Reeks verzoeken en beroepen

De kwestie-Taïda heeft veel commotie gewekt. Haar ouders kozen ervoor Nederland vrijwillig te verlaten, opdat haar dochter hier haar school kon afmaken.

December 2004 staat de familie Pasic voor een dilemma. Nadat het gezin in 1999 vanuit Kosovo naar Nederland is gevlucht, is een asielprocedure negatief afgelopen. Nu staan ze voor de keus: een herhaalde asielaanvraag indienen en verhuizen van het azc in Winterswijk naar het vertrekcentrum in Ter Apel, of vrijwillig (met terugkeerpremie) het land verlaten. In het laatste geval vergroten ze de mogelijkheid dat Taïda, de oudste van drie dochters, naar Nederland kan terugkeren om haar vwo-opleiding af te maken. Wel heeft Taïda dan een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) nodig. Maar als er een gastgezin wordt gevonden, zo begrijpen ze van Vluchtelingenwerk in Winterswijk, moet het verkrijgen hiervan geen problemen opleveren. Als na bemiddeling van school de Driemark de familie Meulenkamp uit Winterswijk bereid gevonden wordt Taïda in huis te nemen, kiest het gezin voor terugkeer. Januari 2005 vertrekken ze naar Belgrado, waarna ze doorreizen naar Bosnië omdat ze zich als moslims in Servië-Montenegro onveilig voelen.

April 2005 wordt een adviesaanvraag voor een mvv - ingediend door gastouder Meulenkamp - afgewezen. Volgens de IND kan Taïda ook elders haar opleiding afronden. De afwijzing is een teleurstelling voor Taïda, die in Bosnië via e-mail en Nederlandse schoolboeken de lesstof van 5 vwo tot zich neemt. Om de overgang naar 6 vwo veilig te stellen, besluit ze eind mei via een Frans toeristenvisum naar Nederland terug te keren. Fraude, zo zegt minister Verdonk later over deze constructie. Met zo'n visum mag je niet leren, werken of lang in het land blijven.

September 2005, als Taïda is vertrokken naar familie in Frankrijk, wordt door de IND met vergelijkbare redenen een tweede adviesaanvraag voor een mvv afgewezen. De IND stelt dat er in Kosovo een met het Nederlandse gymnasium vergelijkbaar schooltype bestaat. Het argument dat Taïda in Nederland sneller dan in Kosovo haar diploma kan halen, telt niet.

Taïda komt eind november weer naar Nederland. Op advies van haar advocaat vraagt ze als meerderjarige zelfstandig een voorlopige verblijfsvergunning voor bepaalde tijd aan. De procedure, zo denkt de advocaat, zal voldoende tijd in beslag nemen om Taïda examen te kunnen laten doen. De aanvraag wordt ingediend in Haarlem omdat Taïda bang is voor de vreemdelingenpolitie in Winterswijk. Ze krijgt een sticker in haar paspoort, gaat weer bij de Meulenkamps in Winterswijk wonen en is legaal in Nederland gedurende de periode dat het verzoek om een verblijfsvergunning loopt.

Op 12 januari 2006 wordt haar verzoek afgewezen. Hoofdargument is dat ze niet beschikt over een mvv - basisvoorwaarde voor het krijgen van een verblijfsvergunning. Taïda voelt zich overvallen door de beslissing die haar op 18 januari in het politiebureau van Winterswijk wordt meegedeeld. Vanuit school is ze hier naar toe gedirigeerd. Ze krijgt geen tijd om fatsoenlijk afscheid te nemen van haar gastouders en wordt via de penitentiaire inrichting in Doetinchem overgebracht naar het uitzetcentrum in Rotterdam. Daar wordt ze, zoals ze zelf stelt, “als een ding behandeld“. Na kritiek van lokale politici en de gastouders over de handelwijze van de vreemdelingenpolitie in Winterswijk komt er een intern politieonderzoek. In april zal korpsbeheerder De Graaf melden dat alles correct is verlopen. Wel is de commotie onderschat die de aanhouding in Winterswijk heeft veroorzaakt.

Op 1 februari komt Taïda op vrije voeten. De rechtbank in Groningen oordeelt dat de beslissing om Taïda op te sluiten overdreven is. Ze mag in vrijheid de beslissing over haar beroep afwachten. Verdonk gaat tegen deze uitspraak in beroep en wordt door de Raad van State in het gelijk gesteld, omdat er gegronde redenen zouden zijn om te vermoeden dat Taïda zich zou onttrekken aan uitzetting.

Op 3 februari oordeelt de Amsterdamse rechtbank dat de IND niet zorgvuldig heeft gehandeld. Er moet beter naar haar argumenten worden gekeken. Taïda wordt opnieuw gehoord maar ook het definitieve besluit pakt negatief voor haar uit. Binnen 28 dagen moet ze het land verlaten, zo wordt 28 februari bekend. Verdonk herhaalt in een toelichting de beschuldiging dat Taïda de regels voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning overtrad. Een krappe meerderheid van de Tweede Kamer steunt het besluit.

Taïda gaat tegen de afwijzing in beroep en vraagt een voorlopige voorziening aan waarmee ze de uitkomst van de beroepsprocedure in Nederland mag afwachten. De rechter in Amsterdam plaatst op 7 april vraagtekens bij de onbevooroordeeldheid van de overheid. Haar procedure is met “onvoorstelbare voortvarendheid“ afgehandeld, constateert de rechter. Het dossier en de uitspraken van Verdonk roepen bij hem het beeld op van een overheid die al weet wat ze met een aanvraag doet voordat deze is ingediend.

    • Martin Steenbeeke