Fietsen met kinderen in Frankrijk. Pas op de hond!

Wie er over denkt met kinderen een fietsvakantie te gaan houden, leze beter eerst hoe het Anneke Hage en haar kinderen afgelopen zomer in Zuid-Frankrijk verging

EVEN DOORTRAPPEN: links Anneke Hage met dochter Rosa op de aanhangfiets. Foto Mirthe Hage Hage, Anneke

Onderweg naar Grignan probeer ik voorovergebogen over het stuur de heuvel te bedwingen. De harde zijwind zwiept de aanhangfiets heen en weer. Boven mij trekt de lucht dicht met grauw-grijze wolken. Hijgend en met trillende benen stap ik af. Mijn rugzak plakt aan mijn kleren. Rosa, achterop de aanhangfiets in een dun zomerjurkje, rilt van de kou. Ver vooruit, boven op de heuvel staat Mirthe, zwaaiend en gebarend: 'waar blijven jullie nou?'. 'Time-out!' sein ik terug.

Het idee om met Mirthe (12) en Rosa (4) op fietsvakantie te gaan ontstond al bladerend door reisgidsen voor 'vakanties met kinderen'. We hoefden er niet lang over na te denken. Zuid-Frankrijk, een ideale bestemming: goed fietsweer, fietstochten van een eenvoudig niveau, vanuit één standplaats. En dat alles op een plek, waar volgens de reisgids in de nabije omgeving voor kinderen van verschillende leeftijden veel te beleven valt. Op naar Frankrijk dus, met de fietsbus.

Op de dag van vertrek stonden we als drie vreemde eenden in de bijt tussen fietsers met professioneel materieel, dat vakkundig in de aanhangwagen werd opgeborgen. Voor ons lag een nachtelijke bustocht die ons zou brengen in de buurt van Mont Ventoux. Als alleengaande moeder met twee dochters gingen we onbekend terrein ontginnen.

De bus was vol en de passagiers die alleen reisden en de overgebleven personen van 'oneven' groepjes moesten noodgedwongen een krappe slaapplaats delen. Mirthe, de oudste, trof dit lot en moest 'hotbunken' met een volslagen vreemde.

Tijdens de nacht flitsten de felle koplampen van tegenliggers met regelmatige tussenpozen door ons nauwe compartiment. Bij zonsopgang hoorde ik de chauffeur zeggen dat hij Mont Ventoux nog nooit zo helder afgetekend had gezien. Dat klonk in ieder geval als een gunstig voorteken.

Wij kwamen aan in de Rhônevallei en de velden met druivenstruiken strekten zich ver uit over de glooiende heuvels. We logeerden op een afgelegen, verbouwde boerderij op enkele kilometers van Valréas, een klein stadje in de Enclave des Papes en Provence. Op het terrein bevond zich een speeltuin en een klein zwembad. Bij aankomst stonden de fietsen voor ons klaar: voor Rosa en mij een fiets met aanhang en voor Mirthe een gewone fiets.

bomenrijen

Midden op de heuvel parkeer ik mijn fiets langs de kant van de weg en trek Rosa mijn sweater aan. Mirthe komt de heuvel afstormen: 'Wat is er aan de hand, hebben jullie pech?'. 'Nee hoor, maar die heuvel trek ik niet'. Mirthe zet grote ogen op en grijnst: 'oooh, is het dat'. Stapvoets met de fiets aan de hand vervolg ik de weg naar boven.

Boven aangekomen onttrekken dichte bomenrijen het zicht op de omgeving. Ik kan niet zien of Grignan al ergens in de buurt ligt en heb sowieso geen idee waar we zijn. We stappen weer op.

Rosa, die thuis al lang zonder zijwieltjes fietst, hangt scheef achter me op de aanhangfiets. Ik roep over mijn schouder: 'Rosa, je moet me helpen hoor!'. Langzamerhand komen we in een soort ritme. Ze draait enthousiast aan de versnellingen aan haar stuur, niet wetende dat je dan niet tegelijkertijd achteruit moet trappen. Dit levert ons al snel de eerste pech op: de ketting loopt eraf. Pas enkele dagen en vele zwarte handen later maakt iemand ons attent op de oorzaak van het probleem.

Het blijft heuvelachtig. Mirthe trad op als coach voor haar jongere zusje met aanmoedigingen als: 'blijven trappen', en 'doorzetten hoor!'. Vervolgens fietst zij pijlsnel verder om boven op een hoog punt minzaam toe te zien of ik, rood aangelopen en bezweet, óók zonder afstappen de heuvel kan bedwingen.

Eindelijk zien we het imposante kasteel van Grignan als een vesting hoog op een heuvel liggen. Met de fiets aan de hand leggen we het laatste stukje door de slingerende, met klinkers betegelde straatjes naar het kasteel af. Rood-roze bloembakken steken vrolijk af tegen de witgepleisterde huizen.

Tijdens de rondleiding in het zorgvuldig gerestaureerde kasteel zie ik dat de lucht inktzwart is geworden. Begeleid door regenbuien komen we pas tegen het vallen van de avond weer aan bij het appartement. Rosa rent na aankomst onmiddellijk naar het speeltuintje, nog steeds vol energie. Mirthe duikt in een boek. Ik plof uitgeput op de bank.

kleine tochten

Na deze eerste exercitie stellen we onze fietsambities naar beneden bij, in ieder geval tot de wind is gaan liggen. Ondertussen concentreren we ons op kleine tochten: naar Richerenches bijvoorbeeld, een oud vestingstadje van de orde van de Tempeliers, op 10 kilometer afstand. Of naar Valréas om het lavendelfeest, de wijnproeverij of de brocante te bezoeken.

Voor andere leuke dingen in de omgeving moeten we verder weg. De (kinder-) attracties uit de reisbrochure blijken in de praktijk alleen met de auto bereikbaar. Voor Rosa vormt dit alles geen probleem; zij vermaakt zich prima in de speeltuin van ons terrein en met de andere kinderen van haar leeftijd. Mirthe en ik willen toch wat meer actie en vooral wat meer zíen van de omgeving. Dus fietsen we naar de dichtstbijzijnde bushalte en bezoeken met de streekbus de fraaie en interessante dorpjes in de omgeving.

Uiteindelijk breekt de langverwachte fietsdag aan: windstil en zonovergoten. We zetten onze zinnen op Bouchet, een abdij waar zich een bekende wijnkelder bevindt. Een tocht van ongeveer 35 kilometer. We fietsen door smalle landweggetjes, in een licht glooiend landschap en met wijngaarden zover het oog reikt. De zon brandt op onze rug en wij hebben de vaart er goed in. Há, dit is fietsen in Zuid-Frankrijk .

Na een afslag belanden we op een verlaten boerenerf. De weg loopt dood. We stappen af en kijken om ons heen. Er is geen uitweg en we maken rechtsomkeert. Plotseling slaat een hond aan. Verschrikt kijken we elkaar aan en zetten de vaart erin. Mirthe fietst schuin achter mij. Uit mijn ooghoek zie ik rechts van haar een enorme herdershond opduiken. Woest blaffend stormt hij op Mirthe af. Een moment bevries ik op mijn fiets. Dan herinner ik me dat iemand me heeft uitgelegd hoe een fietser een dergelijke situatie aanpakt: blijf fietsen, steek een arm uit, wijs naar de hond en roep 'RETOUR'. Al schreeuwend stormen we het boerenerf af. De hond hangt bijna aan Mirthe's broekspijp maar blijft uiteindelijk op zijn territorium. Mirthe fietst verder alsof haar leven er van af hangt. Na een paar kilometer durven we vaart te minderen, buiten adem en met benen die aanvoelen als pudding. Bij de eerste gelegenheid draaien we van de idyllische landweggetjes af. Via de grote weg die de eindeloze rijen wijnstokken kaarsrecht doorsnijdt bereiken we Bouchet. De abdij is een klein vergeeld gebouw met mos op de daken. Het blijkt gesloten, maar de 'verre tocht' is in ieder geval volbracht en de fietsvakantie daarmee compleet.

Op de dag van vertrek worden wij om zeven uur 's avonds in een klein plaatsje afgezet alwaar de bus ons om half elf 's avonds op komt halen. Op het pikdonkere en verlaten opstapterrein wachten we gelaten op de komst van de bus. Deze is stipt op tijd en opgelucht zak ik onderuit in mijn stoel. 's Nachts heb ik alle tijd om de balans op te maken. Eén ding is zeker: de volgende keer als ik op fietsvakantie ga neem ik mee wat je het meeste nodig blijkt te hebben: de auto. Voor de reis, voor de dagen met stormachtig weer en voor de attracties op afstand.