Historische kennis handig in maatschappelijk debat

Werkgevers in de schoonmaaksector gaan controleren of hun collega-werkgevers zich wel aan de CAO houden (NRC Handelsblad 13 april). Verbazing alom, want werkgevers noch vakbonden kunnen zich herinneren dat zoiets ooit eerder is gebeurd. Zelfs de juristen van de bond blijken dit nooit eerder te hebben gezien. Maar kennis van het verleden is ook niet hun specialiteit. Ten koste van veel geld worden in Nederland echter mensen opgeleid die wel het verleden als specialiteit hebben. Bij deze geschiedkundigen is veelal ook historische kennis aanwezig over zaken die de arbeidsverhoudingen betreffen. Men hoeft het hun maar te vragen.

In mei 1931 brak een staking uit bij de steenfabriek Ekema in Bierum (Groningen). De 21 stakers die eisten dat hun baas zich aan het contract hield, hielden het 670 dagen vol. De arbeiders kregen steun van de andere steenfabrikanten, omdat ook zij niet wilden dat een collega lagere lonen uitbetaalde dan was afgesproken. Deze steun uitte zich in de aanvulling tot het normale loon die door de ondernemers bovenop de stakingsuitkering van de vakbonden werd betaald. Dit is één voorbeeld, maar er zijn er meer.

Het nut van kennis van het verleden is omstreden. Veel mensen vinden historische kennis wel aardig, maar dat deze ook een rol in het maatschappelijk debat kan spelen, daar wil niet iedereen aan. Toch zou men er goed aan doen gebruik te maken van de diensten die historici de samenleving kunnen bieden. Gewapend met dergelijke kennis zou de overheid ook niet zomaar de woningbouwverenigingen om zeep hebben geholpen of de spoorwegen en andere nutsbedrijven hebben geprivatiseerd. Ook hier had kennis van de ontstaansgeschiedenis kunnen laten zien dat ze tussen 1850 en 1930 niet voor niets zijn ontstaan.

    • Dr. Sjaak van der Velden
    • International Instituut voor Socialegeschiedenis