Minder regels voor arbeidstijd

Zestig uur werken per week is straks geen overwerk meer. Althans, volgens de wet. Dat is een van de gevolgen van het wijzigingsvoorstel voor de Arbeidstijdenwet die minister De Geus (Sociale Zaken) bij de Tweede Kamer heeft ingediend.

Er gaan minder regels gelden voor het maximale aantal uren dat iemand mag werken en voor nachtarbeid. Verder verdwijnen de aparte regels voor overwerk uit de wet en worden afspraken over pauzes een zaak van werkgevers en werknemers.

De wet is opgesteld naar aanleiding van een arrest uit 2004 van het Europese Hof over het meetellen van nachtdiensten van een Duitse arts als werktijd. Die uitspraak maakte duidelijk dat de Nederlandse regels voor zogenoemde slaapdiensten - die tellen ten onrechte niet mee als werktijd - in strijd zijn met Europees recht.

Het wetsvoorstel is tevens deel van het kabinetsbeleid om het aantal regels terug te brengen. De nieuwe wet beperkt zich zoveel mogelijk tot regels die nodig zijn voor de bescherming van de veiligheid, gezondheid en welzijn van de werknemer, aldus het ministerie van Sociale Zaken.

In de nieuwe Arbeidstijdenwet staan nog maar vier regels over de maximum arbeidstijd. De huidige wet kent nog twaalf verschillende regels. Zo schrijft de nieuwe Arbeidstijdenwet een maximum arbeidstijd voor van 12 uur per dienst en 60 uur per week. In een periode van 4 weken mag een werknemer gemiddeld maximaal 55 uur per week werken en per 16 weken gemiddeld 48 uur. De regels die werken op zondag bepalen, blijven ongewijzigd.

Er komt ook meer ruimte bij nachtarbeid. Een nachtdienst mag in de regel niet langer zijn dan 10 uur. Werknemers die vaak 's nachts werken mogen gemiddeld maximaal 40 uur per week werken, gemeten over 16 weken.