Opdoeken ooievaarsstations is zeker niet aan de orde

In NRC Handelsblad van 18 april lezen we onder de kop `Ooievaar uitzetten is wel nodig` dat het goed gaat met de ooievaar in Nederland, maar dat er een meningsverschil zou bestaan tussen de Buitenstations en Vogelbescherming Nederland.

De indruk wordt gewekt dat Vogelbescherming de Buitenstations, waar men in het kader van het Ooievaarsproject tot 2000 met ooievaars in gevangenschap fokte, wil sluiten.

Vogelbescherming heeft vanaf het begin van het project nauw samengewerkt met de Buitenstations, die hun activiteiten grotendeels op vrijwillige basis verrichtten. Het is voor een belangrijk deel aan de inzet van al deze vrijwilligers te danken dat de ooievaar weer helemaal terug is in Nederland. Momenteel telt ons land weer zo`n 500 broedparen, wat gelijk is aan het niveau van 100 jaar geleden. Een pracht resultaat! Volgens externe deskundigen is een populatie van 500 paren groot genoeg om zichzelf in stand te kunnen houden. Sterfte van ooievaars door ouderdom, ziekte of verongelukken wordt op natuurlijke wijze binnen de populatie opgevangen.

De groei van de laatste jaren laat zien dat dit lukt en er is alle reden om aan te nemen dat de huidige populatie stabiel zal blijven en volgens sommige deskundigen nog verder zal groeien.

In 2000 heeft Vogelbescherming in overleg met de Ooievaarcommissie en de Buitenstationhouders afgesproken dat er niet langer met ooievaars in gevangenschap gefokt zal worden. Inmiddels heeft dit de instemming van alle Buitenstations en dit gebeurt dus ook niet meer. Dat is wat anders dan dat Vogelbescherming gezegd zou hebben: ”...de ooievaarsstations kunnen worden opgedoekt”. Het artikel van 19 april verwoordt enigszins eenzijdig hetgeen gezegd is.