Kleine man van grote daden

Met zijn tiende plaats op de wereldranglijst is Gerco Schröder (28) de meest succesvolle springruiter van Nederland. Dit weekend hoopt hij Jumping Amsterdam te winnen. 'Ik zal nooit mijn wil opleggen aan een paard.'

Gerco Schröder: „Ik probeer mij voortdurend in het paard te verplaatsen.” Foto Eric Brinkhorst lochem 20-4-2006 Eurocommerce Gerco Schroder met Acapulco ©foto eric brinkhorst Brinkhorst, Eric

Het eerste dat opvalt zijn zijn ogen: ze lijken naar houvast te zoeken. Tijdens het anderhalf uur lange gesprek in de kantine van paardenstal Eurocommerce in het Gelderse Lochem kijkt Gerco Schröder voortdurend om zich heen. Hij bestudeert zijn collega-ruiters aan de belendende tafel, blikt richting een telefoon die achter hem afgaat en tuurt door het raam als hij paardenhoeven hoort. Schröder is verlegen. En bescheiden.

Je zou het niet zeggen, afgaande op zijn palmares. Gerco Schröder (28), de zeven jaar jongere broer van ruitertweeling Wim en Ben, is Nederlands meest succesvolle springruiter van dit moment. Dit weekeinde neemt de nummer tien van de wereld deel aan Jumping Amsterdam, de wereldbekerkwalificatiewedstrijden voor springruiters in de hoofdstad. Of hij de titel wint, durft Schröder - 1.67 meter lang en tenger van postuur - niet te voorspellen. Maar de paarden springen goed en hij zit zelf ook lekker in zijn vel. 'Ik zeg niet dat ik ga winnen, maar zal het zeker proberen.'

Bescheiden én ambitieus, het lijkt een contradictio in terminis. Maar in Schröders geval klopt het. Hij treedt niet graag op de voorgrond. Mijdt menigtes. En tegelijkertijd weet hij heel goed wat hij wil: prijzen winnen. Anderen overklassen. Die drang ervoer hij voor het eerst toen hij zeven jaar oud was en een 'deal' sloot met zijn broers. 'Wim en Ben reden pony en wilden dat ik het ook eens probeerde. 'Pa heeft mij nodig op de boerderij', sputterde ik tegen. Maar daar namen ze geen genoegen mee. Toen hebben we afgesproken dat ik drie weken lang clubconcours ging rijden. Vond ik het niets, dan zouden zij voor eeuwig hun mond houden - en kon ik de rest van mijn leven tractor rijden. Maar toen ik bij een van die concours een prijs won, was mijn nieuwsgierigheid gewekt.'

Al snel bleek dat Schröder aanleg had. En dus reed hij wekelijks op zijn pony vanuit Tubbergen naar de ponyclub in Geesteren, een tocht van dik anderhalf uur. Omdat zijn ouders - beiden veehouder - geen geld hadden om dure pony's te kopen, haalde hij ze uit de wei. 'Ik heb twee keer een Europees kampioenschap met zo'n pony gereden. Het waren prima beesten, ik leidde ze zelf op.'

Nadat hij zijn diploma aan de landbouwschool in Tubbergen had gehaald ('mijn moeder wilde dat ik een vervolgopleiding ging doen, maar zelf wilde ik ruiter worden') kreeg hij een baan bij stal Bollvorm in het Brabantse Dinteloord aangeboden. 'Ik was vijftien, zestien jaar oud en woonde op een piepklein kamertje op de manege. Paarden waren mijn lust en mijn leven, ik reed van 's morgens acht tot halverwege de avond.'

Twee jaar later vroeg zijn huidige sponsor Eurocommerce - een bedrijf dat kantoren verhuurt - of hij bij manege De Knillenberg in het Gelderse Lochem wilde komen werken. 'Mijn broer Wim werkte al samen met het bedrijf. Toen ze nog een springruiter nodig hadden, viel hun oog op mij. Een tijd lang reed ik 's morgens in Lochem de paarden en melkte ik 's middags in Tubbergen de koeien bij mijn ouders. Naarmate ik meer concoursen ging rijden, ben ik mij volledig op de sport gaan richten.'

Vanaf dat moment ging het snel bergopwaarts. Schröder was twintig jaar toen hij een individuele gouden medaille én teamgoud behaalde op het Europees kampioenschap Young Riders in 1999. Maar ook als senior wist hij menig titel binnen te slepen. Zo werd hij tweede bij de Wereldbekerwedstrijd van Dortmund, in 2003, en won hij onder meer de Grote Prijzen van Amsterdam, Hamburg, Oslo en Helsinki. Verder was hij lid van het Nederlands team dat vierde werd op de Olympische Spelen van 2004 in Athene. Het drie pagina's omvattende curriculum vitae van de twintiger dwingt respect af.

Op de vraag wat het geheim van zijn succes is, moet Schröder het antwoord schuldig blijven. Zichtbaar ongemakkelijk: 'Daar heb ik nog nooit over nagedacht. Zeker is dat ik veel aan mijn broers te danken heb; zij hebben mij jarenlang getraind. Eerst Ben, later Wim.' Zijn ze wel eens jaloers op het getalenteerde nakomertje? 'Nee hoor, we werken prima samen. Toen mijn paard Monaco vorig jaar geblesseerd raakte, bood Wim mij twee van zijn toppaarden aan. 'Jij staat zo hoog op de wereldranglijst', zei hij. 'Die positie moet je zien te behouden.'

Wedijver tussen collega's is volgens hem funest. 'Hoe kan je ooit nog iemand in de ogen kijken als je in stilte hoopt dat hij tijdens een wedstrijd een misstap begaat? Nou, ik niet in ieder geval.'

Volgens mensen die Schröder wat beter kennen, schuilt het geheim van zijn succes in het feit dat hij zijn paarden feilloos aanvoelt. Waar andere ruiters hun paarden 'beredeneren', gebruikt hij zijn intuïtie. 'Ik probeer mij voortdurend in het paard te verplaatsen', legt Schröder uit tijdens een rondleiding door de hypermoderne stal voor de ingang van het terrein, waar zo'n twintig paarden van broer Wim en hem zijn ondergebracht.

'Mijn uitgangspunt is dat wij beiden - het paard én ik - tevreden moeten zijn. Compromissen sluiten, daar draait het om. Ik zal nooit mijn wil opleggen aan een paard. Natuurlijk probeer ik voortdurend mijn prestaties te verbeteren. Maar als het paard niet in orde is, doe ik een stapje terug in het concours.'

Die houding versterkt de band tussen mens en dier, denkt Schröder. En dat is geen overbodige luxe voor een rijder die graag voor moeilijke parcoursen gaat en doorgaans veel risico's neemt. 'Soms heb ik vooraf vier galopsprongen gepland en kom ik slecht uit. Dan beslis ik in een fractie van een seconde om er toch vijf van te maken.

'Een paard dat veel vrijheid van zijn ruiter krijgt, zal daar minder moeite mee hebben dan een paard dat tegen zijn zin allerlei handelingen moet verrichten. Het is een wisselwerking: als ik flexibel ben, is het paard dat ook.'

Schröder beschikt over tien paarden, waarvan de jongste zeven jaar is en de oudste vijftien. Het merendeel heeft de naam van een metropool meegekregen: Monaco, Acapulco, Milano, Berlin en Genève. 'Monaco is mijn beste paard. Toen het vorig jaar geblesseerd raakte, was dat best even slikken; wij zijn zeer aan elkaar gehecht.'

'De kleine man van de grote daden' - zoals zijn bijnaam luidt - zwijgt en strijkt het dier zachtjes over zijn neus. 'Monaco heeft een enorme vechtlust. In de ring geeft hij alles. En hij is goed in staat mee te denken; hij wéét wat er van hem verwacht wordt en waar ik naartoe wil. Komen we te dicht in de buurt van een hindernis, dan zoekt hij zelf naar een oplossing. Monaco rijdt nooit tegen me, zoals ik dat noem. Het is een eerlijk paard. Als wij een parcours springen, durf ik hem voor honderd procent te vertrouwen.'

Langzaam loopt Schröder door de stal. Bij ieder paard geeft hij een korte karakterisering. 'Lanapoule springt veel indoor, want binnen voelt hij zich veiliger. Bij de wereldbekerkwalificatiewedstrijden in Amsterdam is hij zeker van de partij.' Acapulco is met zijn ruim 1.80 meter een van de grootste paarden. 'Een betrouwbaar paard, dat geen energie verspilt voor de wedstrijd. Temperamentvol op de juiste momenten.'

Zoals gebruikelijk houdt Schröder zijn omgeving gedurende de rondleiding nauwlettend in de gaten. Zo nu en dan onderbreekt hij het gesprek om een aanwijzing te geven aan de stalknecht. 'Heeft Wim je gevraagd het paard daar neer te zetten? Het lijkt me beter als je het mee naar achteren neemt.'

Wat Eurocommerce volgens Schröder bijzonder maakt, is dat het bedrijf op basis van gedegen speurwerk jonge paarden aankoopt, die het zelf voor de topsport opleidt. 'Vergelijk het met de jeugdopleiding van Ajax', zegt Schröder, die veel van voetbal houdt. 'Het vergt meer tijd en inzet dan wanneer je een ouder paard koopt dat al internationale wedstrijden heeft gereden. Maar de ervaring leert dat het loont.' Van de vijf à tien paarden die Eurocommerce jaarlijks aankoopt, worden er meestal een of twee voor de topsport ingezet.

Gemiddeld vijfenveertig weekeinden per jaar rijdt Schröder concoursen, waarvan een groot deel in het buitenland. 'Afgelopen weekend zat ik in Gotenburg voor de wereldbeker, volgende week vlieg ik naar Kuala Lumpur voor de wereldbekerfinale en het weekend daarop neem ik deel aan de landenwedstrijden in La Baule. Ik vergelijk paardrijden wel eens met een virus: als je er eenmaal aan bent blootgesteld, krijg je het nauwelijks meer uit je systeem.'

Verklaart dat ook waarom zijn CV vermeldt dat hij ongehuwd is? Gaat zijn liefde voor paarden boven alles? Met het schaamrood op de kaken: 'Eh, nou nee. Ik heb een vriendin. We zijn al jaren samen, maar hebben nooit de behoefte gehad te trouwen.'

Schröder beseft dat hij van geluk mag spreken. 'Er zijn genoeg vrouwen die het niet aan zouden kunnen dat hun vriend zo vaak van huis is. Mijn vriendin begrijpt mijn passie voor paarden, ze mag zelf ook graag een stukje rijden. En als haar werkzaamheden het toelaten, begeleidt ze mij naar belangrijke wedstrijden, zoals de finale van de wereldbeker in Kuala Lumpur. Van jaloezie heeft ook zíj gelukkig nooit last.'

    • Danielle Pinedo