Grondstof planeten rond ster draait deels verkeerde kant op

Jonge sterren zijn vaak omringd door een roterende schijf van 'puin' waarin zich planeten kunnen vormen. De schijf rond een ster in het sterrenbeeld Slangendrager (Ophiuchus) bestaat echter uit twee delen die in tegengestelde richtingen wentelen. Deze opmerkelijke ontdekking deden de Amerikaanse astronomen Anthony Remijan en Jan Hollis (Astrophysical Journal, 1 april). De vondst van dit eerste tegendraadse systeem impliceert dat het proces van planeetvorming veel chaotischer zou kunnen verlopen dan gedacht. Rond zo'n ster zouden zelfs planeten kunnen ontstaan die er in tegengestelde richting omheen draaien.

Remijan en Hollis hebben de jonge ster, die op een afstand van ongeveer vijfhonderd lichtjaar staat, waargenomen met de Very Large Array in New Mexico. Ze ontdekten dat het gas rond de ster is geconcentreerd in een langzaam roterende schijf die een diameter heeft van ongeveer driehonderd maal de afstand aarde-zon. Andere astronomen hadden echter al eerder uit waarnemingen aan andere moleculen op grotere afstand van de ster gevonden dat zich daar gas bevindt dat in omgekeerde richting rond de ster draait. Blijkbaar zijn er dus twee gasschijven in het spel.

De astronomen denken dat dit systeem met tegendraadse schijven ontstaan is uit twee verschillende gaswolken. De ster bevindt zich in een gebied waarin veel meer sterren ontstaan. Van zulke gebieden is bekend dat het gas en stof er chaotisch kan bewegen. Door contractie kunnen kleinere wolken ontstaan die in verschillende richtingen roteren. Als zij met elkaar versmelten, blijven hun draairichtingen in eerste instantie behouden en ontstaat dus één systeem met twee rotaties.

Volgens Remijan en Hollis bevindt zich in de twee schijven rond de jonge ster voldoende materiaal voor de vorming van planeten. Als dit proces al op korte termijn begint, ontstaan planeten die in tegengestelde richting om de ster draaien. Als gevolg van hun onderlinge aantrekkingskracht kunnen dan planeten van de ster af of er naar toe worden geslingerd voordat er uiteindelijk een meer stabiele situatie (met of zonder planeten) ontstaat. George Beekman