Weekboek 16

Naomi Wolf ziet Jezus, maar wie kijkt daar van op

De Amerikaanse glamourfeministe Naomi Wolf heeft Jezus ontmoet in een visioen. Dat vertelde ze aan verslaggever Torcull Crichton in de zondagseditie van de Schotse krant The Herald. ,,Hij was de meest perfecte mens, vol van licht en liefde. En zo zouden wij allemaal kunnen worden.’’ Wolf was in Groot-Brittannië om haar boek The Treehouse te promoten, een verzameling levenswijsheden die ze van haar vader meekreeg. Vlak voor het interview had ze een sneer van Germaine Greer gehad, in het BBC-radioprogramma Woman’s Hour: ,,Naomi Wolf stort zich, na jaren verzet, volledig in de oedipale verhouding met haar vader.’’ Toen Crichton haar vroeg of dat geen pijn deed, meldde Wolf dat ze ,,gehoorzaamt aan een hogere autoriteit.’’ Na enig aandringen vertrouwde ze hem haar visioen toe.

In het interview uitte Wolf de angst om geclaimd te worden door religieuze groeperingen, terwijl haar ervaring ‘niets te maken heeft met welke religie dan ook.’ Interviewer Crichton voorzag een botsing tussen links en rechts Amerika. Met de Here Jezus had de liberaal-joodse Wolf immers hét neocon-symbool bij uitstek omarmd. Maar Wolf kwam met de schrik vrij. Vrijwel niemand reageerde op haar bekentenis. Haar spirituele biecht kwam blijkbaar niet onverwacht. Crichton daarentegen werd hooghartig uitgelachen in het Amerikaanse weekblad The New Republic: ‘Crichton, een verslaggevertje van een klein Schots weekblad, dacht dat hij de scoop van zijn leven had.’ Wolfs feministische oeuvre komt voort uit haar eigen leven; wat ze meemaakt, schrijft ze op. Het is dus afwachten of haar volgende boek gaat over de bevrijding van de vrouw door mystieke ervaring.

Wel of niet achter het aanrecht, dat is de vraag

Ook al verkeert Naomi Wolf in hoger sferen, het feminisme in Amerika is nog lang niet dood. Jonge vrouwen ruziën over hun recht op werk in wat door gniffelende commentatoren ‘the mommy wars’ zijn genoemd. Caitlin Flanagan, essayist voor respectievelijk The Atlantic Monthly en The New Yorker, is er erg duidelijk in. Voor kinderen blijf je thuis. Dat doet zij namelijk ook. Werkende moeders laten hun kinderen in de steek. Kindermeisjes inhuren om op je kroost te passen? Dat is uitbuiting van je kansarme immigrantenzusters, schrijft ze in haar artikel How Serfdom Saved the Women’s Movement. In een paar jaar tijd heeft Flanagan een reputatie opgebouwd als een geestige en snoeiharde verdediger van onvoorwaardelijk moederschap en het dienen van de echtgenoot.

Nu Flanagans stukken zijn gebundeld in To Hell With All That. Loving and Loathing Our Inner Housewives kunnen haar vijanden de inconsequenties in haar gedachtegoed blootleggen. Want is Flanagan, met een vaste aanstelling als redacteur bij het zeer invloedrijke The New Yorker, zelf geen werkende vrouw? Het feministische tijdschrift Ms. Magazine stelde al in 2004 vast dat Flanagan haar schrijverschap niet als een ‘echte baan’ beschouwt. Maar de definitieve ontmaskering verzorgt Flanagan zelf. In een interview met Elle geeft ze toe nooit een bed te verschonen of haar eigen boodschappen te doen. De eerste drie jaar van haar moederschap had ook zij een inwonend kindermeisje. Maar ze is geen werkende moeder, vindt ze zelf: ‘Ik werk nooit buitenshuis.’

Detectiveauteur Mankell verbrandde manuscript

De succesvolle Zweedse detectiveschrijver Henning Mankell heeft tien jaar geleden een manuscript verbrand. Hij kon een incestscène die hij geschreven had, niet meer verdragen. Dat vertelt hij in een interview met persbureau AP. Mankells speurneus Kurt Wallander is wereldberoemd. Zijn boeken verschijnen in oplages van 30 miljoen. Met name Duitsland is helemaal weg van de Zweedse detectiveschrijver. Deze zomer zendt de ARD de (Zweedse) verfilmingen van zijn werk uit. Maar de bestsellerauteur blijft moeite houden met het schrijven van nare passages: ,,Gewelddadige scènes zijn voor mij een marteling.” Nog gruwelijker is het echte leven. „Wat ik over misdaad schrijf heeft lang niet zoveel invloed op me als wat ik zie van het akelige aangezicht van armoede in Afrika.’’

Mankell is nauw betrokken bij het Memory Book Project, dat de levensverhalen van Afrikaanse ouders met AIDS vastlegt voor hun kinderen. Hij woont zelf af en aan in Afrika. Verteller van de wind (1998), in Nederland uitgegeven door De Geus, komt voort uit Mankells ontmoetingen met straatkinderen in Mozambique. Voordat Mankell commissaris Wallander leven inblies, schreef hij kinderboeken en toneelstukken. Maar als Mankell de „verschrikkelijke” realiteit in stapt, gaat het soms mis. Over I Die, But the Memory Lives on, Mankells boek bij het Memory Book Project, schreef de Britse krant The Guardian: ‘Dit boek is gewoon niet goed genoeg voor de ernst van de situatie die het wil beschrijven.’

    • Merel Boers