Geen onderwijsfabriek

INHOLLAND wordt wel verweten, onlangs weer door columnist Leo Prick (W&O 15 april), de grootste hogeschool te zijn. Nu is INHOLLAND niet de grootste hogeschool van Nederland - dat is Fontys - maar we zijn inderdaad groot. Dat wil zeggen: we hebben een organisatie die het mogelijk maakt in 16 verschillende Schools weinig geld te besteden aan overhead (omdat die goedkoop centraal geregeld wordt) en veel aan onze kerntaken: onderwijs, onderzoek en voorbereiding van studenten op de arbeidsmarkt.

Gemiddeld studeren ongeveer 5.000 studenten in onze gebouwen. Dat is minder, soms aanzienlijk minder, dan bij andere hogescholen. Daardoor kunnen wij meer aandacht besteden aan specifieke studentenzaken. Wij combineren dus juist de voordelen van een kleine schaal (stimulerende leeromgeving) met die van een grote schaal (bureaucratische efficiency).

Alle opleidingen van INHOLLAND die zijn beoordeeld door de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO), zijn kwalitatief goedgekeurd. Het is bedroevend te moeten lezen dat Leo Prick, desondanks, suggestief onze kwaliteit ter discussie stelt. Zijn term onderwijsfabriek” is voor INHOLLAND beschadigend en voor de 3.000 medewerkers en 35.000 studenten een belediging.

INHOLLAND is voortgekomen uit een fusie van verschillende hogescholen. Veel mensen met een mening over onderwijs houden niet van `fusies`. Maar onze fusie was nodig om de onderwijskwaliteit te handhaven na jaren van bezuinigingen. Hogescholen krijgen ongeveer 200 euro per student minder dan tien jaar geleden. Natuurlijk hebben we de gebruikelijke naweeën ondervonden van het fusieproces, en sommige ondervinden we nog steeds. Als hogeschool hebben we daarvoor een reeks verbeterplannen gemaakt die nu in uitvoering zijn. De Onderwijsinspectie heeft ons verbeterprogramma in het najaar van 2005 onderzocht en kwam tot de conclusie dat INHOLLAND op de goede weg is om uit de fusieperikelen te komen. Staatssecretaris Rutte heeft vervolgens in een brief naar de Tweede Kamer zijn vertrouwen in onze verbetermaatregelen uitgesproken.

Ons onderwijsconcept is in essentie een combinatie van onderwijs, onderzoek en praktijkervaring, met extra accenten op beroepsvaardigheden. Ook al is er, anders dan Prick lijkt te denken, niets mis mee dat onze organisatie van bovenaf wordt geleid”, het onderwijsconcept is opgesteld in nauw overleg en afstemming met de docenten. En het is uiteindelijk vastgesteld door de Hogeschool Medezeggenschapsraad (HMR), waarin 12 medewerkers en 12 studenten zitting hebben.