Iedereen kan bouwen aan eigen pensioenvilla

Het pensioenstelsel is als een gebouw met drie verdiepingen: AOW, aanvullende pensioenen en lijfrentepolissen. Vanaf het vijftiende jaar kan de opbouw beginnen.

25

In deze leeftijdsfase ben je druk met de studie, werk, woonruimte, relatie en andere gewichtige zaken, maar niet met het pensioen, de tweede jeugd vanaf 65, wanneer de Sociale Verzekeringsbank (SVB) de eerste AOW-uitkering overmaakt. Als je ouders daar nog niet aan toe zijn, waarom zou een 25-jarige zich dan nu al druk maken over het jaar 2046? Misschien leren de kinderen op de basisschool dan Chinees. Geen zorgen voor de dag van morgen. Maar als het om persoonlijke geldzaken gaat, kan die houding je lelijk opbreken.

Neem de AOW, de Algemene (geldt voor iedereen) Ouderdomswet. Ga er maar vanuit dat die overheidspensioenen in 2046 nog bestaan. De AOW is een basispensioen voor mensen van 65 jaar of ouder. Hoeveel pensioen iemand krijgt, hangt af van de woonsituatie (alleenstaand, gehuwd, enzovoort) en hoeveel jaren je voor de AOW verzekerd bent geweest. Dat is nog niet te zeggen. De premies die je nu betaalt, worden immers besteed aan de uitbetaling van AOW voor de huidige 65-plussers. Je bouwt dus geen eigen pensioen op, maar bent vanaf 2046 afhankelijk van de mensen die premies betalen. Zo werkt het nu. Of dat over veertig jaar nog zo is, weet niemand.

Voor elk jaar dat je vanaf je vijftiende jaar legaal in Nederland woont of werkt, bouw je 2 procent AOW op. Op je vijfentwintigste heb je dus al 20 procent opgebouwd. Wie vanaf zijn vijftiende tot zijn 65ste in Nederland woont of werkt, ontvangt 100 procent AOW: vijftig keer 2 procent. Voor een alleenstaande is dat bijna 12.000, voor een echtpaar 16.000 euro per jaar. En dat voor vijftig jaar wonen en/of werken, want over premie betalen rept de wet niet.

Wanneer je naar het buitenland gaat, ongeacht de reden, dan ben je meestal niet meer verzekerd (dat kost 2 procent AOW per jaar), behalve wanneer je werkt voor een Nederlandse werkgever. Word je elders gedetacheerd, dan kan je de werkgever verzoeken de premie door te betalen. Wie gaat werken voor een buitenlandse werkgever, kan desgewenst een vrijwillige AOW-verzekering sluiten. Het is dus van belang de AOW niet te laten versloffen wanneer je uitvliegt, anders schrik je op je 65ste wakker, omdat het pensioengebouw wankelt. Tot zover de eerste pijler van het pensioengebouw.

Wat betreft het aanvullende ouderdoms- en nabestaandenpensioen dat werkgevers bieden, is het goed te weten dat in Nederland geen pensioenplicht bestaat. Niemand is automatisch (omdat het in de wet staat) voor een pensioen verzekerd als je ergens in loondienst gaat werken, maar heel vaak is dat wel zo. En als het niet zo is, leg dan zelf iets opzij voor later. Zo bouw je in eigen beheer aan de vierde pijler van je pensioenvilla.

Tips

1Raadpleeg de website van de Sociale Verzekeringsbank (www.svb. nl) die belast is met de uitvoering van de AOW en andere sociale wetten.

2Neem altijd contact op met de SVB wanneer u van plan bent om lange tijd in het buitenland te verblijven.

3Ga na of de werkgever een pensioenregeling biedt. Is dat niet zo, leg dan elke maand 100 euro opzij.

45

Wat het pensioen betreft is een vijfenveertigjarige ongeveer halverwege. Men heeft twintig jaar opbouw achter de rug en nog twintig jaar voor de boeg. Of het pensioen er nog zo florissant uitziet als twintig jaar geleden het algemene beeld was in Nederland (70 procent van het laatst verdiende loon op pensioendatum, geïndexeerd) is de vraag. Waarschijnlijk niet. Bovendien werken er veel mensen (tijdelijk) niet in loondienst en/of ze hebben geen deel aan een pensioenregeling. In deze leeftijdsfase is het goed de balans op te maken en de plooien glad te strijken.

Het pensioen loopt nu meer risico's dan voor een vijfentwintigjarige. Langdurige ziekte en werkloosheid, ontslag, minder inkomsten, faillissement, (echt)scheiding, tweede huwelijk, samenleven, overlijden enzovoort. Doen een of meer van deze veranderingen zich voor, dan kunnen ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen in de versukkeling raken.

De reden ligt voor de hand: je concentreert je op de, vervelende, gevolgen van die veranderingen, niet op pensioenen die pas twintig jaar later aan de orde zijn. Dat is niet verstandig. Om dit te voorkomen is het raadzaam de oudedags- en nabestaandenvoorzieningen na te lopen op hun bestendigheid tegen de geschetste persoonlijke en zakelijke veranderingen. Wat gebeurt er als...? Dit bij voorkeur in overleg met deskundigen.

Dan is er nog tijd het wankelende pensioengebouw te stutten met aanvullingen bij een pensioenfonds, lijfrenteverzekeringen en andere privé en zakelijke voorzieningen.

Tips

1Wie zijn oudedagsvoorzieningen naloopt, kan de sociale wetten en voorzieningen niet overslaan en doet er goed aan in de boekhandel het informatieve boekje De Kleine Gids voor de Nederlandse Sociale Zekerheid, versie 2006.01 te kopen (8,30).

2Nuttige informatie over pensioenen staat in het boek Pensioenperikelen van Wilma van Hoeflaken (Uitgeverij Nieuwezijds 2006, 10). Onder meer antwoorden op lezersvragen, onderverdeeld in de hoofd-stukken AOW, werknemers, ondernemers, lijfrenteverzekeringen, een nieuwe baan, verlof of eerder stoppen, uit elkaar, nabestaandenpensioen, vrouwen, mannen en tweeverdieners, en naar het buitenland.

65

Wie rond de 65 jaar oud is, zit wat pensioenopbouw betreft zo'n beetje aan het einde van de rit. De pensioenleeftijd is nu 65 jaar, maar dat is om fiscale redenen. De overheid wil namelijk de premies voor voorzieningen om eerder te stoppen niet langer fiscaal vriendelijk (de omkeerregeling) behandelen. Zo worden werknemers gedwongen in principe door te werken tot hun vijfenzestigste. Daarmee is een eind gekomen aan de VUT-regelingen en regelingen van prepensioen en overbruggingspensioen. Pensioenregelingen mogen wel een pensioenleeftijd tussen 60 en 65 jaar bevatten, maar dan moet voor het ouderdomspensioen met een lager opbouwpercentage gerekend worden.

Natuurlijk mag iedereen vóór zijn vijfenzestigste stoppen met werken, maar dat moet dan (voor werknemers) passen binnen de regels van de werkgever en de desbetreffende pensioenregeling. Bovendien biedt de levensloopregeling enig soelaas om de lier eerder aan de wilgen te hangen. Of je teert op eigen (spaar)middelen tot de ingang van pensioen en AOW. Niet-werknemers hebben meer vrijheid op dit punt.

Is het inkomen op vijfenzestigjarige leeftijd (of op een ander moment) te laag om van te leven - ondanks AOW, aanvullende pensioenen en lijfrente-uitkeringen - dan is het tijd voor ingrijpende maatregelen.

Een voorbeeld. Verkoop uw huis en ga huren. Verkoop uw tweede huis of uw vakantiewoning. Verkoop een deel van uw waardevolle bezittingen, zoals kunst, verzamelingen of een boot. Ga of blijf parttime werken in loondienst. Misschien zit er nog een erfenis in het vat en kunt u die eerder lospeuteren, bijvoorbeeld door te lenen van uw ouders. Er is genoeg te doen om wat bij te verdienen en creatief denken vormt de sleutel tot succes.

Conclusie. Het zal duidelijk zijn dat men niet moet wachten tot zijn vijfenzestigste met het beoordelen van de oudedagsvoorziening. Doe dat op een zo jong mogelijke leeftijd.

Tip

1 Kwartaalschrift Tendensen van Delta Lloyd

Tendensen verschijnt viermaal per jaar voor relaties van Delta Lloyd. Het behandelt actuele fiscale en juridische kwesties. Nummer 90, van maart 2006, bevat een overzicht van de fiscale behandeling van VUT en (pre)pensioen; de levensloopregeling, de gouden handdruk, de Wet financiële dienstverlening, een evaluatie van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding, de WW, de beëindiging van de FVP-bijdrageregeling en andere onderwerpen. Nummer 90 is voor de gelegenheid te lezen door het in PDF-vorm te downloaden via www.deltalloyd.nl/overdeltalloyd/voordepers.