Vluchtig als een flirt

In de film “The New World' van regisseur Terrence Malick kijkt een Europese kolonist een Indiaanse vrouw voor het eerst in de ogen. First contact. Maar eerste indrukken zijn niet lang houdbaar.

Eerst is er licht, alsof Terrence Malick de schepping nog even in de juiste volgorde wil overdoen. Dan zijn er water, planten, vissen, zoals het ook in de evolutietheorie gebruikelijk is. Malick begint zijn film The New World onder water, en daar krijgen we voor het eerst mensen te zien, als ze boven zijn camera zwemmen; niet in de noeste schoolslag maar losjes crawlend, omdat ook zwemslagen plaats- en tijdgebonden zijn. Het is 1607, vlak voor de kust van Noord-Amerika. Als de camera uit het water komt en het land op gaat, krijgt de titel van de film zijn eerste ironie: deze nieuwe wereld is het oude paradijs. Deze mensen horen daar net zo in thuis als bomen en riet; hun huizen net zo goed als vogelnesten, hun kettingen net zo goed als schelpen.

Dan zijn ze er opeens: vier schepen, van een grootte en vorm die aan deze kust nog niet eerder zijn waargenomen. De mensen op het land kijken.

Maar wat zouden ze eigenlijk zien? Terrence Malick is een begenadigd filmer. Hij en zijn Mexicaanse cameraman Emmanuel Lubezki zijn er goed in om de wereld als nieuw te presenteren, om al wat is te filmen alsof het nooit eerder bekeken werd. Hun cameravoering is jubelend; soms is het alsof God zelf over de wateren zweeft en ziet dat het goed is. Kijk eens hoe dat riet dof glanst in de zon, kijk eens hoe de zon door de wolken breekt, kijk eens hoe dat meisje op een vlinder lijkt, zoals ze door dat veld fladdert, haar heupen draait en haar armen uitstrekt, alsof ook zij kan vliegen.

Maar om de indruk die de eerste schepen maakten over te brengen, is film misschien niet het meest geschikte medium.

Uit bronnen die zijn overgeleverd, wordt duidelijk dat de schepen uit Europa op de Amerikaanse kust vaak niet herkend werden als schip. Ze werden bergen, torens of vogels genoemd. Het is een ook voor scheepskenners begrijpelijke vergelijking, zoals het voor Europeanen ook voor de hand ligt dat de Azteken het eerste paard dat ze zagen een hert noemden. Zeilschepen lijken nu eenmaal niet op kano's.

De Engelse kolonist William Wood schreef in 1634 over de eerste indruk die een schip maakte op de Indianen nabij wat nu Salem in de staat Massachusetts is. “Ze hielden het eerste schip voor een wandelend eiland, de mast voor een boom, de zeilen voor witte wolken. [] Ze roeiden er in hun kano's heen om er aardbeien te gaan plukken.“

Eerste indrukken zijn niet lang houdbaar. Ze zijn vluchtig als een flirt en bederfelijk als melk. Binnen een mum van tijd zijn ze iets waar je alleen nog maar naar kunt terugverlangen. Een schip blijft nooit lang een toren of een eiland waar veel aardbeien groeien, voor je het weet is het “schip'. Toen de Indianen er naartoe waren geroeid, was het alweer voorbij. Ook Malicks film, een bewerking van de eerder door Disney geanimeerde mythe van Pocahontas, houdt het niet vol om louter uit eerste indrukken te bestaan.

Het is de korte tijd, zo kort als schemering in de tropen, dat alles nog nieuw is en nog niets bekend, dat geen betekenis nog vast staat en alleen door vergelijkingen benaderd kan worden. Eens moet voor de Europeanen de halve wereld zo'n eerste indruk zijn geweest, toen ze eenmaal door hadden dat Columbus niet naar India was gevaren.

In The New World zit een scène waarin de Indianen de Europese kolonisten voor het eerst benaderen. Het lijkt wel of ze hen aaien. Ze hadden nog nooit een baard gevoeld. De scène waarin een kolonist en een Indiaanse, John Smith en Pocahontas, elkaar woorden uit hun taal leren is van een overweldigende tederheid. Het is liefde op het eerste gezicht.

Close encounters

First contact heet zo'n eerste ontmoeting tussen vertegenwoordigers van twee culturen, vaak ook in het Nederlands. The New World doet verlangen naar meer, zeker nu het lijkt alsof ontmoetingen met onbekende culturen op aarde nauwelijks meer mogelijk zijn. De hele wereldbol is vanuit satellieten gefotografeerd en via Google Earth op elke desktop toegankelijk. Een vakantie in de rimboe ligt ook op een paar muisklikken afstand. Avontuur is niet meer wat het geweest is. “First contacts' en “close encounters' behoeven op z'n minst een andere planeet.

De tragische afloop van de meeste historische ontmoetingen verleent er vaak iets bitters aan. Columbus vertelt in zijn eerste brief dat er al bloed vloeide in de nieuwe wereld voordat er gevochten werd: “Ik liet hun een zwaard zien, ze pakten het aan de rand vast en sneden zichzelf uit onwetendheid.“

Ook op andere plekken dan de nieuwe wereld hebben de contacten nog van die ongewilde poëzie opgeleverd. Wat te denken van de woorden waarmee Maori's in 1890 tijdens de Hau-hau-opstand de Britten hun land uit wilden drijven? In het boek The White Men, The first response of aboriginal peoples to the white men wordt een extract geciteerd van Engelse zinnen waarmee krijgers immuun dachten te worden voor de kogels van de kolonisten. Praktische instructies worden magische formules:

Kill, one, two, three attention

North, north by east, nor nor east northeasy, colony, attention!

Come to tea, all te men around the niu pole, attention

Shem, Rule the Wind, too much wind,come to tea, attention

Dit wrange gedicht zou in elke bloemlezing van Nieuw-Zeelandse poëzie moeten staan. Iets bekender zijn de zogeheten cargocults van vlak na de Tweede Wereldoorlog, toen de bewoners van Nieuw Guinea en andere nog niet ontgonnen eilanden waar de Amerikanen materieel hadden gedropt, op nog meer van hetzelfde hoopten - een weelde van ingeblikt voedsel, lucifers, scheermessen die zomaar uit de lucht komt vallen. De bewoners imiteerden het gedrag van de Amerikaanse soldaten om meer cargo uit de lucht te lokken. Een bamboe koptelefoon voldeed in hun ogen net zo goed voor dat doel als een van metaal. Een vliegtuig van stro ís van aluminium.

Het begrip “cargocult' staat nu ook voor westerse misverstanden met betrekking tot nieuwe technologieën. Onwetendheid is niet tijd- en plaatsgebonden.

Goden

Op een aantal mythes over eerste ontmoetingen tussen westerse en niet-westerse volken is wel wat af te dingen. Zo is er bij Columbus in het allereerste “first contact' al sprake van dat de Indianen hem en zijn bemanning voor goden houden. Het idee blijkt een van de constanten in eeuwen van “first contacts', net als de kraaltjes en de spiegeltjes die door de Europeanen voor de inboorlingen steevast worden meegenomen op ontdekkingsreis. Er moeten in de thuislanden bijna wel fabrieken zijn geweest waar ze speciaal voor dit doel gemaakt werden, in een soort omgekeerde toeristenindustrie. Maar was wie ze meebracht altijd een god? Misschien is de gretige aanname van dit idee vooral een uiting van westers superioriteitsgevoel. En goden zijn er in soorten en maten. Bij de Azteken was het bijvoorbeeld heel beleefd om je beste vrienden god te noemen en op Hawaii was het veel gewoner dan in Europa dat er een zoon van een god geboren werd.

Niet alle inlanders lieten zich meteen door de kraaltjes en de spiegeltjes paaien. In Australië liet kapitein James Cook ze achter in de hutten waar de aboriginals bij zijn komst uit gevlucht waren. Toen de ontdekkingsreizigers een paar dagen later weer gingen kijken vonden ze het strooigoed precies terug waar ze het hadden achtergelaten. De aboriginals hadden er omheen geleefd. “All they seem'd to want was for us to be gone“, schreef Cook in 1770 in zijn logboek over de bewoners van Botany Bay, in het huidige Sydney.

Ook eerste indrukken kunnen een gewoonte worden. In de reisverslagen van Cook en andere ontdekkingsreizigers is enige sleur te ontwaren; weer leggen ze contact met een volk dat van het bestaan van Europa nog niet op de hoogte is, weer moeten er kammetjes worden opgedrongen of geweren afgeschoten. Maar de romantiek van de eerste ontmoeting blijft sterk, ook al heeft bewondering voor de ontdekkingsreizigers zich vermengd met medelijden met de mensen die ze tegenkwamen, “wilden' die nog geen sleur hadden kunnen ontwikkelen en juist door de gevolgen van het eerste contact hun nobele status al snel verloren. Op Nieuw Guinea werden de Papoea's begin twintigste eeuw bij wet verplicht om hun bovenlichaam bloot te houden, zodat ze er als nobele wilden zouden blijven uitzien. Maar over hun inborst werd in dezelfde tijd geschreven: het zijn “gemene stelende nietsnutten, en onderwijs geeft ze alleen maar een toegevoegde sluwheid“.

Wat de gemene nietsnutten er zelf van vonden, is veel minder vaak vastgelegd. Er zijn alleen een paar glimpen uit de geschriften van Europeanen die een idee geven. De meeste eerste ontmoetingen hebben nu eenmaal in een ver verleden plaats gevonden, en die van de toekomst zijn science fiction. Gelukkig zijn er ook nog een paar “first contacts' uit het recente verleden, met als bekendste voorbeeld de ontdekking van de valleien tussen de bergen van Nieuw Guinea, begin jaren dertig van de vorige eeuw, waar duizenden mensen bleken te leven die van een wereld voorbij hun bergen niets wisten. De goudzoeker Michael Leahy had een camera bij zich. Op de foto's en films die hij maakte lijkt iets te zien van de totale verwarring die zijn komst moet hebben opgeleverd. Het is alsof het in hun ogen is te lezen, de ruwe schok van de Ander. Het zijn in ieder geval foto's om lang naar te kijken en veel bij te denken, en weer uit te komen bij de vraag waarom ze ook westerlingen zo betoveren.

In het boek Like people you see in a dream wordt iets van een antwoord geformuleerd. “De eerste schok duurt meestal niet lang omdat er snel culturele categorieën te hulp worden geroepen om het te rationaliseren, maar dat eerste contact gunt ons wel een blik over de rand van ons eigen wereldbeeld, dat ons gefascineerd en bevreesd achterlaat.“ De schrijvers verwijzen naar Sartre, en zien in een “first contact' een soort overtreffende trap van elke ervaring met een Ander. De vertrouwde categorieën om mensen in onder te brengen voldoen niet meer. De wereld staat op zijn kop.

Wat de Papoea's er zelf van vonden, is te zien in de geweldige film First Contact uit 1984, waarin Bob Connolly en Robin Anderson de Papoea's opzoeken die op de foto's van Leahy zijn afgebeeld. Een oude man vertelt aan zijn kleinkinderen hoe hij stiekem het kamp van de goudzoekers binnenging om het deksel van een conservenblikje te stelen. Het glinsterde zo mooi. In 1984 lacht hij erom.

Wat Malick in The New World goed laat zien, is dat Indianen en Europeanen toen minder van elkaar verschilden dan je nu geneigd bent te denken. De Indianen waren moderner en de Europeanen ouderwetser; ze hadden nog geen conservenblikjes. Het contrast tussen de twintigste-eeuwse Europeanen en de Papoea's was veel groter. First contact is nu vooral een bevestiging van de moderniteit van de westerling. Als het nog eens gebeurt, zijn de inboorlingen het bangst voor het flitslicht van de camera's.

Leunstoelreizigers

De droom is gebleven. De beroemde cultureel antropoloog Claude Lévi-Strauss schreef in 1955 in zijn magnum opus Het trieste der tropen: “Voor een etnograaf is er geen opwindender vooruitzicht dan als eerste blanke een inheemse gemeenschap te bezoeken.“ First contact behoudt een magische aantrekkingskracht, niet alleen op avonturiers en leunstoelreizigers, maar ook op geleerden en op gelovigen. De missie is helaas nog steeds niet uitgewoed. Het reisbureau Papua Adventures organiseert sinds een jaar of tien “first contact'-reizen naar Nieuw Guinea, waar je de eerste westerling kunt zijn die gezien wordt door een man uit de steentijd.

De Amerikaanse journalist Michael Behar ging mee met Kelly Woolford op een van de reizen en zag in de jungle mannen in verentooien en met raffiarokjes aan. Hun handen trilden toen ze hem zagen. Bibberden ze van angst? De volgende dag vuren ze pijlen op hem af. Maar na afloop van de trip wist Behar nog steeds niet zeker of hij echt mensen uit de steentijd had ontmoet of dat hij belazerd was. Zou Woolford de ontmoeting in scène hebben gezet? Antropologen die Behar video-opnames van de reis liet zien, trekken de authenticiteit in twijfel en hebben bovendien bezwaar tegen zulke wilde invasies. Maar Woolford wil de “first contact experience' juist democratiseren, in de kapitalistische betekenis van dat woord. “De academische elite zal ruimte moeten maken voor de zoeker van avontuur die voor de ervaring kan betalen.“

Wie het niet kan betalen, kan sinds vorig jaar terecht bij de televisie. In Groeten uit de rimboe, de serie van SBS6 waarin twee Nederlandse gezinnen en een Belgisch gedropt werden bij de Mentawai in Indonesië, de Himba in Namibië en de Tamberma in Togo. Antropologie voor de massa. Strikt genomen is deze reality tv geen “first contact', maar de cultuurschok was er niet minder om. De programmamakers hebben er dan ook alles aan gedaan om die zo groot mogelijk te laten lijken. In het vervolg, Groeten terug, komen een paar Mentawai en Himba op bezoek in Nederland en maken onder meer kennis met haring en Sinterklaas. Het programma is nogal ranzig, maar bevat ondanks de gênante toonzetting ook staaltjes van ongewilde poëzie, zoals toen een van de Himba-vrouwen op het vliegveld net deed alsof ze de krant las. Je kunt toch niet lezen, zei een ander. “Ik oefen vast“, was het antwoord. Een cargocultje van één minuut.

Volgens de Verenigde Naties bestaan er op de wereld nog zo'n zeventig volken die geïsoleerd van de westerse of verwesterde wereld leven, een telling die wonderlijk precies is. Hoe kun je weten wat je niet weet? Vaak blijken het stammen die jaren, soms eeuwen geleden, het bos of een nadere onherbergzame streek zijn in gevlucht om uit handen van de blanken te blijven.

Drie jaar geleden vond er in de Amazone een curieuze expeditie plaats. Sydney Possuelo, hoofd van het Departamento de Indios Isolados van het Braziliaanse ministerie voor Indianenzaken, leidde een expeditie naar de Flecheiros, een Indianenstam waarvan het bestaan pas sinds kort vermoed werd. Een journalist van National Geographic vergezelde Possuelo op de tocht door de jungle op de grens van Brazilië en Peru. Na tweeënhalve week door het oerwoud trekken, arriveert de expeditie in het gebied van de Flecheiros. Ze zien voetafdrukken. Possuelo wil de makers niet ontmoeten. Volken als de Flecheiros hebben tegenwoordig recht op géén contact, een recht waar ook door westerse actiegroepen als Survival en the World Rainforest Movement voor strijden. Eerste indrukken dienen voortaan vermeden te worden. “Plotseling stopt Possuelo“, schrijft Scott Wallace. “Een net afgeknapt twijgje waaraan nog een stukje bast bungelt, ligt voor ons op het pad. Het zou nog geen kleuter tegenhouden, laat staan drie dozijn gewapende mannen.“ Maar Possuelo keert om. “Het takje brengt een boodschap. Dit is de universele taal van de jungle“, zegt hij. “Het betekent: Blijf weg. Ga niet verder.“ De expeditie maakt rechtsomkeert. Gestuit door een takje.

“The New World' draait in zeven bioscopen.

    • Bianca Stigter