Brieven `De laatste slaap`

Zesentwintig lezers reageerden op het artikel `De laatste slaap` van Jannetje Koelewijn. Veel van hen benadrukken dat de mogelijkheid op euthanasie moet blijven bestaan. Hieronder een selectie.

De laatste slaap 1

De discussie in de jaren negentig over euthanasie in ons land werd destijds op een bijzonder eenzijdige wijze geregisseerd door de voorstanders van de legalisering van de actieve levensbeëindiging. Voorstanders van palliatieve sedatie als alternatief werd voortdurend de mond gesnoerd. Medisch Contact, het blad van KNMG, met als hoofdredacteur Ben Crul, een notoire `euthanasiefanaat`, weigerde stelselmatig artikelen op te nemen, waarin een voorkeur werd uitgesproken voor terminale sedatie. Nu, na vijftien jaar, laat me niet lachen, doet men het voorkomen alsof Nederland de uitvinder is van de terminale sedatie. Een objectief onderzoek naar het verloop van de jarenlange discussie over euthanasie kan alsnog voorkomen dat schijnheiligheid gaat leiden tot geschiedenisvervalsing.

Dr. K. Hoefnagels, oogarts, n.p,

2

Sedatie is niet de nieuwe uitweg, het is het gelijk van de toenmalige tegenstanders van de euthanasie-wetgeving die waarschuwden voor een glijdende schaal. Sedatie is de bom onder onze humane euthanasie-wetgeving.

Enige tijd geleden is er uit een onderzoek gebleken dat meer dan de helft van deze sedaties gebeurt zonder toestemming van de patiënt en ook merendeels zonder toestemming van familie. De wetgeving omtrent euthanasie draait om het recht op zelfbeschikking. Dat wordt met deze sedatie volledig ontkracht.

De wetenschap weet nauwelijks wat bewustzijn is, maar zegt het uit te schakelen om vervolgens mensen door uithongering en uitdroging om het leven te brengen. In mijn ogen, zonder toestemming van de patiënt, moord - hoe humaan men ook denkt dat het is.

De voorstanders van de euthanasie-wetgeving moeten nu keihard gaan protesteren hiertegen en hun rechten gaan opeisen. Nu wordt feitelijk iedereen het recht op zelfbeschikking ontnomen. De beslissing over leven of dood ligt bij doktoren en hun richtlijnen, doktoren die steeds meer te maken hebben met budgetten en allerlei andere factoren die niet gecontroleerd worden. Een schande en vragen om problemen.

F. van Bentum, Amstelveen

3

Jannetje Koelewijns artikel over palliatieve sedatie eindigt met een stellingname van een arts die `het (moment van sterven) zelf in de hand zou willen houden`.

Welnu, hier nog een. Vijf jaar geleden bleef mijn vrouw, die aan kanker zou overlijden, voor euthanasie kiezen, ondanks de nadruk waarmee op de mogelijkheid van palliatieve zorg werd gewezen. Zij wilde sterven in eigen huis, op een zelfgekozen moment, na afscheid van familieleden genomen te hebben. Ook wij wilden haar niet in een ziekenhuis situatie brengen waar zij langzamerhand de dood in zou glijden, waarschijnlijk zonder iemand er bij.

Inmiddels elders wonend, heb ik euthanasiepapieren in huis gehaald. Mocht de noodzaak zich ooit aandienen dan wil ik ook zo sterven.

Dat artsen bálen van euthanasie is begrijpelijk en te billijken. Het zou pas verontrustend zijn als het anders was. Maar euthanasie moet wél mogelijk blijven! De wettelijke verworvenheid zal wel niet worden teruggedraaid, maar evenmin moet er een stemming ontstaan volgens welke palliatieve zorg de enig juiste weg is.

C. van der Vlies

Vorden.

4

Ik zou willen benadrukken dat het niet gaat om wat de dokter wil of kan of durft. Het gaat om wat de patiënt wil!

Euthanasie is op een menswaardige manier sterven op een zelfgekozen moment. Palliatieve sedatie is doodgaan aan de onderliggende ziekte zonder te weten wanneer en hoe. Net als euthanasie, moet palliatieve sedatie de wens van de patiënt zijn en niet die van de dokter!

John Bos, chirurg,

Deventer

5

Mijn moeder stierf in 1992. Haar dood is de indrukwekkendste gebeurtenis uit mijn leven. Ze was 69 jaar oud en ze had leukemie. Zeven maanden nadat de diagnose werd gesteld, was er lichamelijk niets meer van haar over. Mentaal was zij echter nog de oude: een sterke vrouw die geleerd had haar emoties te controleren en die moeder bleef voor haar vijf kinderen. Ze vond de lichamelijke aftakeling, de pijn en het ongemak vreselijk, maar de angst om de controle over haar leven te verliezen was allesoverheersend. De beslissing om zich te laten euthaniseren werd genomen in samenspraak met de huisarts en haar naasten; de kinderen en een aantal intieme vrienden. Op vrijdagmiddag nam zij de beslissing. Wij waren het met haar eens. Volgens het protocol moesten er drie dagen verstrijken tussen het uitspreken van de wens en de uitvoering daarvan. Een onafhankelijke arts consulteerde mijn moeder om zich te vergewissen van de onmenselijkheid uitzichtloosheid van haar lijden. Er werd een afspraak gemaakt, maandag om drie uur `s middags zou de dokter het laatste spuitje zetten.

Het was spannend of moeder haar laatste afspraak zou nakomen, twee keer leek het er op of ze eerder zou dood gaan, maar op haar laatste dag leefde ze op. De klok in de keuken tikte door en een voor een gingen wij kinderen een kwartiertje bij haar zitten. Nog even iets vertellen, nog een keer thee proberen, een nat washandje op haar voorhoofd, moeten de gordijnen verder open, lig je goed, kan ik nog iets doen? We waren er allemaal toen de dokter verscheen. De spuit was enorm en zeer nadrukkelijk aanwezig op een witte tissue in een blank metalen schaaltje. De laatste woorden en de spuit werd uit de ader getrokken. De dood kwam meteen daarna, de ogen draaiden weg, de mond viel wijd open en het hoofd naar achteren.

Het beeld van de dokter die binnen komt stappen met zijn spuit blijft mij achtervolgen. In mijn gedachten is hij de executioner. Als kind van mijn moeder wil ik op geen enkele manier verantwoordelijk zijn voor haar dood. Mijn moeder is niet dood gegaan, zij is dood gemaakt en door de samenspraak die heeft geleid tot de euthanasie kan ik me daar verantwoordelijk voor voelen. Als zij was gestorven tijdens palliatieve sedatie dan zou de gedachte aan haar laatste levensfase voor mij milder zijn.

Pierre Diederen,

Roermond

6

Palliatieve sedatie is `makkelijker` dan euthanasie, in onze ideeën over zelfbeschikking is dat misschien een stap vooruit. Maar er zit een moeilijke kant aan die het artikel `De laatste slaap` in één zinnetje afdoet: `Voorheen hadden de mensen vaak nog een geloof dat het lijden zinvol maakte`. Dat lijden is nog steeds zinvol; want het is de - laatste - mogelijkheid om in te zien dat je niemand de schuld kan geven van dat lijden, dat de dingen zijn zoals ze zijn. Pas daarna kun je werkelijk afscheid nemen van je naasten - door ze vrij te maken van wat je tijdens je leven aan schuld op hun schouders hebt geladen, en door ze de kans te geven tegenover jou hetzelfde te doen. Dit inzicht is bepaald niet aan gelovigen voorbehouden; wie kent niet het verschijnsel dat iemand pas rustig overlijdt nadat ineens dat geëmigreerde familielid aan het bed is verschenen, of nadat partner, zoon of dochter vanuit het diepst van hun hart `ga maar, het is je tijd` hebben uitgesproken? Of er nog een uitwisseling in woorden mogelijk is, blijkt er dan helemaal niet toe te doen.

Palliatieve sedatie kan ons pijnlozer over de drempel helpen. Maar als deze kunstmatige slaap het nemen van afscheid doorkruist, is het middel erger dan de kwaal. Dan blijven de nabestaanden met de brokken zitten, en - dat is dan wel van je geloof afhankelijk - de gestorvene bovendien.

Ik hoop dat als mijn tijd gekomen is en ik me niet meer uiten kan, ik iemand naast mij heb die ik voor 100 % vertrouw; die bepaalt dan of ik wérkelijk klaar ben met het leven. Want de weg van de minste weerstand, die deze slaap zo makkelijk zou kunnen zijn, die past mij niet.

Jurjen Hooghiemstra,

(vrijwilliger terminale thuiszorg)

Ede

Meer reacties op www.nrc.nl/opinie