Afscheid van de euro?

Demonstranten in Parijs en kiezers in Italië hebben de afgelopen twee weken het hunne bijgedragen aan de economische aderverkalking in de eurozone. Gewenste sociale hervormingen blijven in beide landen voorlopig achterwege. De kans dat Italië de eurozone verlaat, lijkt bovendien te zijn toegenomen. Dat vooruitzicht bedreigt de stabiliteit van de gemeenschappelijke munt van de twaalf eurolanden.

In Frankrijk leed de poging een flexibel arbeidscontract in te voeren jammerlijk schipbreuk. Een weifelmoedige president Chirac zwichtte voor de massa's in de straten en kondigde af dat het gehate contrat première embauche de prullenmand in ging. Dit CPE gaf werkgevers de mogelijkheid jonge werknemers tot twee jaar na hun aanstelling zonder verdere omhaal te ontslaan.

Wanneer zo'n in verhouding bescheiden herziening van het arbeidsrecht al miljoenen op de been brengt, lijkt de kans op meer omvattende aanpassingen van het sociale stelsel gering.

Toch zijn vrijwel alle waarnemers het erover eens dat het Franse model van sociale bescherming zichzelf heeft overleefd.

Diezelfde commentatoren noemen ons land vaak als een lichtend voorbeeld. De afgelopen jaren zijn hier tal van maatregelen getroffen, in vergelijking waarmee het CPE weinig meer dan een peulenschil is. De voorbeelden liggen voor het oprapen.

De toegang tot de arbeidsongeschiktheidsverzekering is dichtgeschroeid, de uitkering bij werkloosheid loopt korter en vervroegd uittreden wordt sinds dit jaar fiscaal afgestraft. Al enkele jaren ervaren gemeenten een sterke prikkel om bijstandsontvangers aan het werk te krijgen en fraude bij de bijstand aan te pakken.

Vroeger konden ze 90 procent van de bijstandsuitgaven declareren in Den Haag. Tegenwoordig ontvangen gemeenten jaarlijks een vast budget waarmee ze het moeten doen. De opbrengst van fraudebestrijding en van de inschakeling van bijstandsontvangers mogen de gemeenten gebruiken voor lantarenpalen en cultuur.

De werkloosheidsstatistiek illustreert het succes van deze maatregelen. In eigen land zit zo'n 6 procent van de mensen zonder werk, in Frankrijk bijna 10 procent. Naar het zich laat aanzien moet de economische crisis daarginds nog dieper worden, voordat het maatschappelijk klimaat voldoende rijp is voor noodzakelijke hervormingen.

Niet alleen in Frankrijk zijn de kiezers nog niet aan drastische ingrepen toe. De overwinning van Prodi bij de verkiezingen op 9 en 10 april met de kleinst mogelijke meerderheid - amper 25.000 stemmen - betekent effectief dat economische hervormingen ook in Italië van de baan zijn.

De leider van de centrumlinkse coalitie van in totaal dertien (!) partijen kan het zich niet veroorloven de komende tijd de sociale zekerheid te versoberen en de werking van de arbeidsmarkt te versoepelen. Anders verliest hij direct de onmisbare steun van enkele ultralinkse splinterpartijen.

De communisten hebben de kiezers juist beloofd de 'wet-Biagi' voor een deel terug te draaien. Deze lijkt in de verte op de CPE en heeft de groei van het aantal tijdelijke en parttime banen in Italië bevorderd.

Door het breed gedragen verzet tegen verandering - niet alleen in Frankrijk en Italië, ook het kabinet-Balkenende scoort inmiddels laag in de peilingen - dreigt de eurozone met een vergrijzende bevolking en weinig dynamiek langzaam weg te zakken in een economisch moeras, terwijl opkomende reuzen uit Azië onze rol in de wereldeconomie overnemen.

Door de verkiezingsuitslag in Italië staat de gemeenschappelijke munt zelf inmiddels ter discussie. In de Financial Times van afgelopen maandag speculeert commentator Wolfgang Munchau dat Italië de euro wellicht nog voor 2015 zal afschaffen. De arbeidskosten zijn daar sinds de lancering van de euro sterk gestegen, waardoor de internationale concurrentiepositie zwaar onder druk staat.

Vroeger losten de Italianen dit op door de lire periodiek te devalueren. Devaluaties hielden Italiaanse producten voor buitenlandse afnemers betaalbaar, ondanks in lires sterk toegenomen loonkosten. Sinds de overstap op de euro is deze vluchtweg afgesloten. Door opnieuw de lire in te voeren zou Italië op de oude voet verder kunnen gaan. Daar komt iets bij.

De afzwaaiende premier Berlusconi heeft zijn opvolger Prodi opgezadeld met grote budgettaire problemen. Het tekort op de begroting bedraagt 4 à 5 procent van het bruto binnenlands product.

De wankele coalitie zal het niet snel eens worden over maatregelen om dat tekort weg te werken, iets waartoe Italië zich net als de overige eurolanden heeft verplicht. Bij te verwachten vervroegde verkiezingen zouden rechtse partijen de kiezers kunnen beloven dat Italië de euro afzweert.

Wint rechts, dan versterkt herinvoering van de lire niet alleen de concurrentiepositie, zij opent ook de mogelijkheid de enorme schuld van de overheid - meer dan 100 procent van het bruto product, hoofdzakelijk in euro's - aan te pakken.

Bij wet kan de schuld van euro's worden omgezet in lires tegen een voor de schuldeisers ongunstige koers.

Financiële markten achten dit scenario kennelijk nog te vergezocht. De rente op schuld van de Italiaanse overheid is op dit moment slechts 0,35 procent hoger dan de rente op Nederlandse staatsschuld.

Die risicopremie van 0,35 procent gaat de komende jaren stijgen, naarmate de kans op politieke turbulentie in Italië groeit. Stapt Italië uit, dan rijst de vraag wat Nederland doet. Misschien iets voor een volgend referendum?

    • Flip de Kam