Homo's werden niet erkend als slachtoffers van nazi's

Een expositie in Herinneringscentrum Kamp Westerbork toont het leven van homo's in de Tweede Wereldoorlog. Hirsi Ali opende gisteren de tentoonstelling.

Tweede Kamerlid Hirsi Ali (VVD) opende gisteren in Westerbork een tentoonstelling over homo's in de Tweede Wereldoorlog. (Foto Sake Elzinga) Nederland - Hooghalen - ( Drenthe ) - 21-04-2006 Herinneringscentrum Kamp Westerbork, openingstetoonstelling ' Wie kan ik nog vertrouwen?.' Homseksueel in nazi-Duitsland en bezet Nederland. De opening werd verricht door Ayaan Hirsi Ali , woorvoerder VVD integratie- en emanicipatiebeleid Tweede Kamer. Hirsi Ali (links) en samensteller van de expositie Klaus Muller na de verrichte opening handeling. Foto: Sake Elzinga Elzinga, Sake

De Haagse politie kreeg in 1944 een compliment van de SS, nadat er bij een inval homo's waren opgepakt. In de Storm-SS van 3 december van dat jaar stond hoe belangrijk dit was: 'De homo-sexueelen en hun aanhang zijn de pest voor een samenleving (..). Gevaarlijk zijn ze en daarom dienen zij als onkruid (..) uitgerot te worden tot den laatsten man (..).'

Het pamfletje is te zien op de tentoonstelling 'Wie kan ik nog vertrouwen? Homoseksueel in nazi Duitsland en bezet Nederland' in Herinneringscentrum Kamp Westerbork. De expositie, die uit foto's uit privé-collecties, filmfragmenten en citaten uit brieven en boeken bestaat, is de eerste officiële over dit onderwerp in ons land. Tweede-Kamerlid Ayaan Hirsi Ali (VVD) opende gisteren de expositie door samen met de homoseksuele Iraanse asielzoeker Iman Ebrahim (30) een affiche op te hangen in de tentoonstellingszaal. Hij is de enige homoseksuele asielzoeker die hier naar buiten durft treden. 'Erg dapper', vindt Hirsi Ali.

Negen homo-wetenschappers hadden deze week kritiek op de keuze van de organisatie voor Hirsi Ali. Volgens de wetenschappers polariseert ze, is ze populistisch, kaapt ze het onderwerp homo-emancipatie weg en voert ze 'apocalyptische scenario's over homohaat'.

Directeur Dirk Mulder van het Herinneringscentrum zei de kritiek in zijn welkomstwoord 'merkwaardig' te vinden. 'Vooral als je nog niet weet wat er gezegd gaat worden.' Hirsi Ali is gevraagd, zei hij, omdat ze betrokkenheid toont bij de 'achterstelling en vervolging van homoseksuele mannen en lesbische vrouwen. En zo vanzelfsprekend is dit niet, helaas ook niet in ons land.'

Op een persconferentie zei het VVD-Kamerlid zich de kritiek van de homo-onderzoekers niet aan te trekken. 'Hun verhaal was allesbehalve wetenschappelijk, maar emotioneel.' Ze verweet hun 'intolerant gedrag' te rechtvaardigen, wat volgens haar kwalijke gevolgen kan hebben. 'Als mensen tijdens de Tweede Wereldoorlog in verzet waren gekomen, was een apocalyps uitgebleven.' Haar criticasters bagatelliseren homohaat, vindt ze. 'Ze noemen het leed anekdotisch, maar wat voor de een anekdotisch is, is voor de ander werkelijkheid.'

Na de machtsovername door de nazi's was het gedaan met de openlijk homoseksuele cultuur in de Weimar-republiek. Tussen 1933 en 1945 werden naar schatting 100.000 mannelijke homo's in Duitsland gearresteerd. De helft van hen belandde in gevangenissen en tussen de 10.000 en 15.000 werden naar concentratiekampen gedeporteerd. In West-Duitsland bleef homoseksualiteit na de oorlog strafbaar. Tussen 1949 en 1969 werden daar nog eens ruim 100.000 homomannen door de politie ondervraagd. Slachtoffers van de nazi's werden vaak opnieuw veroordeeld, omdat ze al een strafblad hadden. Veel homo's leidden tijdens de oorlog een dubbelleven en zwegen. Ook na de bevrijding. Door de overheden werden ze niet erkend als slachtoffer van de nazi-terreur.

Zoals de Duitser Karl Gorath, overlevende van de kampen Auschwitz, Neuengamme en Mauthausen: 'Alleen mijn moeder wist dat ik in een concentratiekamp had gezeten. Als mensen mij vroegen waar ik was geweest, antwoordde ik: in de oorlog.' Zijn verhaal staat in het 'Doodgeslagen Doodgezwegen' (2005). In 1947 wordt hij opnieuw veroordeeld door dezelfde rechter als in de oorlog. Zwijgen deed ook het Nederlandse vriendinnenpaar Ru Paré en Do Versteegh dat 52 joodse kinderen redde. Niet alleen over hun verzetswerk zwegen ze, ook over de exacte aard van hun 51 jaar durende vriendschap.

Aan het eind van de expositie wordt de vraag gesteld of homoseksuelen tegenwoordig nog kunnen vertrouwen op rechtsbescherming. Niet in Iran, zo maken de samenstellers duidelijk. Op een foto staan de twee homoseksuele tieners die in juli vorig jaar werden opgehangen. Ebrahim voelt zich 'zelfs in Nederland onvrij'. 'De nazi-tijd is voorbij, maar er zijn nog landen waar je vervolgd wordt om je seksuele voorkeur. Ik hoop dat er een dag komt dat mensen veilig en zonder angst samen kunnen leven. Ook in ondemocratische regimes als Iran.'

    • Karin de Mik