Dood Paard doet bittere tijdingen

Het laatste dia-avondje is voor de meeste mensen lang geleden. Al is de herinnering misschien even levendig als vervuld van verveling. Toneelgezelschap Dood Paard biedt met Zelfportret dat kan geen toeval zijn de toeschouwer een ouderwetse diashow, op sfeer gebracht met blikje bier, wijn en toastje brie.

Scène uit ‘Zelfportret dat kan geen toeval zijn’ Foto Sanne Peper Peper, Sanne

Aanvankelijk straalt alles gezelligheid uit. De spelers ontvangen met een glimlach het publiek, er is het vertrouwde geklungel met de projector. De acteurs kijken mee en bieden commentaar. Jeugdherinneringen, natuurlijk, er is zelfs een vader in de zaal. Jaren zeventig en tachtig. De spelers zijn kinderen met konijn of nieuwe wanten, en opeens zijn zijzelf vader of moeder. Als je terugblikt is alles er 'opeens', dat heeft acteur Oscar van Woensel goed gezien: 'De mobiele telefoon was er en opeens is'ie er', zegt hij verbaasd. Dat is een fraai, cryptisch zinnetje. Deze betrekkelijk jonge acteurs, praten al geladen met nostalgie.

In dit los geregisseerde spel dat niets met toneel te maken heeft, ontstaat geleidelijk drama. Actrice Manja Topper krijgt het zwaar als blijkt dat de wereld vol raadsels zit: buitenaards leven, een halfzusje van vier gemaakt door een 'oude' vader in de tweede leg, de neerbuigend-krankzinnige vragen in een inburgeringscursus. De leden van Dood Paard kijken gevoelvol terug op de idealen van de jaren zeventig, zoals een andere generatie smachtend terugblikt naar de jaren zestig. Toppers conclusie is 'dat we niets weten'.

Dat is geen vrijblijvend cynisme. Met tegenspeler Kuno Bakker ontspint zich een theatrale strijd over waarheid en idealen, oprechtheid en leugens. Bakker verbeeldt hier perfect dat tolerantie een begrip is dat je in een handomdraai, toastjes knabbelend aan de borreltafel, kunt omkeren in het tegendeel: racisme, zelfs haat. In aalgladde zinswendingen toont het gezelschap aan dat onverdraagzaamheid haar wortels vindt in het verlangen iemands oorspronkelijke mening te ontnemen.

Zelfportret is vooral een voorstelling als maatschappelijk portret van Nederland geïntegreerd in een groeiend, abstract Europa. Deze generatie, opgegroeid in de jaren zeventig, kan nog buigen op familiebanden. De volgende generatie, aldus het drietal Dood Paard-spelers, kan dat niet meer. Kinderen groeien op als enig kind. Vaders van zestig nemen kinderen en zijn 'gemiddeld gesproken dood', zoals Manja Topper zegt, als het kind tien is. Met deze onthullende details maakt Dood Paard goed duidelijk dat we in een ongrijpbare wereld leven: zestien miljoen mensen zonder identiteit. Zelfs een genoeglijk avondje dia's ontspoort in bittere tijdingen.

Voorstelling: Zelfportret dat kan geen toeval zijn, door Dood Paard. Idee en spel: Kuno Bakker, Manja Topper en Oscar van Woensel. Gezien: 20/4 Theater Frascati, Amsterdam. Tournee t/m 10/6. Inl.: 020-4214990.
    • Kester Freriks