Die onzekerheid is voor de aanbieders een bittere pil die zij meestal vergulden met een hoog verwacht rendement en/of belastingvoordelen. Je hoeft alleen maar te slikken.

Verschillende wettelijke maatregelen en een sterk verscherpt toezicht moeten de slechteriken in het gareel brengen en houden. Zo komt er een onafhankelijke commissie-De Ruiter die aanbevelingen gaat opstellen voor een duidelijker inzicht in de kosten en rendementen van ingewikkelde producten als lijfrenten, hypotheken en beleggingsverzekeringen.

Helpt dat? Niet echt. De particuliere consumenten, de kopers, lijken het nooit te leren, want steeds weer komen er schandalen aan het licht, die mensen tienduizenden en meer euro's kosten. De wereld wil bedrogen worden. En de slachtoffers beroepen zich op misleiding en vergeten hun eigen verantwoordelijkheid. Als je pertinent weigert om na te denken over bijvoorbeeld de opbouw van je spaarhypotheek (lening met daarnaast een kapitaalverzekering voor de toekomstige aflossing), dan vraag je om moeilijkheden bij ingewikkelder producten. Zo'n product is net een ui en bestaat uit soms zeven lagen die ieder op zich kosten meebrengen en daardoor (ongemerkt) het totale rendement van de koper drukken. Een eenvoudig voorbeeld ter verduidelijking.

Neem de aflosverzekering van een beleggingshypotheek. De bron voor het rendement, de basis, zijn aandelen van individiuele bedrijven. Voor de aankoop (en verkoop) van die fondsen betaalt de verzekeraar transactiekosten. Daar kom je niet onderuit.

Meestal worden die aandelen om de risico's te spreiden opgenomen in een beleggingsfonds, een soort bedrijfje dat het fondsvermogen beheert. Dat kost geld en is de tweede schil. Vaak is het de verzekerde niet duidelijk welke fondskosten hij betaalt. Dat heeft een commissie (De Winter) kortgeleden onderzocht, maar het fenomeen is al minstens vijftien jaar bekend.

Wanneer een fonds een deel van het vermogen belegt in andere fondsen, ontstaat er een derde schil, want het andere fonds (bedrijfje) berekent ook kosten. De derde schil.

Bij een beleggingsverzekering worden fondsen ondergebracht in een levensverzekering, in de vorm van een kapitaalverzekering. Dat kost je geld aan afsluit- en doorlopende provisie en allerlei andere kosten. De vierde schil.

Omdat de opgebouwde poliswaarde niet je eigen geld is, maar dat van de verzekeraar, kan je haast niet uit onder een dekking tegen overlijden, die je op de een of andere manier zelf betaalt. De vijfde schil.

En misschien als zesde een dekking tegen het risico van arbeidsongeschiktheid, om de hypotheekrente en polispremie te kunnen blijven betalen.

En als laatste, zevende schil de eventuele (afkoop)kosten die de verzekeraar berekent wanneer je de verzekering wilt of moet beëindigen of premievrij wilt maken.

Wie een beleggingshypotheek afpelt als een ui, beseft dat zelf beleggen in aandelen en daarnaast een aflossingsvrije huislening, een geschikt alternief is.

Conclusie: eerst pellen, daarna pas beslissen over een productvoorstel.

    • Adriaan Hiele