Terrorist? Dan nooit meer pinnen

Hofstadgroepleden kunnen na hun gevangenisstraf geen bankrekening openen of verzekering afsluiten.

Dit blijkt uit een sanctiemaatregel van minister Bot (Buitenlandse Zaken, CDA).

Het nieuws was gisteren net bekend of de 'terreuradvocaten' klommen in de telefoon. Advocaten van de negen Hofstadleden wisselden hun onbegrip en verontwaardiging uit om snel tot de centrale vraag te komen: wat nu?

Het antwoord liet niet lang op zich wachten. Een voor een kondigden de advocaten van de in maart veroordeelde leden van de islamitische terroristische Hofstadgroep juridische stappen aan tegen de sanctiemaatregel van minister Bot (Buitenlandse Zaken, CDA). Advocaat P. Plasman overweegt een kort geding. Britta Böhler en haar kantoorgenoot Victor Koppe bestuderen of ze de maatregel van Bot civielrechtelijk of via de bestuursrechtelijke weg zullen aanvechten.

Op last van minister Bot mogen de banken sinds begin april de leden van de Hofstadgroep niet accepteren als klant. Die mogen als veroordeelde terroristen geen rekening openen, pinnen of transacties plegen. Ook mogen ze geen verzekeringen afsluiten. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) en De Nederlandsche Bank (DNB) zijn belast met het toezicht op de naleving van de sanctiemaatregel.

De minister beroept zich bij de invoering van deze sanctiemaatregel op resolutie 1373 van de Veiligheidsraad uit september 2001. In die resolutie is vastgelegd dat staten de tegoeden van personen die terroristische daden plegen of willen plegen, moeten bevriezen. Ook moeten de lidstaten maatregelen nemen 'om te verbieden dat financiële of economische middelen aan die personen ter beschikking worden gesteld of dat aan hen financiële of andere verwante diensten worden verleend'.

'Deze maatregel is onrechtmatig', voert ook advocaat B. Nooitgedagt aan. 'Mijn cliënt is nog niet onherroepelijk veroordeeld', zegt de raadsman van verdachte Fahmi B. Behalve Mohammed B., de tot levenslang veroordeelde moordenaar van cineast Theo van Gogh, hebben alle veroordeelde leden van de Hofstadgroep hoger beroep aangetekend. Ook het openbaar ministerie ging in hoger beroep. De rechter legde straffen op variërend van een jaar voor 'gewone' leden tot vijftien jaar celstraf voor kernlid Jason W.

Volgens Plasman, raadsman van onder meer Mohammed B., past de minister de resolutie oneigenlijk toe. Die resolutie was bedoeld, zo voert Plasman aan, tegen individuen en organisaties die de terroristische activiteiten van de Taliban en Al Qaida (mede-)financieren. 'De Hofstadgroep is geen kapitaalkrachtige groep geweest', zegt Plasman.

Enkele leden van de Hofstadgroep zijn inmiddels weer op vrije voeten. Door deze sanctiemaatregel wordt het voor hen onmogelijk 'de draad' weer op te pakken, meent Plasman. 'Deze jongens kunnen geen huis meer huren, ze kunnen geen auto kopen en die verzekeren, ze kunnen geen bankrekening openen, dus is het onmogelijk een baan te vinden. Het is nu echt afgelopen voor ze.'

Deze maatregel zal de leden van de Hofstadgroep in de illegaliteit dwingen, meent advocaat Nooitgedagt. Daardoor zal de overheid ook elk toezicht op deze jongens kwijtraken. 'Deze maatregel zal contraproductief blijken.' Volgens Plasman is de sanctiemaatregel een extra straf, bovenop die van de rechter. 'Dit is nog ingrijpender. Een gevangenisstraf loopt een keer af, deze maatregel niet. Hier komt geen einde aan.'

Een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken zegt dat de maatregel niet gekoppeld is aan een strafrechtelijk traject. 'Er is voldoende bewijs om deze mensen in verband te brengen met terrorisme. Vrij betekent niet dat ze terrorist-af zijn.'

    • Ahmet Olgun