Een land waar we weer trots op kunnen zijn

Niet eens zo heel lang geleden mochten cabaretiers van het tweede garnituur graag grappen maken over politici die onnodig veel woorden gebruikten - dorre zinnen, technisch jargon, ambtelijke vormelijkheid, het was altijd weer goed voor een hoofdschuddend glimlachje in een mild satirisch televisieprogramma. Die Haagse wereldvreemdheid toch, wisten ze eigenlijk wel wat een pak melk kostte?

En nu?

Lousewies?

'Ik houd van nieuwe uitdagingen. Ik denk dat D66 voor grote uitdagingen staat. Maar ik geloof in deze partij en in dit land.'

Sinds Lousewies van der Laan fractievoorzitter van D66 is geworden, is er een hoop loze energie losgekomen. Lousewies is van de Mabel-generatie, die Nederland vooral vanuit het buitenland heeft leren kennen; haar taal is de internationale taal van congres en conventie voor een betere wereld, een hartstochtelijke taal van idealistische algemeenheden. 'Ik wil dat mensen over tien jaar zeggen: jullie hebben toen in het kabinet gezorgd dat Nederland er weer bovenop kwam en de globalisering aankon. Meer mensen aan het werk, investeren in kennis en bedrijven de ruimte geven voor innovatie. Dat zijn de motoren van de toekomst.'

Volgens Lousewies, in de Volkskrant, gaat het om een bezield programma: 'Wat we nu economisch doen is ook weer revolutionair.' Het is geen revolutie die tot Nederland beperkt blijft. Lousewies: 'Ik had tijdens de fractievoorzittersreis door het economisch snel groeiende India steeds het gevoel: wat goed dat we in het kabinet zitten.' Lousewies ziet zichzelf, dat is duidelijk, ook als een motor van de toekomst.

Maar - dat was een paar weken geleden. Het revolutionaire elan is in de tussentijd ineens vervlogen. Dezelfde Lousewies afgelopen woensdag in NRC Handelsblad: 'We zijn een kleine partij met veel pretenties. Wij hadden de pretentie dat we op een andere manier politiek zouden bedrijven. We legden de lat hoog en dan is het logisch dat mensen een 8 van ons verwachten. Ik vind dat we niet eens een 6- halen, ik vind onszelf een 4.'

Belachelijke pretenties hebben en de dag erna zeggen dat je belachelijk pretentieus bent - wat maakt het allemaal nog uit? Het gaat ook niet om een echte schuldbekentenis, het gaat om een 'schuldbekentenis', zodat de kiezer kan zeggen, moedig van Lousewies, ze heeft weliswaar flink meegeholpen D66 door een mengeling van machtshonger en politieke inteelt naar de knoppen te helpen, maar ze heeft tenminste de guts om het toe te geven. Dat moet genoeg zijn. Lousewies: 'de catharsis moet zijn: fouten erkennen en leven wat je predikt.'

Leven wat je predikt?

Politiek als gebaar. Zou het wel eens bij Lousewies opkomen dat de kiezers weglopen vanwege dit manische gebabbel, al die frases die energie en nieuw elan beloven, maar uiteindelijk ver boven iedere tastbare werkelijkheid blijven zweven? Maar Lousewies is niet uniek, Lousewies is een symptoom. De formele, Haagse omslachtigheid is algemeen vervangen door een kindertaaltje dat Jip en Janneke nog niet uit hun bek zouden krijgen. Het schijnt dat heel Nederland reikhalzend uitziet naar de debatten tussen de VVD-lijsttrekkerskandidaten Rita Verdonk en Mark Rutte. Ik begrijp niet waarom: ik heb tot nu toe niets anders gehoord dan infantiele klanken en kreten, die de liberale partij steeds verder naar de afgrond van de nietszeggendheid drijven. Mark Rutte kan zelfs zijn eigen grappen niet bedenken: in een speech over Europa plagieerde hij de Britse Eurodenker Mark Leonard, die ook iedere toespraak begint met het ontzagwekkende aantal hits die je krijgt wanneer je 'Europa' in combinatie met 'crisis' googelt. Voor straf heb ik 'Mark Rutte' en 'crisis' maar eens gegoogeld.

Bij Verdonk zijn de woorden allang los geraakt van iedere reële betekenis, het is de fermheid en standvastigheid van gebakken lucht. Ik ben niet links, ik ben niet rechts, ik ben rechtdoorzee - net als je denkt dat de bodem van deze put van verbale stompzinnigheid is bereikt, komt de komende leider van de VVD aanzetten met haar belangrijkste programmapunt: Nederland moet weer een land worden waar we trots op kunnen zijn.

Het cliché regeert. Ik geloof in dit land, we moeten weer trots op Nederland kunnen zijn, dit land kan zoveel beter - het is de taal van de loze belofte, maar vooral de taal van de emotie die aan zichzelf genoeg heeft.

En natuurlijk kon het CDA niet achterblijven - na de rampzalige verkiezingsuitslag heeft de partij in paniek besloten zichzelf de nekslag toe te dienen: er moet tot aan de verkiezingen van volgend jaar geïnvesteerd worden in de simpele taal van een simpele boodschap. Wat dat betekent, hebben we inmiddels mogen meemaken: de minister-president van Nederland die uit volle borst een in elkaar gefabriekte aubade aan hemzelf meezingt tijdens een ledenavond van zijn partij. De tekst? 'Jan Peter grote leider/ van 't kleine Nederland/ als onbetwiste voorman/ is hij een man van stand.'

Zoveel leugens, zoveel kreupelrijm. In zijn toespraak kenschetste de grote leider zijn regeringsperiode op z'n bijbels: 'Het was een tocht door de woestijn.'

D66 als revolutionaire partij die Nederland er weer bovenop helpt, Balkenende als Mozes; als het cliché tekortschiet, is daar altijd nog de hyperbool. In de Nederlandse politiek zijn het nu louter de woorden die het werk moeten doen. Om de kloof tussen burger en politiek te dichten, heeft de politiek besloten de burger voortaan als debiel te behandelen. De boodschap moet simpel zijn en de simpelste boodschap is de boodschap die helemaal niets betekent. Ik zeg wat ik denk, en dus zeg ik maar liever iets nietszeggends.

Een paar jaar geleden kondigde de Britse schrijver Martin Amis in zijn gelijknamige essaybundel een oorlog tegen het cliché af. Hij had het over de literatuur, al die voorgebakken romans die hun lezers voorspelbare werelden voorhouden in nietszeggende zinnen. In Nederland is het nu tijd voor een oorlog tegen het politieke cliché - een zero tolerance beleid tegen al die verbale onbenulligheden die de politiek per dag ongeloofwaardiger maken.

Let's go.