Vrienden omdat het moet

China dreigt dé concurrent van de VS te worden.

Ondanks de schendingen van de mensenrechten werd de Chinese president daarom met open armen ontvangen.

Een demonstrant wordt weggevoerd terwijl... A protester is arrested after shouting and waving a banner during the welcoming ceremony for Chinese President Hu Jintao on the South Lawn of the White House April 20, 2006. U.S. President George W.Bush and Hu will discuss trade, currency, Iran and Taiwan during their meeting today, but analysts say the White House meeting is unlikely to yield any significant agreements. REUTERS/Kevin Lamarque REUTERS

Eenentwintig saluutschoten weerklonken gistermiddag over het gazon van het Witte Huis. Eenentwintig saluutschoten ter ere van de Chinese president Hu Jintao, die op bezoek kwam bij zijn Amerikaanse ambtgenoot George W. Bush.

Behalve de ceremoniële ontvangst met kanonvuur kreeg het staatshoofd van 's werelds volkrijkste land (1,3 miljard inwoners) een uitgebreide lunch aangeboden in het Witte Huis. Maar Bush gunde Chinese president niet de eer van een officieel staatsdiner in de avond. En een informele ontvangst op zijn ranch in Crawford, Texas, zat er al helemaal niet in. Want de VS en China praten wel met elkaar, maar meer omdat dat moet dan dat ze elkaar echt vertrouwen of willen vertrouwen.

'China is erg belangrijk', schetste president Bush eerder deze week de contouren van het diplomatieke speelveld waarin China en de VS zich bevinden. 'In veel opzichten dringen ze (China) ons concurrentie op. We kunnen kiezen en zeggen: laten we op een eerlijke manier de concurrentie met elkaar aangaan'. Of we kunnen zeggen: we kunnen niet concurreren met China, waardoor we ons min of meer isoleren van de wereld.'

Want Washington vindt het niet eenvoudig zijn houding te bepalen tegenover het kapitalistische, maar nog steeds communistisch geregeerde China. Een land dat de mensenrechten schendt, politieke dissidenten opsluit, de media breidelt en internet censureert. Een land dat zich bovendien niet schaamt uit economisch gewin zaken te doen op de meeste donkere plekken op aarde (Birma, Dafur) met als ideologische verdediging het argument van non-interventie. Wíj bemoeien ons niet met de binnenlandse aangelegenheden van andere landen, is de impliciete Chinese boodschap.

Scherpslijpers menen daarom dat China niet anders dan terughoudend moet worden bejegend. Maar in Washington prevaleert een pragmatische koers. Na zijn aantreden als president sprak Bush over China als een 'strategische concurrent', na de aanslagen van 9/11 prees hij Peking als bondgenoot in de strijd tegen terrorisme. En juist vorig jaar werd het reguliere overleg tussen de hoofdsteden op hoog diplomatiek niveau formeel geïntensiveerd.

Op dit moment, nu president Hu voor het eerst in het Witte Huis op visite is (als Chinese vice-president ontving Bush hem in 2002 ook al eens), bepaalt vooral economische bezorgdheid de Amerikaanse gemoedstoestand. Grootste Amerikaanse verwijt is dat Peking de koers van de Chinese munt (de renminbi) kunstmatig laag houdt en zich zo op oneerlijke wijze concurrentievoordeel verschaft, met sterk oplopende handelstekorten aan Amerikaanse zijde ten gevolg. Daarnaast beschuldigt het Amerikaanse bedrijfsleven China ervan massaal dvd's, cd's en software te kopiëren; zonder auteursrechten te betalen wel te verstaan.

Paradoxaal genoeg, maar dat is ook een teken van overheersend pragmatisme, werden die klachten dinsdag en woensdag niet of nauwelijks gehoord tijdens de eerste twee dagen van Hu's bezoek aan de VS. De Chinese president was toen in Seattle, aan de Amerikaanse noordwestkust, te gast bij software onderneming Microsoft en vliegtuigfabrikant Boeing, niet toevallig twee concerns die zeer goede zaken doen op de Chinese markt. Dinsdagavond zat Hu aan een feestelijk diner met ruim honderd gasten, georganiseerd door Microsoft-oprichter Bill Gates. De foto's van de breed glimlachende, champagne toastende Hu en Gates, de belangrijkste communistische leider in de wereld en rijkste man in de wereld, geven het huidige tijdsbeeld treffend weer.

Een vooraanstaande gast op het diner van Gates was de Amerikaanse oud-minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger. Die legde in 1971, toen Mao nog leefde en China nog echt communistisch was, de basis voor de Chinees-Amerikaanse toenadering door in het geheim (pingpong-diplomatie) naar Peking te reizen.

Een andere, ook al bejaarde gast, was de Chinese partij-ideoloog Zheng Bijian. Anders dan Kissinger is Zheng, een vertrouweling van president Hu, ondanks zijn 73 jaar nog steeds een man van de toekomst: hij is de opsteller van de doctrine die zegt dat China's onvermijdelijke opkomst de komende decennia 'vreedzaam' zal verlopen. Voor de Amerikaanse diplomaten is Zheng een van de belangrijkste aanspreekpunten om zich gerust te laten stellen over China's goede bedoelingen.

Maar hoe goed Zheng ook met zijn Amerikaanse gesprekspartners kan opschieten, hij weet ook wel dat zij het zich nooit kunnen veroorloven hem op zijn woord te geloven. Hoe vreedzaam ook de bedoeling, China (ruim 4 keer zoveel inwoners als de VS) wil tegen 2020 de huidige (zelfbenoemde) status van 'ontwikkelingsland' hebben ingeruild tegen die van een 'middelontwikkelde' natie. Alleen al die ontwikkelingsdoelstelling maakt China tot een steeds geduchtere concurrent in de zoektocht naar energiebronnen (olie voorop) in de wereld. Haviken voorspellen daarnaast dat de economische groei van China onherroepelijk gepaard zal gaan met toenemende politieke en militaire ambities - met grote kans op botsingen met de VS. Hoe dan ook: supermacht VS, militair nu nog superieur aan China, zal in de komende decennia de 'vreedzame' opkomst van een supermacht naast zich zien.

Maar is dat eigenlijk wel zo? Volgens sommige China-watchers is de huidige China-hype vele malen groter dan de werkelijke potentie van het land. Ze wijzen op de groeiende onrust in het land, als gevolg van de verloedering van het platteland waar steeds meer boeren in opstand komen tegen corrupte partijfunctionarissen. Ze wijzen op het uitblijven van echte, democratische hervormingen en het ontbreken van eerlijke rechtsregels voor iedereen, waardoor duurzame ontwikkeling nooit van de grond kan komen. En, net als president Hu vorige week nog, wijzen ze op het gevaar van oververhitting van de economie - met jaarlijks groeicijfers rond de 10 procent.

Sommige analisten geven China nog tot de Olympische Spelen van 2008: daarna is het snel afgelopen met het huidige sprookje. Waar of niet: dit is ook niet een scenario waarnaar de VS uitkijken. Liever tegengas geven aan een opkomende supermacht naast zich die zegt zich vreedzaam te zullen gedragen, dan een China in verval, met het levensgrote risico van herlevend nationalisme en desintegratie, waar ook de bedrijven niets meer hebben te zoeken.

Lees het commentaar op pagina 19