Nucleaire charmes

Komende week gedenkt de wereld dat twintig jaar geleden reactor nummer vier van kerncentrale Tsjernobyl ontplofte. De gevolgen voor de gezondheid lijken mee te vallen. De slachtoffercultus en het verlammende fatalisme zijn erger voor de bevolking dan de straling. 'Wat is een betere plaats om nieuwe kerncentrales te bouwen dan Tsjernobyl?'

De vroegere kerncentrale van Tsjernobyl achter hoogspanningsmasten Foto Sake Elzinga 04-03-1996-Oekraine,Tsjernobyl. De kerncentrale verscholen achter hoogspanningsmasten. Kernenergie.electriciteit. Foto: Sake Elzinga/Hollandse Hoogte Elzinga, Sake

'Afblijven!' 'Hooguit dan tien minuten!' 'Als u daar fotografeert, neem ik uw toestel in beslag.' Anna wacht ons al op met een gezicht als een donderwolk wanneer we met de 'dronkemanstrein' arriveren op station Tsjernobyl: de laatste van de drie treinen die de ochtendploeg naar de kerncentrale rijden. Wij zijn de oorzaak van haar slechte humeur. Op eigen houtje gearriveerd, na dagen soebatten met het Oekraïense ministerie van Rampenbestrijding. We betalen maar dertig dollar, voor zo'n fooi gaat de rode loper niet uit.

Het is een drukte van belang, deze maand: de afkoelende kerncentrale wordt onder de voet gelopen door zeventig delegaties en ruim drieduizend toeristen, het staatsreisbureau Chernobyl Interinform is al wekenlang volgeboekt. Komende week gedenkt de wereld dat twintig jaar geleden reactor nummer vier van de kerncentrale ontplofte: de grootste technologische catastrofe van de vorige eeuw.

Veel bezoekers vertegenwoordigen westerse sponsors van Tsjernobyl, die honderden miljoenen euro's steken in sociale hulp, onderzoek en veiligheid. Zij mogen gratis op bezoek. Toeristen betalen 100 tot 500 dollar voor een leerzaam dagje anti-ecotoerisme, eventueel in beschermende kleding met dosismeter en een respirator. Toerisme is een substantiële bron van inkomsten voor Tsjernobyl, maar de dagtripjes zijn aan zeer strenge voorschriften gebonden. Knorrige gidsen als Anna houden hun kudde even kort als eertijds het Sovjetreisbureau Intourist. Als ik een toilet bezoek, marcheert een bewaker mee en posteert zich voor de deur.

Wat biedt Tsjernobyl aan bezienswaardigheden? Via het stadje Tsjernobyl rijden bezoekers de Zona in, de onbewoonbaar verklaarde ring van dertig kilometer. Op tien kilometer van de kerncentrale wisselen zij van busje. Twintig jaar nucleaire leegstand en een jachtverbod heeft een natuurreservaat van naaldwouden, berkenbossen en veenmoeras opgeleverd, met een uitbundige wildstand van reeën, wilde zwijnen, wolven en zelfs een incidentele bruine beer.

Op het terrein van de kerncentrale rijden de toeristen langs de zijgevel van het kolossale hoofdgebouw. Anderhalf duizend werknemers verzorgen hier de stervensbegeleiding van de in 2000 stilgelegde kernreactors. Over de brug van het koelwaterkanaal, langs de logge silhouetten van de nooit afgebouwde reactors vijf en zes, dan stappen ze uit bij het bezoekerscentrum dat uitzicht biedt op de sarcofaag.

De sarcofaag is een grauwe dodentempel van beton en lood. Hier rusten de restanten van de op 26 april 1986 ontplofte reactor nummer 4, en 160 tot 180 ton gestolde radioactieve lava, de Olifantspoot genaamd. Buiten, op het terras, waait een straffe stralingswind: 122 microröntgen per uur, geeft de geigerteller aan.

Onder de sarcofaag schuilt een dodelijke nucleaire hel van drieduizend röntgen per uur, voor zover sensors en robots dat kunnen vaststellen. Hoewel de constructie een aardschok van 7 op de schaal van Richter moet weerstaan, steunt hij deels op de wankele resten van de centrale. Het stabiliseren van de sarcofaag is in volle gang, legt Joelia Maroetitsj van het Bezoekerscentrum uit. Intussen lekt de sarcofaag aan alle kanten: er gaapt honderd vierkante meter aan kieren in deze loden doodskist. Vogels vliegen in en uit, water druppelt naar binnen, bevriest en veroorzaakt roest. Het in de sarcofaag gedruppelde regenwater vult bijna een Olympisch zwembad. Is de sarcofaag eenmaal stabiel, dan begint de bouw van de Shelter, een enorme boog van 108 meter hoog, 257 meter breed en 150 meter lang. Zo eindigt reactor nummer vier als een nucleaire matrosjkapop: onder de Shelter de sarcofaag, daaronder een deken van zand en klei, daaronder gestolde nucleaire lava.

Spookstad

Op zaterdagochtend 26 april explodeerde kernreactor 4 na een frivool experiment met koelwater en braakte wekenlang een wolk van negen ton radioactieve deeltjes over Europa uit, negentig maal de stralingswaarde van de atoombom die Hirosjima verwoestte. Het personeel van de centrale werkte dagenlang koortsachtig om een meltdown in de drie andere reactors te voorkomen: het koelsysteem dreigde het te begeven.

Vanuit helikopters werd vijfduizend ton zand en klei op de gloeiende kern gedumpt. De temperatuur daalde, maar steeg op 1 mei onverklaarbaar snel tot meer dan drieduizend graden, juist toen de wind naar het zuiden draaide en miljoenenstad Kiev de communistische 1 mei-parade hield. De stad was niet geïnformeerd en werd op die zonnige meidag gebombardeerd met fall-out. Uiteindelijk koelde de kern af.

Na de sarcofaag staat de grootste bezienswaardigheid van Tsjernobyl op het programma: spookstad Pripjat, geopend in 1970 als 'de jongste stad van de Sovjet-Unie' en zestien jaar bewoond. De zaterdag na de ramp trouwden er zestien echtparen in het gemeentehuis en hielden kinderen een voetbaltoernooi terwijl aan de horizon de centrale fakkelde en mannen in radiatie-pakken metingen verrichtten. De autoriteiten zwegen, maar wat er gaande was bleef in dit stadje van nucleaire arbeiders niet lang geheim. Pas op zondag evacueerde een stoet van 1.100 bussen de 47.000 inwoners. Het was maar voor drie dagen, kregen zij te horen. In de maanden daarna ruimden honderdduizenden 'liquidators' puin. Zij sloopten enkele van de zwaarst getroffen dorpen, schepten plaatselijk de toplaag van de aarde, legden nieuwe wegen aan en ruimden het 'rode woud' op, een bos dat zo zwaar was bestraald dat de bladeren van de stervende bomen spookachtig rood kleurden. De tonnen besmet materiaal werden in diepe, met klei beklede putten gedumpt.

Spookstad Pripjat bezocht ik vijf jaar geleden al, toen de laatste reactor van Tsjernobyl sloot. Het beeld is onveranderd in dit nucleaire Pompeii. Boomwortels die door het asfalt breken, bladderende verf, ironische slogans: 'de gezondheid van het volk is de rijkdom van Oekraïne'. De poppen en kinderschoentjes in kleuterschool 'het Wilgje' zijn onder een teerachtige laag van schimmel en algen bedekt. Op het centrale plein roesten het hoge rad, de zweef en de botsautootjes: de kermis van Pripjat die nooit openging. Alles is al vele malen vastgelegd en beschreven: de verlatenheid, de macabere stilte.

Radioactieve mutaties

Wat een bezoek aan Tsjernobyl zo spannend maakt, is het huiveringwekkende besef door een van de giftigste plekken op aarde te wandelen. Mythes in overvloed. Zo is de Zona het strijdtoneel van het online computergame Stalker, waarin spelers het opnemen tegen legers van mutanten. De Russische familiezender ORT ging onlangs op zoek naar een gemuteerde aapman die door de radioactieve bossen zou zwerven.

Professor Konevalov uit Zjitomir beweert een geheime verzameling radioactieve mutaties in zijn flatje en datsja te hebben. Niemand mag die zien, want, zo fluistert de professor, de staat onderdrukt de waarheid over Tsjernobyl. Kolchoze-bazen kregen indertijd bevel misgeboorten stiekem te begraven, zegt Konevalov, en dat is nog altijd beleid. 'Maar ik heb varkens met twee hoofden, een Siamese tweelingkoe, binnenstebuiten gekeerde kalveren, een koe met vier bekken.' Om nog te zwijgen van die honderden arme kinderen die werden geboren met vissenstaarten in plaats van benen, of met twee hoofden.

Met dit soort spannende verhalen in het achterhoofd kwam het rapport van het Tsjernobylforum vorig jaar als een koude douche. In dit rapport maakte een alfabetsoep aan VN-organisaties en experts die al jaren de gevolgen van de kernramp bestuderen, een eerste balans op. De schade van de ramp valt nogal mee. Het aantal misgeboorten, mutaties en gevallen van steriliteit is in besmette gebieden niet hoger dan elders. De ramp maakte 56 aantoonbare dodelijke slachtoffers, maar leidt op termijn mogelijk tot vier- tot negenduizend kankerpatiënten. Dit is nattevingerwerk op basis van de ervaring in Hirosjima en Nagasaki. En de vraag is hoeveel levensverwachting de slachtoffers inleveren bij een kanker die tientallen jaren na de ramp optreedt. Tien jaar? Een jaar? Een week? Alleen een hoger percentage schildklierkanker bij kinderen is duidelijk een gevolg van straling, maar dat blijkt goed behandelbaar en maakte slechts negen slachtoffers.

Greenpeace veroordeelde het rapport van het Tsjernobylforum meteen als een 'witwasoperatie in opdracht van de kernindustrie'. Deze week kwam de milieuorganisatie in Moskou met een eigen rapport, waar het aantal door Tsjernobyl veroorzaakte kankers op 270.000 wordt geraamd, 93.000 met fatale afloop. Honderdduizenden zullen nog sterven, waarschuwt Greenpeace op holle toon, door kanker en andere ziekten.

Waarop die schatting is gebaseerd? Rekenmodellen en enkele 'ten onrechte genegeerde' experts uit Rusland, Wit-Rusland en Oekraïne, legt Vladimir Tsjoepov van Greenpeace uit.

Tsjoepov is opgetogen over de gretige aandacht van de wereldpers voor zijn rapport. 'Mensen voelen gewoon dat de huidige propagandacampagne niet klopt.' Want dat is in zijn ogen de functie het Tsjernobylforum: de geesten rijp maken voor de bouw van een nieuwe generatie 'inherent veilige' kerncentrales. Na twintig jaar malaise in de slagschaduw van Tsjernobyl ziet de atoomlobby weer een stralende toekomst nu olie meer dan zeventig dollar kost en klimaatverandering een groter gevaar lijkt dan een nucleaire holocaust.

De verklaringen van Greenpeace staan deze week bol van verdachtmakingen en verontwaardiging, maar de cijfers zijn zeer dubieus. Critici laten er weinig van heel: alle ziekte en leed in de post-Sovjetruimte schrijft Greenpeace aan Tsjernobyl toe.

'Hoe verder je verwijderd bent van straling, hoe sterker de verhalen', zucht professor Anatoli Nosovski. 'In de nucleaire industrie werken we er elke dag mee, wij kunnen ons geen sprookjes veroorloven.' Zelf heeft hij overigens andere sterke verhalen, het soort waarmee nucleair personeel het moreel hoog houdt. Een lage dosis straling is zeer heilzaam, vindt hij. Leven ze in de Kaukasus niet het langst, en is daar de achtergrondstraling niet hoog? Nou dan. Nosovski, een nucleair veiligheidsexpert, verhuisde in 1986 uit Leningrad naar 'de voor mij boeiendste plek op aarde, Tsjernobyl'. Hij hielp bij de bouw van de sarcofaag, werd onderdirecteur van de kerncentrale en kreeg een mooi huis in Slavoetitsj, het nieuwe stadje dat vlak buiten de Zona werd gebouwd. In Slavoetitsj wonen oud-inwoners van Pripjat en experts die gelokt werden met hoge salarissen en goede voorzieningen. In de grijze, smeltende sneeuw oogt het niet aantrekkelijk, maar het ruim opgezette stadje van flatblokjes is voor Oekraïense begrippen luxueus.

In 1996 verliet Nosovski de kerncentrale om het ChNPP te leiden, een met Amerikaanse hulpgeld opgezet researchlaboratorium om 'kernspecialisten hier te houden en de Iraanse atoombom te vertragen', zoals Nosovski zijn werk omschrijft. Nu leidt hij een lab met 120 onderzoekers, voorzien van de beste computers en geavanceerde apparatuur. De ramp is ook een goudmijn, vindt Nosovski. Een gedoofde kerncentrale houdt nog jaren vijftienhonderd man aan het werk om het afkoelen van de reactors te begeleiden. Vierduizend man bouwen straks de Shelter, duizenden mensen onderhouden en bewaken de Zona. Mocht men besluiten het puin van reactor 4 te ruimen, dan betekent dat weer duizenden banen.

Zijn ChNPP speurt al jaren naar mutaties in de natuur, maar vindt ze niet. Het favoriete onderzoeksobject is de veldmuis, waarmee Tsjernobyl rijkelijk is bedeeld: vlak na de ramp nam hun dichtheid toe van 20 tot 2.500 muizen per hectare. Dat trok weer een armee van roofdieren aan, en nu is het evenwicht hersteld. Muizen scharrelen laag over de grond en staan daarom aan relatief veel straling bloot. Novoski: 'We vinden geen genetische veranderingen. Ik ben heel voorzichtig geworden. Eenmaal dachten wij in de muizen wel iets waar te nemen en publiceerden dat in Nature, maar dat moesten we na nauwkeuriger onderzoek terugtrekken. Nogal een afgang.'

'Slavoetitsj is de beste plek van Oekraïne', zegt de immer enthousiaste burgemeester Oedovintsjenko. Ik sprak hem in 2000, toen de laatste reactor van Tsjernobyl sloot, toen somberde hij nog over de toekomst. Europa moest vierhonderd miljoen dollar hulpgeld naar zijn stadje sturen, dat hadden de helden van Tsjernobyl gewoon verdiend. Die miljoenen kreeg hij niet, wel een belastingvrije zone. Er openden wat nieuwe fabriekjes - multomappen, flessendoppen - en Slavoetitsj staat vijf jaar na dato nog steeds te boek als de gezondste, best opgeleide, meest welvarende stad van Oekraïne. De burgemeester durft al hardop te dromen over een tweede Tsjernobyl. 'Denk eens na: een prachtig idee toch? Wij hebben de infrastructuur, de ervaring, de specialisten. Wat is een betere plaats om nieuwe kerncentrales te bouwen dan Tsjernobyl?'

Kinderarts Loedmilla Zamozina constateerde in de vijf jaar dat ze hier werkte slechts één geval van kanker onder haar 1.500 patiëntjes, en dat lijkt haar statistisch laag. De werknemers van Tsjernobyl zijn gezonder omdat ze een vaste baan hebben met relatief lage stress, een hoog salaris en jaarlijkse vakantie in een sanatorium aan de Zwarte Zee. Het is wettelijk vastgelegd dat ze regelmatig medisch onderzocht worden; zo komt men gezondheidsproblemen vroeg op het spoor. Straling weegt simpelweg niet op tegen al die voordelen.

Computeroperator Jana Sjavtsjenko brengt vandaag haar dochter naar de kliniek. Zij heeft keelpijn. Toen Jana zwanger was, werkte zij in een van de meest vervuilde delen van de kerncentrale. Haar ouders, een chemicus en een vorkheftruckchauffeuse, verhuisden in 1987 wegens de goede vooruitzichten, de gezonde omgeving en het milde klimaat, zegt Jana. Zij kwamen dan ook uit de 'verboden stad' Krasnojarsk-26 in Siberië, gebouwd rond een ondergrondse plutoniumfabriek. 'Vergeleken daarmee is Tsjernobyl een ecologisch paradijs', zegt Jana. 'Ik ben radioactief geboren en heb er altijd in geleefd.'

Stralingsfobie tref je niet in Slavoetitsj. 'Want wij weten er iets van.' Steun uit Europa is uiteraard welkom, zegt Jana. 'Maar soms denk ik: waarom blijft de wereld miljoenen dollars naar ons sturen en niet naar Afrika, waar de mensen het echt nodig hebben?'

Slachtoffercomplex

Het probleem van Tsjernobyl ligt vooral bij de 135.000 ontheemde boertjes uit de Zona, bij de liquidators en bij de vijf miljoen bewoners van besmet land in Rusland, Wit-Rusland en Oekraïne. Zij lijden aan een Tsjernobylsyndroom, wentelen zich in een slachtoffercomplex dat door paniekrapporten als dat van Greenpeace steeds opnieuw wordt bevestigd. Hun 'verlammende fatalisme' is een hardnekkiger probleem dan straling. Zoals het uiteenvallen van de Sovjet-Unie vele malen dodelijker was dan de kernramp, vermoedt Pavlo Zamotsjan, die vanuit Kiev leiding geeft aan de Oekraïense afdeling van UNEP, het ontwikkelingsagentschap van de Verenigde Naties.

Na het eind van de Sovjet-Unie verloederde het platteland overal. Kolchozen vielen uiteen, de jeugd trok naar de stad, akkers raakten overgroeid met onkruid en naaldbossen, vergrijzende achterblijvers wanhoopten in armoede en passiviteit. De gemiddelde leeftijd voor mannen daalde tot 58 jaar door excessief drinken, roken, slechte voeding, afkalvende medische zorg en stress door het wegvallen van oude zekerheden. Die sterfte kan je, met Greenpeace, natuurlijk ook aan Tsjernobyl toeschrijven.

In de streek Polissa ging het door Tsjernobyl nog sneller bergafwaarts. Polissa is van oudsher een arm, dunbevolkt gebied van keuterboertjes die op onvruchtbare zandgrond kleine akkertjes bewerkten: een Oekraïens Drenthe. De 135.000 bewoners van de Zona hielden een trauma aan de kernramp over. Hun verhuizing was tijdelijk, kregen zij eerst te horen. Over straling maakte de Sovjetautoriteiten weinig woorden vuil, dat gaf maar paniek. Dat informatievacuüm vulde zich met wilde geruchten over massale mutaties, misgeboorten, steriliteit en kanker. Duizenden vrouwen pleegden abortus, vaak op aandrang van hun artsen.

Zamotsjan: 'Het fatalisme is allesomvattend. Je sterft toch aan straling, waarom aan de toekomst werken? Daarom negeren ze simpele gezondheidsvoorschriften: geen paddestoelen eten uit de Zona, uit het bos blijven, want dat absorbeerde tachtig procent van de fall-out. Alles versterkt de slachtoffercultus. Eenderde van de mensen krijgt ooit kanker, hier en elders. Medicijnen zijn duur, de prognose slecht, dus zegt een arts al snel: niet te behandelen, dit is door Tsjernobyl.'

De Sovjet-Unie beloonde uit schuldbesef omwonenden en liquidators met ligoti, voorrechten als gratis medicijnen, herstelvakanties en ritjes in de boemeltrein. Na 1991 stapelden de parlementen van de nieuwe staten Rusland, Wit-Rusland en Oekraïne daar tal van mooie gebaren bovenop. Die zijn onbetaalbaar en worden nu teruggedraaid, wat weer tot grote bitterheid leidt. Toch drukt Tsjernobyl zwaar op staatsbudgetten: zeven miljoen burgers zijn geregistreerd als slachtoffers en maken aanspraak op steun. Zamotsjan: 'Dat kan zo niet doorgaan. Laat de mensen zich survivors voelen, niet slachtoffers. Maar er staan enorme politieke en bureaucratische belangen op het spel. Zo snel je zoiets zegt, stuit je op die muur van heilige verontwaardiging.'

In Novi Salesja zie je het Tsjernobylsyndroom in werking. Dit dorpje werd in 1987 gebouwd door arbeiders uit Sebastopol voor de inwoners van Salesja, onder de rook van de kerncentrale. Alekasandr Groesj (48) is werkloos, maar heeft over twee jaar recht op een pensioentje als liquidator tweede klasse. Hij wankelt met een Prima-sigaret in zijn vuist voor de dorpswinkel, groet een bekende die met twee flessen zoete Krimwijn naar huis rinkelt. 'Zij denken dat rode wijn helpt tegen straling. Ik hou het op wodka', zegt Groesj. Dat is te ruiken.

Groesj was liever in de Zona gebleven, straling of niet. 'We gaan toch naar de kloten', zegt hij. En dan sterft hij liever in Salesja, bij de graven van zijn ouders. In de Zona valt immers prima te leven, het is een waar Zwitserland: bossen vol wild, bessen en paddestoelen, rivieren vol vette vis. Groesj jaagt er wel eens stiekem, of zoekt er paddestoelen: in zijn schuurtje staan twee emmers vol. Hij weet dat het gevaarlijk is, maar eet ze al twintig jaar. 'Aardappels komen ook uit de grond.'

Veldwerker Loedmilla Galaka van UNEP is na tien jaar werken rond de Zona het fatalisme meer dan moe. Zelf is ze liquidator tweede klas: na de ramp reed zij met een truck rond om conserven uit dorpswinkels in de Zona op te halen. 'Maar ik krijg geen uitkering, werk hard en ben een optimist. Zij krijgen wat geld van de staat, voeren niks uit en zijn ongelukkig.'

Voor veel ontheemden is het maar het beste om in de Zona terug te keren. Honderden oudjes deden dat al illegaal: samosel, 'zelfvestigers'. Galaka: 'Stress is vele malen dodelijker dan straling. Laat ze maar gewoon naar de Zona terugkeren en voor zichzelf zorgen.'

Dit verhaal is gebaseerd op drie reizen in en rond de Zona: in 2000, 2005 en 2006