Van Hoof en Kamer nog altijd oneens over Polen

De Tweede Kamer en het kabinet blijven het oneens over de komst van Oost-Europese werknemers naar Nederland. Dat is de conclusie van het tweede debat dat staatssecretaris Van Hoof (Sociale Zaken, VVD) en de Kamer gistermiddag hierover voerden.

Van Hoof gaat nu nog eens zijn standpunt overwegen en opnieuw met zijn collega-bewindslieden overleggen. Hij stuurt vóór dinsdag een brief aan de Tweede Kamer met het resultaat hiervan. Waarschijnlijk zal dan in de loop van volgende week weer een debat plaatsvinden.

De onenigheid tussen Kamer en kabinet gaat nu over wat er tussen 1 mei aanstaande en 1 januari 2007 moet gebeuren met de Polen. Het kabinet wil dat vanaf 1 mei Oost-Europese werknemers een werkvergunning krijgen als huisvesting en betaling in orde zijn. Als in bepaalde sectoren vervolgens blijkt dat veel Nederlanders hun baan verliezen, als gevolg van de komst van Oost-Europese werknemers, zou daar een arbeidsmarkttoets heringevoerd kunnen worden. Nu wordt een werkvergunning alleen verleend als in Nederland geen geschikte kandidaten voor de baan beschikbaar zijn.

Met dit standpunt was Van Hoof al tegemoet gekomen aan bezwaren van een Kamermeerderheid van CDA en PvdA. Maar niet voldoende, bleek gisteren. De fracties van PvdA en CDA willen dat na 1 mei in alle sectoren alleen een vergunning verleend wordt als er geen geschikte Nederlandse werknemers te vinden zijn. Alleen in sectoren waar personeelstekorten zijn, zou de arbeidsmarkttoets opgeheven kunnen worden. De oplossing van Van Hoof noemde Kamerlid Van Hijum 'de omgekeerde wereld'.

Van Hoof heeft wel een meerderheid in de Kamer voor het beleid na 1 januari 2007. Dan wordt voor alle sectoren, mits hij een aantal maatregelen heeft genomen om loonconcurrentie tegen te gaan, het vergunningenstelsel opgeheven.

De Nederlandse regering moet voor 1 mei aan de Europese Commissie laten weten of ze de grenzen wil openen voor werknemers uit de nieuwe Oost-Europese lidstaten. Van Hoof zei Brussel te zullen melden, dat Nederland voorlopig een overgangsregime handhaaft.